Democratisch bezoek in China

Het verrassende bezoek van een groep Hongkongse parlementariërs aan China moet worden gezien in het licht van uitspraken van premier Wen. Die sprak eerder deze maand over democratische hervormingen.

Hongkongs meest bekende activist en parlementariër, Leung Kwok-hung, stak gisteren de Chinees-Hongkongse grens over in een zwart T-shirt met daarop een afbeelding van de tanks die op 4 juni 1989 een bloedig einde maakten aan de studentenopstanden op het plein van de Hemelse Vrede. ,,Het volk zal het nooit vergeten'', zo staat er in dikke rode karakters boven de tanks geschreven.

Het parlementslid brengt een officieel bezoek aan China en is samen met alle andere leden van het Hongkongse parlement ontvangen door de hoogste baas van de communistische partij van de provincie Guangdong (Kanton), Zhang Dejiang.

Het bezoek duidt op een verrassende dooi in de voorheen uiterst koele betrekkingen tussen China en die leden van het Hongkongse parlement die ijveren voor meer democratie in de voormalige Britse kroonkolonie. Leung mocht China net als tien andere parlementsleden al zestien jaar niet binnen.

China en Hongkong mogen dan officieel één land vormen, in Hongkong gelden andere regels dan in China. De democratische activiteiten en geluiden die in Hongkong zijn toegestaan, zijn in China nog steeds streng verboden. De democraten ijveren voor een Hongkong onder een eigen Hongkongs, niet door Peking beïnvloed bestuur, voor rechtstreekse verkiezingen van de hoogste leider van Hongkong, en voor directe verkiezingen van alle leden van het parlement. Nu wordt slechts de helft rechtstreeks gekozen.

Het zijn allemaal zaken die Peking verfoeit, niet in het minst omdat een werkelijk democratisch Hongkong de burgers in de Volksrepubliek zou kunnen verleiden om ook rechtstreekse verkiezingen te eisen.

Wat beweegt Peking ertoe om de democraten nu opeens toch tot China toe te laten? De veranderde Chinese houding kan gezien worden in het licht van de opvallende uitspraak die de Chinese premier Wen Jiabao eerder deze maand deed, voorafgaand aan een top tussen de Europese Unie en China. ,,China gaat door met zijn ontwikkeling van een democratische politiek (...) inclusief rechtstreekse verkiezingen'', zo zei Wen toen.

China begon eind jaren tachtig te experimenteren met rechtstreekse verkiezingen op dorpsniveau, en inmiddels kiezen 660.000 dorpen hun eigen dorpshoofd. China heeft dat experiment tot nu toe nog steeds niet uitgebreid naar het hogere niveau van de gemeente. Wen gaf aan dat wel te willen. ,,Als de Chinese bevolking een dorp kan besturen, dan geloof ik dat het over een aantal jaar ook een gemeente kan besturen'', zo zei Wen. Hij zei daarbij wel dat dergelijke hervormingen ,,stap voor stap'' moeten worden ingevoerd, want de huidige generatie Chinese leiders is voor niets banger dan voor chaos.

Wat Wens drijfveren zijn, blijft voorlopig raden. Wil hij de voorzichtige democratische hervormingen van eind jaren tachtig nieuw leven inblazen omdat hij gelooft dat democratie voor China net zo onontbeerlijk is als de economische hervormingen eerder waren? Of zijn zijn uitspraken vooral cosmetisch bedoeld, en doet hij zo een poging om de angst van de buitenwereld voor China's groeiende macht in de wereld te verzachten?

Er is ook nog een derde mogelijkheid: Wen wil in China wel geleidelijk een democratisch systeem invoeren, maar dan zonder de alleenheerschappij van de communistische partij aan te tasten. Dat zoiets niet onmogelijk hoeft te zijn, blijkt uit wat er nu gebeurt op dorpsniveau. De dorpelingen kiezen vertegenwoordigers die niet altijd lid zijn van de communistische partij, maar die het toch niet in hun hoofd zullen halen om tegen de partij in te gaan. Doen zij dat toch, dan zorgt de partij dat zij een volgende keer niet op de kandidatenlijst komen.

Die strategie werkt alleen zo lang onafhankelijke kandidaten zich niet in een eigen partij mogen verenigingen, maar over het toestaan van onafhankelijke democratische partijen, in China nu nog streng verboden, heeft Wen zich wijselijk niet uitgelaten.