Fluwelige melancholie bij Earl Wild

Kan melancholie vitaal en krachtig klinken? Dat kan wanneer de Amerikaanse meesterpianist Earl Wild, die zijn 90ste verjaardag kwam vieren in het Amsterdamse Concertgebouw, met zijn reusachtige handen melancholie transformeert tot klinkende magie.

Passend in de traditie van de grote romantische pianisten, is Wild dol op pianotranscripties. Hij heeft er ruim veertig op zijn naam staan, waaronder zijn bewerking van het langzame deel uit het Hoboconcert in d van Benedetto Marcello, volgens Wild `een van de mooiste en meest elegante melodieën van de achttiende eeuw'.

Om het lyrische effect te versterken, transponeerde Wild het stuk naar c-klein en vertraagde hij het tempo. In deze metamorfose bleek Marcellos Adagio het ideale voertuig voor de sterkste troef die Wild als pianist in handen heeft: zijn prachtig zingende toucher, waaruit ongekende rust, warmte en ruimdenkendheid spreekt.

In een interview uit 1984 gaf Wild het recept prijs voor zijn uitzonderlijke toonvorming: ,,Ik til mijn handen alleen op van het toetsenbord om de spieren van mijn armen te ontspannen. Ik verlies nooit het contact met de toetsen. Door je handen er recht boven te houden, heb je beter contact en meer tonale controle.''

Wild is meer zanger dan bouwer, bleek tijdens zijn rommelige maar expressieve vertolking van Beethovens Sonate nr. 7 in D. De ijzersterke architectuur van misschien wel de mooiste sonate die Beethoven heeft gecomponeerd, had in de lezing van Wild de allure van een kaartenhuis. Los van de kleine technische onvolmaaktheden die bij een legendarisch virtuoos van het formaat van Wild niet terzake doen, ontbrak het de maestro aan gevoel voor timing en spanningsopbouw. Maar ook nu excelleerde de pianist in zijn fluwelen verklanking van het melancholieke Largo e mesto, waarvan Wild intuïtief en spontaan de ontzagwekkende gemoedsbewegingen volgde.

Dat een man van negentig nog altijd kan musiceren als een rusteloze jongeling, bewees Wild in zijn temperamentvolle lezing van de Fantaisie-Impromptu in cis, (op. 66) van Chopin.

Ook in de andere stukken van Chopin, de Ballade nr. 1 in g, (op. 23); Scherzo nr. 2 in bes, op. 3; Ballade nr. 3 in As, (op. 47) wist Wild met de elegantie van een romantische dandy te verleiden en ontwapenen. In Les jeux d'eau à la Villa d'Este van Liszt kabbelde het water suggestief hemelwaarts. Een blackout tijdens de onstuimige vertolking van zijn `onspeelbare' bewerking van de Mexican Hat Dance, lachte Wild weg met de gedenkwaardige grandeur van een Grand Seigneur.

Serie Meesterpianisten: Earl Wild. Gehoord: 25/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/10, 20u.