Studenten toeslagpartners?

Zijn bewoners van studentenhuizen elkaars toeslagpartner? In een discussie op de universiteit kwamen we er niet uit en ook de toelichtende website bracht geen zekerheid. Wat immers is een gezamenlijke huishouding?

Om in aanmerking te komen voor de zorgtoeslag, die als compensatie dient voor de hogere ziektekostenpremies in 2006, moeten mensen eerst vaststellen of ze een toeslagpartner hebben.

Een toeslagpartner is een echtgenoot of een geregistreerde partner. Maar hoe zit het met studenten die met elkaar samenleven in een studentenhuis?

Op de website van de Belastingdienst staat een pijlenschema. Om de vragen goed te kunnen beantwoorden, moet u weten wat een `gezamenlijk huishouden' is.

Een medewerker van de Belastingdienst zegt desgevraagd dat veel afhangt van individuele omstandigheden. Belangrijk is of er meerdere studenten staan ingeschreven op één woonadres. Wie een eigen kamer heeft in een studentenhuis, kan een eigen woonadres hebben en daar voor de belastingdienst alleen wonen. Maar het kan ook zo zijn dat diegene dat woonadres deelt met anderen. Een andere factor is of het huis tien deurbellen heeft of dat de studenten dezelfde bel delen.

Volgens de Belastingdienst voeren studenten een gezamenlijk huishouden wanneer ze samen de huisvestigingskosten dragen en de kosten van levensonderhoud. Anders gezegd, als ze de huur en het eten op individuele basis betalen zijn ze waarschijnlijk niet elkaars toeslagpartner. Wordt het eten uit een gezamenlijke pot betaald, dan wel.

Wie met meerdere studenten in één huis woont en met hen een gezamenlijk huishouden voert, mag zelf kiezen wie zijn toeslagpartner wordt, zegt de Belastingdienst.

Dit is de vierde aflevering van een serie waarin de redactie vragen van lezers over het nieuwe zorgstelsel beantwoordt. Wie een vraag heeft, kan deze e-mailen naar zorgstelse@nrc.nl