Geweld Libanon nog niet voorbij

De Libanese journaliste May Chidiac is het jongste slachtoffer van geweld in Libanon. De spanning neemt toe nu het onderzoek naar de moord op ex-premier Hariri vordert.

Iedereen in Libanon kent May Chidiac van het televisiescherm. Ze is presentatrice voor de christelijke televisiezender LBC (Lebanese Broadcasting Corporation) en gisteren nog trad ze in de studio op als gastvrouw in een politiek praatprogramma. De 40-jarige journaliste staat ook bekend om haar kritische houding jegens buurland Syrië, jarenlang de belangrijkste speler achter de schermen in het Libanese krachtenveld, en volgens velen de instigator van de moord, afgelopen februari, op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri.

Die anti-Syrische opstelling is ook de reden, vermoeden waarnemers, dat May Chidiac gistermiddag na afloop van haar werk doelwit werd van een aanslag. Ze raakte zwaargewond toen in het noorden van Beiroet een bom naast of onder haar auto ontplofte, vlak nadat ze was ingestapt. Chidiac is volgens waarnemers het jongste slachtoffer in het geweld dat is bedoeld om de anti-Syrische krachten in Libanon te intimideren. In juni werd een collega van haar, krantencolumnist Samir Kassir, gedood toen zijn auto werd opgeblazen. En in dezelfde maand kwam een communistische politicus om het leven bij een soortgelijke aanslag.

De jongste geweldsexplosie, in een langere reeks in de afgelopen maanden, komt op een precair moment. Juist vorige week bezochten de Duitse diplomaat Detlev Mehlis en zijn team Syrië in het kader van het onderzoek dat zij namens de Verenigde Naties verrichten naar de moord op ex-premier Hariri. De verwachting is dat de onderzoekscommissie volgende maand haar rapport zal publiceren, met mogelijk nieuwe, explosieve aanwijzingen voor Syrische betrokkenheid bij de moord op Hariri. De ironie wil dat presentatrice Chidiac in haar programma van gisteren juist debatteerde over de kans op nieuw geweld in de aanloop tot de publicatie van het onderzoeksrapport.

Het onderzoek van Mehlis en zijn team wordt door alle partijen met argusogen gevolgd. Direct na de moord op Hariri werd met de beschuldigende vinger naar Syrië gewezen, dat betrokkenheid ten stelligste ontkende maar vervolgens besloot om na groot openbaar protest in Libanon zijn ongeveer 15.000 manschappen uit dat land terug te trekken. In verband met de moord op Hariri zijn in Libanon vier pro-Syrische generaals in staat van beschuldiging gesteld, maar zij worden, ondanks mogelijke betrokkenheid, slechts beschouwd als handlangers.

Onder grote druk van de VN stemde Damascus eerder deze maand in met uitbreiding van het onderzoek van Mehlis en de zijnen naar Syrië zelf. Naar verluidt heeft Mehlis vorige week op een geheime locatie buiten de hoofdstad Damascus ten minste acht Syrische officieren verhoord die verantwoordelijkheid droegen voor de veiligheidssituatie in Libanon.

In Libanon heeft de eind juli aangetreden premier Fouad Siniora, die de eerste Libanese regering sinds 1976 leidt die niet onder Syrische dominantie staat, al gezegd ,,persoonlijk'' van mening te zijn dat president Emile Lahoud ,,moet aftreden'', nadat de arrestatie van de vier Libanese generaals, uit de directe omgeving van de president, bekend was geworden. Maar Laboud, ,,verbijsterd'' door de oproep van de premier, zegt daar niet aan te denken.

Misschien wordt dat anders als de VN-commissie volgende maand haar bevindingen klaar heeft. Dat geldt ook voor Syrië, dat toch al onder Amerikaans vuur ligt omdat het volgens de VS de rebellen in Irak steunt. Bewijs voor Syrische betrokkenheid bij de moord op Hariri zou Damascus verder in de hoek drijven.