Anti-oorlogdans op opblaasbare tanks

Een groepje in glitterjurken gehesen feestgangers staat doodstil bijeen. Als bevroren kijken ze naar een groot videobeeld. Dat toont een angstaanjagende grote straaljager die door het luchtruim tuimelt met decibelnorm overschrijdende doemklanken completeren het plaatje. In de epiloog maakt de Duitse choreograaf VA Wölfl nog eens helder waar Revolver over gaat. Deze dansvoorstelling, te zien op het festival De internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg, gaat over oorlog, over Irak of vul maar in, over hoezeer wij decadente westerlingen dat allemaal laten gebeuren. We staan erbij en kijken ernaar.

Of je deze simplistische visie nu wel of niet deelt, theatraal gezien werkt dit tableau vivant sterk. Het openingsbeeld is eveneens erg krachtig. Op een door witte doeken afgeschermd toneel staan twee grote opblaasbare tanks, van witte stof. De lopen van de tanks bewegen, maar ze lijken eerder goedmoedige monsters dan zaaiers van dood en verderf. Aan dit vervreemdende pop art decor kun je zien dat VA Wölfl van origine beeldend kunstenaar is. Een métier dat hij helaas niet echt beheerst is dat van theatermaker. Want de bijna twee uur durende danstheatrale invulling tussen het openingsbeeld en slot in is uitermate mager.

Om zijn politiek geëngageerde statement duidelijk te maken - we dansen op een vulkaan of we willen niet echt beseffen wat in de wereld gaande is - laat hij zijn dansers melige discodansjes doen en een sfeer van opgeklopte vrolijkheid uitstralen. Nu valt dat nog in het kader te plaatsen. Maar de losse acts die de dansers bij herhaling ieder voor zich doen, zijn zelfs bij elkaar opgeteld volkomen oninteressant. Eentje presenteert een goocheltruc, een ander schurkt zich in onmogelijke hangposes tegen de muur. Een danseres schudt met haar haren heftig heen en weer, een danser met een apenmasker op neemt de houding van Rodins Denker aan. Enzovoort. En als verbindende factor functioneert een danser die bij voortduring Elvis Presleys Can't Help Falling in Love kweelt.

Echt hilarisch worden de acts niet, noch beklemmend. De scherpte en diepte die je bij dit thema zou wensen, ontbreken. De eindeloze verkleedpartijen van de dansers die op de voorste rij van de publiekstribune zitten en eveneens toekijken - was Pina Bausch daar niet ooit de uitvinder van? - werken een toenemend gevoel van verveling in de hand. De verlossing komt pas bij de epiloog die als postscriptum op het applaus volgt.

Charmant en interessant was daarentegen Histoire(s) van de Spaanse danseres Olga de Soto. Zij heeft als een oral history documentairemaker herinneringen vastgelegd van enkele mensen die in hun jeugd Jean Cocteau's ballet Le jeune Homme et la Mort (1946) zagen. Het stuk maakte indertijd diepe indruk en is naderhand gezien als eerste existentialistische moderne ballet. De concrete balletpassen van choreograaf Roland Petit zijn de acht ooggetuigen na zestig jaar vergeten, maar de kern weten ze raak te benoemen.

Balletpassen mogen dan vluchtig zijn, en een beeld kan vervagen, de betekenis blijft je bij, zo zien we hier. De Soto brengt haar videodocumentaire op conceptueel gekunstelde manier in het theater, met projecties op steeds grotere schermen. Dat is overbodig, want haar liefdevol gemaakte Histoire(s) spreekt als waardevol dansdocument voor zich.

De Internationale Keuze: Revolver door Neuer Tanz. Choreografie: VA Wölfl. Histoires(s). Regie: Olga de Soto. Gezien: Rotterdamse Schouwburg 23/9.