Beeld

Bij café De Schaapskooi, op de hoek van de Albert Cuypstraat en de Eerste Sweelinckstraat in de Amsterdamse Pijp, kunnen ze nog veel plezier beleven van het bedevaartsoord dat er begint te ontstaan. Hier zetelt de in Chinees brons gegoten herinnering aan André Hazes.

Er was zaterdagmiddag een permanente wemeling van mensen rond het beeld. Fans raakten het aan en lieten zich fotograferen terwijl ze het aanraakten, op de sokkel lagen bloemen en blikjes Heineken en iemand had een plastic tuiltje rozen onder de rechterarm van Hazes gevlijd. Op een karton tegen de achterkant hadden Brabantse spellingshervormers met grote letters geschreven: ,,Tilburg houd van jouw, André.''

Er vielen niet louter devote geluiden op te tekenen, nu zelfs in De Telegraaf een zacht, maar gestaag `schande-schande'-geroep opstijgt vanwege de commerciële uitbating van de volkszanger door zijn weduwe.

,,Swiebertje had zo'n beeld moeten krijgen'', zei een middelbare Amsterdamse met een hard, gebruind gezicht onder een struik spierwit gebleekt haar. Ze praatte tegen een bevriend echtpaar dat gedwee luisterde. ,,Dát was tenminste een bijzonder persoon. En een héér...''

Ze knikte minachtend naar het beeld. ,,Hém zag ik gisteren nog op tv, met die opgezwollen harses. Het is een mooi beeld, maar waar heeft die dronkelap het aan verdiend? Toch niet aan dat wijf van 'm dat als kindermeisje zijn gezin kapotmaakte?''

Nederland heeft nu zijn eigen Yoko Ono en ze heet Rachel. Er zal nog veel rond haar gestampvoet worden, want zij heeft de rechten, en ook als zelfs haar man liever in Noordwijk per vuurpijl de kosmos wordt ingeschoten, mag zij beslissen dat het Hoek van Holland wordt. Het weduwschap als beroep en roeping – waarom niet?

Over het algemeen hoor je weinig klachten over de esthetiek van het beeld van Hazes. ,,Zó was-ie.'' Maar ik zie er vooral de goedkeuring in terug van een weduwe die helemaal naar China reisde om de vorderingen van de kunstenaars te inspecteren. Zoals een schrijversweduwe de dagboeken van haar man vóór publicatie zuivert van zijn lelijkste misstappen. Het beeld toont ons een jonge, goed verzorgde en netjes gekamde kloon van Hazes, een man van brave liedjes op de EO-jongerendag. Een beeld zonder blues, zonder smart, zonder verloedering – zonder Hazes dus.

Trouwens, wat moeten we straks toch met al die beelden? Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Sylvia Millecam, André Hazes – krijgt voortaan iedere bekende Nederlander die een dramatische dood sterft zijn beeld? Hoe voorkomen we dat er over vijftig jaar een ware beeldenstorm door Nederland raast, aangeblazen door een jonge generatie die geërgerd roept: ,,Wie zijn dat eigenlijk?''

Als ze maar diep genoeg in de archieven duiken, zullen ze merken dat er zich in onze tijd al hele controverses rond die vraag afspeelden. De animo om dat over te doen, zal niet groot zijn. Misschien zet een discjockey nog eens een oud cd'tje van Hazes op om meteen erna verontschuldigend uit te roepen: ,,Dat vonden ze toen mooi.''