Op de proef

De Universiteit Utrecht geeft ambitieuze vwo'ers twee jaar lang bètaonderwijs. Scholieren zijn enthousiast over de practica, maar of ze een bètastudie kiezen is de vraag.

VIJF PAKKEN spinazie liggen in een hoek. Op lange tafels staan hakmachines van Braun. `Soms is biologie net koken', grinnikt student-assistent Karel Buizer. Hij is vijfdejaars biologiestudent aan de Universiteit Utrecht en assisteert deze maandagochtend bij het practicum. Acht meisjes en dertien jongens in witte labjassen trekken stelen van de spinazieblaadjes. Ze gaan bladgroenkorrels isoleren en sporen zoeken van de fotosynthese. Het is de eerste lichting vwo-leerlingen van het Junior College Utrecht. Een leuke groep om les aan te geven, zegt docent moleculaire biologie Fons Cremers van de Universiteit Utrecht. ``Precies dezelfde proef doe ik volgende week ook met mijn eerstejaars. Maar deze vwo-groep pakt de stof sneller op, sneller dan eerstejaars. Je geeft ze wat en ze kunnen ermee aan de slag.'' De student-assistent knikt: ``Ze stellen slimme vragen, vragen die je op grond van het stukje tekst dat ze krijgen, niet zou verwachten.''

Het Junior College is een tweejarig programma van de Universiteit Utrecht voor ambitieuze 5 en 6 vwo'ers met een bètaprofiel. Het programma loopt nu ruim een jaar. Andere universiteiten hebben ook projecten waarbij scholieren regelmatig over de vloer komen. De Vrije Universiteit laat ze onder de naam `De Vrolijke School' wetenschappelijk onderzoek doen. De Rijksuniversiteit Leiden heeft het Pre-University College, ook een tweejarig programma waarbij vwo'ers op de universiteit onderwijs volgen en onderzoek doen. Maar de Utrechtse variant gaat het verst: de lessen op de universiteit vervangen de exacte vakken op school. De vwo'ers volgen dus twee jaar lang bèta-onderwijs op het juniorcollege. Ze krijgen les van docenten van school en van universitair docenten.

Met het programma wil de Universiteit Utrecht vwo'ers warm maken voor bèta op de universiteit. De vraag is: lukt dat ook? Directeur Sanne Tromp van het Junior College heeft de indruk dat de meerderheid van de 23 zesdeklassers straks een bètaopleiding gaat doen. ``En we hopen dan natuurlijk in Utrecht.''

Maar bij rondvraag blijkt niet iedereen gewonnen voor een bètastudie. Louise van der Stok, 6-vwo'er van De Breul in Zeist, heeft nog geen flauw idee wat ze wil studeren. Ook niet na een jaar Junior College. ``Misschien ga ik er eerst een jaartje tussenuit'', zegt ze. Ze is wel positief over het Junior College. ``Het is minder saai dan op school. Je krijgt meer practica, je gaat dieper in op de stof. Ik vind bèta nu leuker dan bèta op de middelbare school.'' Erik van der Have van het Stedelijk Gymnasium in Utrecht is ook te spreken over het onderwijs op het Junior College. Maar of het straks een bètastudie wordt, weet hij nog niet. ``Ik vind economische vakken ook heel leuk.'' Quirine van 't Eind, zesdeklasser van Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarnevelt in Amersfoort, kiest wel een bètastudie. Alleen niet in Utrecht. ``Ik ga naar Delft, techniek studeren.'' Klasgenoot Koen Hooning gaat ook naar Delft: ``Ik ga lucht- en ruimtevaarttechniek of technische natuurkunde doen.'' Het Junior College heeft hem wel een zet in de goede richting gegeven, zegt hij. ``Natuurkunde wordt hier ontzettend leuk gegeven. De docent licht alles toe met een proefje.''

Krrrrr. De blender maakt gehakt van de spinazieblaadjes. De spinazieprut die overblijft, verdwijnt in reageerbuisjes. Een centrifuge vier verdiepingen hoger moet nu de bladgroenkorrels gaan isoleren. Vier vwo'ers in labjassen lopen onwennig door het universiteitsgebouw. De reageerbuizen in een doos met ijs. Op de bewuste etage klampen ze de eerste de beste aan. ``Weet jij waar de centrifuge is?'', vraagt Quirine. ``Wat voor centrifuge?'', vraagt een verbaasd kijkende man. Quirine: ``Nou gewoon, dé centrifuge.''

Lisa Verberne, 6-vwo'er van De Breul, weet al heel lang dat ze geneeskunde gaat studeren. ``Wat dat betreft maakte het Junior College die keuze eerder moeilijker dan makkelijker. Ik twijfelde hier nog wel eens of ik niet een ander bètavak moest kiezen, zoals farmacie.'' Ze vindt het onderwijs aan het Junior College ``echt superleuk''. Vooral de practica. ``Op school moet je binnen een lesuur een proef doen, maar hier kun je de hele ochtend, soms een hele dag met een proef bezig zijn. Dan kun je veel uitgebreidere proeven doen. Er is hier ook veel meer apparatuur. Zo'n centrifuge bijvoorbeeld hebben wij niet op school.''

Afgelopen augustus startten twee nieuwe groepen van 5-vwo'ers. Het aantal participerende middelbare scholen is uitgebreid van twaalf naar zesentwintig. De scholen zijn enthousiast, want het Junior College maakt bètaonderwijs weer cool. Leerlingen krijgen geen brij van abstracte formules voorgeschoteld, maar nemen deel aan een ontdekkingstocht. Ze onderzoeken hun eigen DNA, maken zelf zonnecellen. ``We willen uitdagend onderwijs, waarbij leerlingen tot meer in staat blijken dan ze zelf van tevoren hadden gedacht'', zegt Tromp. Het Junior College wil ook landelijk een voortrekkersrol spelen in de vernieuwing van de bètavakken. Zo ontwikkelden docenten plannen voor het nieuwe middelbare schoolvak Natuur, leven en techniek.

    • Martine Zuidweg