In `Don Carlos' is de tiran een mens in pyjama

De tas van Posa. Een roodbruine leren schoudertas, vers van de koe. Hij zou van een linkse activist kunnen zijn die tientallen jaren lang met een voddige linnen tas heeft gelopen, maar die nu in de lokale politiek is beland en een duurdere variant heeft gekocht.

Zo'n tas draagt Jacob Derwig in het toneelstuk Don Carlos. Hij speelt de rol van markies de Posa, een idealist met zeer vooruitstrevende ideeën die in de 15de eeuw aan het hof van de Spaanse koning Philips II belandt en daar de zaak van de opstandige Nederlanden bepleit. De tas tekent hem. Een vrij man met een sociaal hart, maar ook een ijdele man, die meer bloot staat aan de verlokkingen van de macht dan hij zelf weet. Later wordt de tas een symbool voor de Goede Zaak, die hij, via de koningin, doorgeeft aan zijn vriend Don Carlos.

Theu Boermans regisseert Schillers klassieker Don Carlos (1787) als gezamenlijke productie van zijn eigen Theatercompagnie en van Toneelgroep Amsterdam, met een cast van louter begenadigde acteurs. Door de opeenstapeling van gerenommeerde namen beloofde de voorstelling vooraf al tot de hoogtepunten van het nieuwe theaterseizoen te gaan horen. En ze maakt alle beloftes waar.

Vier uur trekt Boermans uit om de wijdlopige verzen van Friedrich Schiller (1759-1805) en diens complexe vervlechting van liefdesdrama, politieke ideeën en een hofintrige tot hun recht te doen komen. Schiller is een kind van de Verlichting. In Don Carlos, geschreven aan de vooravond van de Franse Revolutie, laat hij de absolute macht met de geest van vrijheid botsen.

Geduldig leidt Boermans ons rond door Schillers bouwwerk, met zijn regie overal licht en helderheid brengend. Hij plaatst de spelers in een kil, leeg kantoor. De mannen van macht dragen lange, uniforme jassen. De vrije geesten dragen vrijetijdskleding. Fedja van Huêt speelt de titelrol, de kroonprins die in opstand komt tegen zijn vader omdat hij verliefd is op diens nieuwe vrouw. Van Huêt buit zijn vrije rol volledig uit. Een kind nog, een jochie is hij. Zoals Don Carlos met verliefde explosies leven brengt in het kille, rigide bestuurde huis van zijn vader, zo brengt Van Huêt hartstocht en onbesuisdheid in deze verder zo beheerste voorstelling.

Don Carlos begint als een Sturm und Drang-variant op Hamlet, maar in de tweede helft wordt het meer een Othello-variant, met Philips II als de vertwijfelde die zich hoorndrager waant. Het lijkt alsof Schiller in de lange jaren dat hij aan Don Carlos schaafde zijn belangstelling voor de zoon gaandeweg verloor, en steeds meer oog kreeg voor de tragiek van de vader. Wel zielig voor die jongen; zijn vader heeft hem eerst zijn verloofde en vriend afgenomen, en steelt nu ook nog de show in zijn toneelstuk.

Hans Croiset is de aangewezen man om die vader te spelen. Hij begint als onaantastbaar vorst en wordt in zijn onttakeling steeds meer mens, vader, echtgenoot in pyjama. Croiset heeft een indrukwekkende staat van dienst, hij is van een oudere generatie dan zijn medespelers, en hij is de enige die niet met een zendmicrofoon speelt maar op eigen stemkracht vertrouwt.

Voor deze tijd is het interessant om naar dit boegbeeld van de Verlichting te kijken omdat de Verlichting steeds trots wordt opgevoerd als bepalend voor onze cultuur, de grote sprong voorwaarts die ons onderscheidt van de gevreesde islamwereld. Schiller wijst ons op de valkuilen van zo'n zelfgenoegzame houding. De mens streeft zelf naar onmondigheid, zegt Posa, uit gemakzucht. Vrijheid is voor de meesten te zwaar. Markies de Posa is zeker geen ondubbelzinnige held. Schiller zet vraagtekens bij zijn steile opvattingen. Posa offert iets te graag en denkt liever aan de miljoenen dan aan enkele dierbaren.

Jacob Derwig, met zijn tas, laat deze kanten en veel meer van Posa zien. Zijn optreden doet denken aan wat Ivo van Hove ooit zei over wijlen Joop Doderer: ,,Komedianten zijn de beste tragediespelers.'' Derwig maakt makkelijk contact met het publiek en hij heeft alles in zich om het ene lachsalvo na het andere te oogsten. Die macht gebruikt hij echter spaarzaam, en louter om zijn tragische rol meer diepte te geven. Als hij een idealistische toespraak voor de koning afsluit met een ijdel knikje, doet hij dat niet omdat hij een open doekje wil oogsten, zoals hij gistermidddag op de première kreeg, maar omdat het zijn rol meteen tekent, in één subtiel gebaar.

Voorstelling: Don Carlos van Friedrich Schiller, door Toneelgroep Amsterdam/ Theatercompagnie. Gezien: 25/9 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 18/12. Inl. 020-5318484 of www.toneelgroepamsterdam.nl.