Oude tijden herleven in de Bankrashal

De volleybalsters van het Nederlands team gaan naar Martinus om samen heel erg goed te worden. ,,Ik investeer in de hoop dat zich dat terugbetaalt.''

Twintig jaar na dato herleven in de Amstelveense Bankrashal oude tijden. Opnieuw gaan er volleybalinternationals fulltime samenwerken in hun streven met het Nederlands team de wereldtop te bereiken.

Waren het in 1985 de mannen, twee decennia later zijn het de vrouwen die op deze onorthodoxe manier hun ambities willen realiseren. Onveranderd is de naam van de bondscoach: Selinger. Maar was destijds Arie de inspirator, nu is dat zijn zoon Avital. Als een hommage aan beide trainers heet het Bankrasmodel nu Selingermodel.

Hoewel beide systemen voornamelijk overeenkomsten hebben, is er één essentieel verschil: waar de mannen toen uit de competitie stapten, gaan de vrouwen bij Martinus als clubteam verder. Bovendien stappen niet alle speelsters vanaf komend seizoen in het project; een zestal van de selectie die momenteel in Kroatië meedoet aan het Europees kampioenschap voegt zich een jaar later bij de nationale ploeg. Dat zijn voornamelijk de oudere, ervaren internationals die voor veel geld bij clubs in het buitenland spelen en voor wie het aspect van opleiding minder zwaar telt. In goed overleg is besloten, dat zij maar twee jaar van het driejarig traject tot (en met?) de Olympische Spelen van 2008 in Peking zullen meemaken.

De nauwe band met een club heeft een praktische reden. De Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo) mist de financiële middelen om internationals fulltime in dienst te nemen. Het Selingermodel is momenteel alleen uitvoerbaar met een club als donor. Het werd logischerwijs Martinus, dat in 1985 ook aan de basis van het Bankrasmodel heeft gestaan, dat er de clubcultuur voor heeft en waar de expertise op bestuursniveau aanwezig is. De andere clubs staan nogal vijandig tegenover een centralistische aanpak.

Het heeft er nog om gespannen of Martinus kon meewerken, omdat de financiering door hoofdsponsor HCC Net aanvankelijk maar voor één jaar werd gegarandeerd. Maar nadat vervolgens bij landskampioen Longa'59 uit Lichtenvoorde de medewerking stukliep op een veto van de leden, kwam Martinus opnieuw in beeld. Dankzij de uiteindelijke toezegging van de hoofdsponsor zich alsnog voor drie jaar aan het plan te committeren en de komst van een aantal co-sponsors kan het Selingermodel doorgaan. Waarbij zij opgemerkt, dat voor de laatste twee jaar extra sponsors gevonden moeten worden, omdat de selectie dan wordt uitgebreid met de zes nog ontbrekende internationals.

De meeste speelsters betalen voor hun streven letterlijk een hoge prijs, omdat zij bij Martinus voor een minimaal contractje gaan spelen en in vergelijking met hun huidige salaris flink moeten inleveren. ,,Ik laat echt heel veel geld schieten'', zegt Manon Flier, die bij haar Italiaanse club Novara had kunnen bijtekenen. ,,Ik heb om die reden ook heel sterk getwijfeld, maar de aanwezigheid van Selinger als trainer gaf de doorslag. Ik kan nog zó veel van die man leren. Ik investeer nu in mijn carrière in de hoop dat zich dat over drie jaar terugbetaalt. Ik vind het niet erg dat oudere speelsters nog een jaar veel geld opstrijken bij een buitenlandse club. Als zij bereid zijn twee jaar in het plan te investeren, vind ik voor iemand van mijn leeftijd (21, red.) drie jaar niet te veel gevraagd.''

Hoewel Martinus er geen mededelingen over doet, kan worden aangenomen dat het budget van het Selingermodel voor komend seizoen rond de 300.000 euro ligt. Buiten de contracten moet daar ook de huisvesting van een tiental speelsters in Amstelveen van betaald worden. Maar daarvoor krijgt Martinus de medewerking van een woningbouwcorporatie en springen ook Stichting Topsport Amsterdam en de gemeente Amstelveen bij. Martinus heeft daarnaast de bond beloofd de kosten voor Europees volleybal volledig voor zijn rekening te nemen.

Het Selingerplan kost de NeVoBo geen extra geld; pas na de competitie treden de internationals weer in dienst van de bond. Integendeel, de nieuwe constellatie is zelfs profijtelijk voor de NeVoBo, omdat Selinger bij zijn verplichte centrale trainingen op maandag, dinsdag en woensdag verzekerd is van een grote opkomst.

Daar was het afgelopen seizoen vaak geen sprake van, omdat veel clubs hun speelsters bij doordeweekse wedstrijden weghielden van de centrale trainingen. Er waren zelfs dagen dat Selinger met een handjevol volleybalsters in de Amsterdamse Sporthallen Zuid stond. En die situatie wilde hij niet laten voortduren, waarmee Martinus een probleem van de bond heeft opgelost.

De financiële zorgen worden nog verlicht met geld van sportkoepel NOC*NSF voor programma's ter voorbereiding op de Spelen. Hoewel technisch directeur Charles van Commenée, die bij het EK aanwezig was, geen toezeggingen deed over bedragen, liet hij er geen twijfel over bestaan het Selingermodel in de aanloop naar `Peking' te zullen ondersteunen.

De speelsters die vanaf dit seizoen voor Martinus hebben gekozen zijn: Chaïne en Kim Staelens, Manon Flier, Debby Stam, Floortje Meijners, Janneke van Tienen, Susan van der Heuvel, Sanna Visser, Carlijn Jans, Manon van Gruijthuizen en Suzanne Freriks. De zes speelsters die hebben toegezegd een jaar later in te stromen zijn: Ingrid Visser, Francien Huurman, Riëtte Fledderus, Elke Wijnhoven, Alice Blom en Caroline Wensink.

    • Henk Stouwdam