't Hoofd, 't Hart en de arme ziel

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Welke leeslijstklassiekers hebben de `literaire X-factor'? Zijn rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij Het woeden der gehele wereld van Maarten 't Hart.

De kerken lopen leeg, de verhalen en symbolen van het christendom raken vergeten, en de Heere is haast een meneer geworden; maar aan de ex-gereformeerde doodgraverszoon Maarten 't Hart (Maassluis 1944) zal het niet liggen als straks niemand zijn Bijbel meer kent. In al zijn romans en verhalen, in zijn autobiografische werk en zijn essayistiek, schemert zijn liefde voor het Boek der Boeken (én de bijbehorende `tale Kanaäns') door.

Zo ook in Het woeden der gehele wereld, de roman waarmee 't Hart in 1993 op een glorieuze manier varieerde op de romans en verhalenbundels die hem in de jaren zeventig beroemd hadden gemaakt. Opnieuw schreef hij over een eenzelvige jongen in een Zuid-Hollands plaatsje dat wordt beheerst door het calvinisme; opnieuw is zijn hoofdpersoon in conflict met zijn strenge ouders en ongelukkig in de liefde; opnieuw spelen de muziek en de natuur een belangrijke rol in het verhaal. Maar wat dit tot een van de aantrekkelijkste boeken uit 't Harts oeuvre maakt, is het thrillerelement waarmee hij de ouderwetse ontwikkelingsroman onder spanning zet. De kern van het boek is de raadselachtige (en historische) moord op een politieagent tijdens een evangelisatiecampagne in 1956. Die gebeurtenis beheerst niet alleen het verdere leven van de twaalfjarige Alexander Goudveyl (die er getuige van was), maar blijkt ook zijn wortels te hebben in de mislukte Engelandvaart van een groepje vluchtelingen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

De plaats van handeling – tenminste, totdat Alexander het huis uit gaat om in Leiden te gaan studeren – is `'t Hoofd', een gesloten gemeenschap aan de Nieuwe Waterweg met eigen zeden en een eigen idioom waar Alexanders importouders nooit ingeburgerd zijn. Het slaperige vissersdorp blijkt gaandeweg de roman een poel des verderfs; moord is maar één van de perversiteiten waaraan de mannenbroeders zich overgeven, naast pedofilie, kinderroof en cross-dressing. En te midden van de filistijnen (onder wie zijn vader de ergste is) moet de muzikaal begaafde Alexander zijn weg vinden: manieren zoeken om uit te groeien tot de componist die hij in de dop is. Zijn pianolerares en een kunstminnende apotheker beschouwt hij als handlangers bij zijn ontsnapping uit een wereld `waarin een jongen zoals ik een ,,gassie'' heeette, een wereld waarin mijn vader hoopte dat ik ,,schik zou krijgen in een hersteld hittepetitje''.' Net als de 18de- en 19de-eeuwse vertellers die hij bewondert, is 't Hart bijzonder geïnteresseerd in romanpersonages die zich aan hun sociale klasse ontworstelen. En net als Fielding en Dickens heeft hij enkele onverwachte plotwendingen voor de lezer in petto.

't Hart is een musische schrijver; veel van zijn romans zijn opgebouwd als muziekstukken, het wemelt in zijn werk van de verwijzingen naar zijn favoriete componisten, en een paar jaar geleden schreef hij zelfs het begeleidende boekje bij de Kruidvatuitgave van de cantates van Bach. Je kunt je er dan ook over verbazen dat zijn stijl vaak zo rommelig en onmuzikaal is. Ook in Het woeden van de gehele wereld, genoemd naar een regel uit een lied van Fauré, zijn niet alle zinnen van goud. Maar daar staat veel tegenover: een goede misdaadintrige (de roman werd zelfs bekroond met de Gouden Strop), een mooi beeld van de Bildung van een muzikaal buitenbeentje, twee voorbeelden van 't Harts vermogen om hopeloze verliefdheden glans te geven, en een aantal melancholieke passages, waarvan de volgende niet de minste is: `Hoe eigenaardig dat je op zo'n zonverlicht moment denkt dat het hele leven voor je ligt, terwijl zo'n moment achteraf het ware leven blijkt te zijn'.

Reacties: steinz@nrc.nl

    • Pieter Steinz