Aanslagen in Irak en vrijlating

Bij een zelfmoordaanslag in de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn vanochtend zeker tien mensen gedood. De slachtoffers, onder wie zeven politieagenten, zaten in een bus die bij een controlepost in de buurt van het ministerie van Olie werd geramd door een auto vol explosieven.

Volgens de Iraakse politie werden het afgelopen weekeinde in en om de hoofdstad al zeker 26 mensen gedood bij verschillende aanslagen. Voor het eerst in bijna een jaar braken gisteren in de wijk Sadr City gevechten uit tussen aanhangers van de shi'itische leider Muqtada al-Sadr en Amerikaanse troepen. De Amerikanen kwamen in actie nadat een Iraakse patrouille in een hinderlaag was beland. Bij het vuuurgevecht, dat anderhalf uur duurde, werden acht shi'itische strijders gedood.

Intussen is het Amerikaanse leger begonnen met een nieuw onderzoek naar mishandeling van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen. Vrijdag publiceerde Human Rights Watch een rapport waarin drie militairen melding maken van mishandelingen vergelijkbaar met die in de Abu Ghraib-gevangenis, op de militaire basis Mercury nabij de Iraakse stad Falluja. Volgens een van de drie, een kapitein die in 2002 en 2003 in Afghanistan diende, zijn ook in dat land gevangenen mishandeld. Hij zegt dat het leger hem tegenwerkte toen hij zijn klachten openbaar wilde maken en met Senaatsleden wilde bespreken.

Vanochtend liet het Amerikaanse leger ruim 500 gedetineerden vrij uit de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad. Later deze week zal nog ongeveer een even groot aantal vrijkomen. Dat gebeurt op verzoek van de Iraakse regering aan de vooravond van de vastenmaand ramadan. Degenen die vrijkomen, hebben geen ernstige misdaden op hun geweten, hebben hun daden bekend en beloofd om ,,goede burgers van Irak'' te worden, aldus een legerverklaring.