Overleven in het labyrint van de armoede

Zestig miljoen Afrikanen zijn gehandicapt. Ze behoren vrijwel allemaal tot de armsten van de armen, zo blijkt uit onderzoek dat de Afrikaanse Unie dat deze week uitbracht.

De rolstoel van George blijft steken in de smurrie van modder, stront en afval. ,,Het is nog maar een klein stukje naar mijn huis, lacht hij, als omstanders hem door de zoete geur van rottend vuilnis naar zijn huisje dragen. Op het binnenplaatsje benemen kleren aan de waslijn het uitzicht. Rook van een pannetje op houtskool irriteert de ogen. ,,Welkom in Kibera'', zegt George met een ruim gebaar naar zijn krot in de sloppenwijk.

Vocht en duisternis heersen in zijn onderkomen van twee bij drie meter waarin Jezus Christus wel zes keer aan de wand hangt. George slaapt op een matras. Zijn zeven kinderen en twee kippen nestelen zich `s avonds op de modderige grond. ,,Je slaap nooit rustig in Kibera'', vertelt hij met nog steeds een brede glimlach op zijn gezicht.

De 50-jarige George heeft geen benen en verbogen armen. Hij is een gedrocht, maar een bloem in de modder van Kibera. Er straalt een fel licht uit zijn ogen, alsof niet de armoede maar hij de toon aangeeft in de sloppenwijk van de Keniaanse hoofdstad. Wat is zijn beroep? ,,Beggarstreet'', antwoordt hij. Bedelaar dus. Met op goede dagen een inkomen van twee euro. De dagen rond kerst zijn het beste voor een bedelaar, dan verdient hij per dag soms wel vijf euro.

Sinds 1979 woont George in Kibera. Het stukje akker van zijn vader in West-Kenia was te klein om te verdelen onder acht broers. Bovendien had George rond zijn tiende polio gekregen. Daar moesten kwade geesten de hand in hebben en dus verbande zijn familie hem van het huiselijke erf. ,,Ik voel me altijd achtergelaten'', zegt George. ,,Elke keer moet ik weer afwachten of iemand me wil dragen.''

In een hoek op het binnenplaatsje onder het wapperende wasgoed stinkt het naar pis. Hier doen George en de andere 24 bewoners rond het binnenhofje hun behoefte. Twee mannen houden hem in de lucht, hij poept op een stuk plastic, waarna de uitwerpselen over de schutting worden gekwakt. George laat zich wassen in zijn huisje, met vijf liter water die hij voor twee shilling heeft gekocht.

George leidt me door Kibera. Zijn rolstoel wringt zich door de nauwe steegjes die tevens riolering zijn. Een extreem dikke drol drijft langs. ,,Die is zeker niet van mij, zoveel heb ik gisteren niet kunnen eten'', schatert hij. Wanneer een groepje jongeren passeert, gebaart hij me op mijn spullen te passen. ,,Er leven veel te veel misdadigers in Kibera'', klaagt hij.

George stuurde zijn oudste zoon onlangs weg naar zijn familie in West-Kenia. ,,Hij kwam steeds vaker dronken thuis en hield zich op met dieven. Je weet wat er met criminelen in Kibera gebeurt. Die worden overgoten met paraffine, een lucifer erbij en de boosdoener gaat op in rook.''

Door het uit krakkemikkige luidsprekers stromende hiphopgeweld langs het pad met winkeltjes bereiken we een grote open ruimte naast de spoorweg die zich door Kibera wringt. Een wervelwindje werpt een wolkje plastic zakken in de lucht, George veegt zweet en plastic zak van zijn voorhoofd. Het veld wordt omlijst door bergen plastic flessen. Op zaterdag spelen inwoners van Kibera hier volleybal. Op zondag klinkt hier het woord van God.

En op andere dagen worden hier oorlogen uitgevochten. ,,Ik kom hier liever niet'', vertelt George. ,,Als er gevechten uitbreken, kan ik niet snel genoeg vluchten.''

Inwoners van Kibera werken nauwelijks samen, hoewel ze vrijwel allen tot dezelfde Luo-stam behoren. Ze slaan niet de handen ineen voor verbetering van hun lot maar vliegen elkaar in de haren. De politie houdt zich liever zo ver mogelijk verwijderd van dit explosieve labyrint van de armoede.

We nemen afscheid. Mijn laatste vraag aan George stuit op onbegrip: van wat voor toekomst droom je? Armen dromen niet van een toekomst. Dat is een luxe. Ze denken alleen aan morgen. ,,Ik weet het niet'', zegt George eindelijk na veel gepieker. ,,Ik denk dat mijn leven altijd hier in Kibera zal zijn, tot ik de kist inga.'' En opnieuw volgt zijn klaterlach: ,,Gelukkig heb ik maar een kleine en goedkope kist nodig.''

    • Koert Lindijer