Ouders

ONLANGS kreeg ik een boze reactie op een column die ik alweer enige tijd geleden heb geschreven over de Iederwijsscholen. De schrijfster liet me weten te schrijven `uit frustatie over de zoveelste column in de media waarin het onderwijs wordt afgeschilderd als een voorziening die totaal niet functioneert. En waarin dat niet-functioneren wordt geweten aan het onderwijs zelf, en aan de overheid. Waarin ouders volledig buiten schot blijven.'

Schrijfster, die vermeldde onderwijskundige te zijn, over de afkeurenswaardige rol van de ouders: `Zij nemen geen genoegen met een vmbo-t advies omdat ze dit te min vinden voor hun kinderen. Zij doen hun kinderen al vanaf groep drie op bijles. Naar mijn mening ligt het probleem dus zeker ook bij de ouders en zouden we dus eerder de mentaliteit van de ouders moeten veranderen dan het onderwijssysteem. Als het probleem al in het onderwijs moet worden gezocht is dit een imago-probleem, en zeker geen onderwijs-inhoudelijk probleem.'

In hun drang het onderwijs altijd maar weer te moeten `vernieuwen' zagen politici zich gesteund door het merendeel van de onderwijskundigen. Dat die laatsten dat wilden is eigenlijk logisch: zoals de ingenieurs bij Rijkswaterstaat dijken willen aanleggen, zo willen de ingenieurs van het onderwijs het schoolsysteem op de schop nemen. Evenals de ambtenaren en de politici op het ministerie, die zitten daar warempel ook niet voor niets. En zo heeft het kunnen gebeuren dat er in het onderwijs veel is vertimmerd en verbouwd. Als vervolgens blijkt dat ouders daar niet gelukkig mee zijn, krijgen zij de schuld van het mislukken van de in wezen zo zegenrijke vernieuwing.

Terwijl de politiek er inmiddels is achtergekomen dat de maatschappij niet zo maakbaar is als aanvankelijk gedacht, blijkt onze onderwijskundige nog niet zo ver. Zij vindt dat de ouders zich een andere mentaliteit moeten aanmeten. En die ouders moeten vooral ook geen eigen initiatieven tonen als ze niet tevreden zijn over het huidige onderwijsaanbod. Zo verwijt ze mij mijn opstelling ten aanzien van de Iederwijsscholen. Ik schreef dat er allerlei goede redenen zijn te bedenken waarom ouders in bepaalde gevallen voor een dergelijke school kiezen. Ik voegde daaraan toe het raar te vinden dat de overheid geen enkele controle uitoefende op de kwaliteit van die scholen. Gelukkig is dit laatste inmiddels wel het geval, waarbij is gebleken dat een deel ervan wel en een ander deel niet door de inspectiebeugel kan.

Maar ook hier wordt mij verweten dat ik te streng ben voor de overheid en te tolerant tegenover de ouders, want ook hen treft hier `in zekere zin zeker blaam', aldus de kundige, die meent dat ik ook wel eens zou mogen opmerken dat er heel veel goed gaat in het onderwijs en dat het daar zeker niet slechter mee is gesteld dan vroeger het geval was.

Nou, dat laatste mag ook wel. Het zou raar zijn als het met het onderwijs slechter gesteld zou zijn dan vroeger toen we het nog zonder onderwijskundigen moesten stellen. Toch waag ik het soms, in mijn somberste buien, daar aan te twijfelen. Dan denk ik dat er ongetwijfeld een en ander is verbeterd, maar dat dit niet geldt voor alle sectoren van het onderwijs. Dat er, om maar iets te noemen, vroeger veel minder sprake was van drop-out. Ook de ouders waren vroeger veel beter dan die van tegenwoordig. Zij waren minder veeleisend en vooral ook minder eigenwijs. Zij meenden dat de school, veel beter dan zij zelf, wist wat goed was voor hun kind.

lgm.prick@worldonline.nl

    • Leo Prick