Olie is duur maar voor niks gaat de zon op

Belasting op benzine is in Amerika niet langer taboe. En dat wordt tijd ook, meent het Amerikaanse maandblad The Atlantic. Want het belasten van benzine is de beste manier om het verbruik te temperen. Bovendien is het de beste methode om de maatschappelijke kosten als gevolg van vervuiling in rekening te brengen bij de gebruiker. Het blad schrijft dit in een commentaar op de nieuwe wet op het energiebeleid die deze zomer groen licht kreeg van het Amerikaanse Congres.

Je zou zeggen, schimpt het blad, dat er ergens in de onmetelijke ruimte van de 2.000 pagina's tellende wetgeving wel een plekje te vinden was geweest voor de twee belangrijkste energieproblemen voor de komende tien jaar: de opwarming van de aarde en de afhankelijkheid van olie uit politiek instabiele landen. Maar nee, beide kwesties ontbreken geheel. En dat zijn, meent het blad, nu juist de onderwerpen die tot gevolg zullen hebben dat de volgende versie van de wet op het energiebeleid er totaal anders zal uitzien.

Interessant is, zo schrijft het blad, dat de stemming in Amerika is omgeslagen. Wilden de Amerikanen tot voor kort niet horen van de noodzaak om te besparen op olieverbruik, nu zien ze wel in dat besparing nodig en goed is. Zelfs rechtse politici pleiten nu voor efficiënt gebruik van olie, zo constateert het blad met verbazing. Het mooie is dat ze daarmee in hetzelfde straatje terecht zijn gekomen als de milieubeschermers van links. Het spreekt in dit verband boekdelen, meent het blad, dat zo veel grote oliemaatschappijen grote investeerders zijn in alternatieve energiebronnen als zonlicht.

Er zijn meer beleggers die ontdekken dat olie duur is en dat de zon voor niks opgaat. Het Amerikaanse beursweekblad Barron's schrijft dat de gemiddelde aandelenkoers in de sector zonne-energie de laatste twaalf maanden 150 procent is gestegen als gevolg van groeiende nervositeit over een energiecrisis. Aangestoken door dit enthousiasme hebben durfkapitaalverstrekkers de eerste helft van dit jaar 100 miljoen dollar geïnvesteerd in startende zonne-energieondernemingen.

Zonne-energie omvat maar een miniem stukje van de energie die mondiaal wordt verbruikt, maar de productie zal dit jaar volgens het blad uitgroeien tot 1,5 gigawatt, dubbel zo veel als in 2003. Volgens analist Michael Rogol, bij CLSA Asia-Pacific Markets gespecialiseerd in de markt voor zonne-energie, zal de productie van zonne-energie in 2010 vervierdubbeld zijn tot zes gigawatt, met een waarde van 36 miljard dollar. Het ziet ernaar uit dat zonne-energie over een jaar of tien even duur zal zijn als de energie uit traditionele brandstof als olie of steenkool. Deze voorspelling is gebaseerd op de waarneming dat de productiekosten van zonne-energie 18 procent daalden bij elke verdubbeling van de productie, eens per drie jaar.

Het moment dat zonne-energie op prijs kan concurreren met energie uit traditionele bronnen nadert misschien sneller dan verwacht, zeker als de energiebedrijven hun klanten drie keer in elf maanden een prijsverhoging in de maag splitsen. De energiebedrijven in Duitsland, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit, kunnen zich dat permitteren omdat de energiemarkt niet goed is geprivatiseerd. De energiebedrijven hebben daardoor in feite nog steeds een monopolie. Dat heeft tot gevolg dat de gasprijs in Duitsland sinds 2000 met 50 procent is gestegen.

De energiebedrijven zeggen hun prijs te moeten verhogen omdat de olieprijzen zo snel stijgen. De vraag is, aldus het blad, of de binding tussen de olie- en de aardgasprijzen nog wel van deze tijd is. Want, zo legt het blad uit, die is voortgekomen uit het historisch bepaalde uitgangspunt van de oliemaatschappijen dat de prijs van aardgas de olieprijs niet in gevaar mag brengen. Het ziet ernaar uit, zo concludeert het blad, dat de gasoliemaatschappijen dit uitgangspunt gebruiken als rechtvaardiging voor hun ,,structurele prijsverhogingen, hoewel de gasvoorziening niets van doen heeft met de besluiten van de OPEC'' om de oliekraan wel of niet open te draaien. Immers, het Duitse gas komt voor een groot deel uit Rusland. Volgens het blad heeft Eon-Ruhrgas, Duitslands grootste gasbedrijf, in het geheim prijsafspraken gemaakt met het Russische staatsbedrijf Gazprom.

De energievoorziening in Duitsland is volgens het Duitse weekblad Wirtschaftswoche een van de belangrijkste struikelblokken voor het ontstaan van een coalitie tussen de CDU, de FDP en de Groenen. Tussen de CDU en de Groenen zal het nog wel lukken, denkt het blad. Waren jonge afgevaardigden van de CDU en de Groenen niet al lang met elkaar in gesprek in Berlijn? De afstand tussen de liberalen van de FDP en de Groenen is veel groter omdat de FDP de milieu- en energiepolitiek van de Groenen betitelt als ,,een bureaucratisch monster'', terwijl juist dit deel van het beleid heilig is voor de Groenen. Daarmee immers haalden ze hun kiezers binnen.

Volgens het blad prefereert het bedrijfsleven de zwart-geel-groene Jamaïca-variant. Immers, zo luidt een van de argumenten, ,,de Groenen hebben vergelijkenderwijs veel jonge leden die een existentiële interesse hebben in de betaalbaarheid van de sociale zekerheid op lange termijn''. Een ander pluspunt voor de Groenen is dat ze weinig binding hebben met de vakbonden.

    • Herman Frijlink