Universiteitje

Leo Prick reageert nogal stevig op een opiniestuk waarin ik ervoor pleit om naast universiteiten ook instellingen van hoger beroepsonderwijs (hbo's) in beginsel het recht op een onderzoeksbudget van de overheid te geven (zie `Universiteitje spelen', W&O 10 sept.) Volgens Prick heb ik mezelf publiekelijk geblameerd met een kreupel verhaal. Voor de wetenschap geldt immers hetzelfde als voor voetbal: wie goed genoeg is, promoveert naar de eredivisie. Laat verder de tweede divisie (in casu de hbo's) maar gewoon de tweede divisie blijven.

Natuurlijk is het waar dat hbo-medewerkers met wetenschappelijke talenten kunnen proberen een plek aan de universiteiten te veroveren. In de voetbalwereld gaan de beteren ook omhoog en de slechten gaan omlaag. Hier wringt echter de schoen. Wie in de academische wereld niet naar behoren onderzoek doet, wordt niet naar een hbo gedegradeerd. De universiteit of de faculteit die geen prestaties levert en onderaan de eredivisie bungelt, blijft zitten waar hij zit.

Het ontbreken van een academische degradatieregeling leidt om meerdere redenen tot concurrentievervalsing. Ten eerste werkt daardoor de academische wereld als een closed shop waar buitenstaanders (de hbo's) geen toegang toe hebben, zelfs als ze daar wel de capaciteit voor hebben. Het ontbreken van echte concurrentie in de academische wereld is fnuikend voor de kwaliteit. De tweede reden is dat de universitaire faculteiten op oneigenlijke gronden studenten kunnen werven ten koste van de hbo's. Dat werkt als volgt. In het Nederlandse financieringsstelsel worden de hbo's en universiteiten per student betaald. De universiteiten krijgen per student een toeslag voor onderzoek, de hbo's niet.

Dat de financiering per student tot excessen kan leiden is bij de hbo's gebleken waar spookstudenten werden ingeschreven die nooit een stap binnen een hbo-instelling zouden zetten.

Universiteiten bezondigen zich niet aan een dergelijke fraude. Zij halen een heel ander soort spookstudenten binnen. Zij weten dat veel studenten naar de universiteit komen enkel om daar een diploma te halen en daarna een mooie baan in het bedrijfsleven te vinden. Academische belangstelling is hen vreemd, en zij zouden evengoed door een hbo bediend kunnen worden. Deze studenten zouden zeker naar een hbo gaan als ze daar ook het academische stempel zouden kunnen krijgen. In de strijd om de student kan de universiteit met zijn monopolie op academische kwaliteit daar echter een stokje voor steken. Wetende dat deze studenten op zoek zijn naar hapgrage brokken zonder academische uitdaging, hebben de universiteiten de afgelopen jaren tientallen `pretstudies' in het leven geroepen. Studies zonder academische pretentie die eigenlijk tot het werkterrein van de hbo's behoren. Hbo's worden daardoor op een oneigenlijke manier van hun klanten beroofd, en universiteiten kunnen mooi weer spelen met geld dat eigenlijk de hbo's toebehoort.

Als hbo's zich universiteit mogen noemen, zijn we van dergelijke vormen van oneigenlijke concurrentie door de universiteiten af. De `echte' universiteiten kunnen zich dan weer wijden aan hun kerntaak, het verzorgen van onderwijs en onderzoek op academisch niveau.

Hoogleraar openbare financiën, Universiteit van Tilburg

    • Harrie Verbon