IAEA geërgerd over nucleair program Iran

Kritiek van het atoomagentschap op het atoomprogramma van Iran. het lijkt een laatste waarschuwing voordat de Veiligheidsraad zich ermee gaat bemoeien.

Iran wordt alsnog gestraft voor de misstappen die het land tot aan 2003 beging. Voor wangedrag dat het land eigenlijk al min of meer stilzwijgend was vergeven. Het lijkt erop dat de resolutie, die afgelopen zaterdag door de bestuursraad van het IAEA, het Internationaal Atoomagentschap, is aangenomen, inderdaad een politieke resolutie is. Alsof het IAEA is gezwicht voor de druk van de VS en Groot-Brittannië.

Dat is de eerste indruk die de letterlijke tekst van de resolutie wekt. Deze is onder Gov/2005/77 op internet te vinden. Aan het slot komt de resolutie in een omineuze en wat vage zin tot de conclusie dat er rond Irans nucleaire programma ,,vragen zijn gerezen die binnen de competentie van de Veiligheidsraad vallen''. Een laatste waarschuwing dus.

Voorafgaand daaraan is er een opsomming van verwijtbaar en betreurbaar gedrag van Iran. Maar het enige verwijtbare gedrag dat de resolutie uitdrukkelijk noemt, is dat Iran tot aan 2003 een omvangrijk nucleair programma bezat dat verborgen werd gehouden voor IAEA-inspecteurs. Dat is niets nieuws.

In de resolutie wordt ook heel veel betreurd: dat het IAEA nog steeds niet begrijpt wat de bedoeling was en is van het Iraanse nucleaire programma. Dat Iran er nog steeds geen eind aan heeft gemaakt. Ja, dat Iran zelfs opnieuw is begonnen aan de productie van uraniumhexafluoride (de zogenoemde `conversie' die het uranium geschikt maakt voor verrijking). Ook wordt betreurd dat het Iraanse parlement het zogeheten Additionele Protocol nog steeds niet ratificeerde. Dat protocol geeft IAEA-inspecteurs extra bevoegdheden en staat verrassingsinspecties toe. Maar het IAEA heeft herhaaldelijk erkend dat Iran de regels van het protocol wel degelijk naleeft.

Het is het op 2 september uitgebrachte inspectie-rapport van het IAEA (Gov/2005/67) dat duidelijk maakt wat Iran werkelijk wordt verweten. De IAEA-inspecteurs blijken in hun pogingen een sluitende reconstructie te maken van Irans geheime kernprogramma vast te lopen in een kat-en-muis spel dat als twee druppels water lijkt op dat van tien jaar geleden in Irak. Zo worden pogingen om inzicht te krijgen in de administratie van de destijds geheim gehouden transacties tussen Iran en het buitenland stelselmatig gesaboteerd. Ook blijken documenten vaak onvindbaar, vernietigd of op cruciale plaatsen onleesbaar. Het IAEA slaagt er bovendien niet in de destijds betrokken personen te spreken te krijgen.

Ook is er een aantal aanwijzingen dat Iran onjuiste verklaringen afgeeft. Zo heeft het land verklaard dat alle pogingem om plutonium terug te winnen uit oude splijtstof in 1993 waren beëindigd. Maar het atoomagentschap vond plutoniummonsters die jonger waren dan twaalf jaar.

De ergernis van het IAEA is waarschijnlijk vooral groot omdat het agentschap probeert inzicht te krijgen in het opereren van het netwerk rond de Pakistaanse atoomgeleerde A.Q. Khan, dat ook Iran van veel nucleaire knowhow en apparatuur voorzag. Nog steeds is niet duidelijk welke landen door het netwerk werden bevoorraad. Uit het laatste rapport blijkt opnieuw dat de Europese toeleveraars van Khan ook op persoonlijke titel aanbiedingen deden aan Iran.

Het atoomagentschap stelt nu eisen aan Iran die uitdrukkelijk verder gaan dan de verplichtingen uit het non-proliferatieverdrag NPV. Zo eist men ook toegang tot militaire installaties. Werd tot voor kort de stopzetting van verrijkingsactiviteiten slechts als een `vertrouwenwekkende maatregel' beschouwd, inmiddels is de `volledige en langdurige opschorting' van die activiteiten een voorwaarde geworden. Het zijn eisen waaraan Iran waarschijnlijk niet zal willen voldoen.

    • Karel Knip