`Mijn spel redde het land van pauselijke ruis'

De Amerikaanse pianist Earl Wild wordt dit jaar 90. Zondag geeft hij een recital in het Concertgebouw. Met Beethoven en gepoetste schoenen.

Wee de journalist die Earl Wild (89) tegemoet treedt op ongepoetste schoenen. De pianist hekelt de verslonzing van de maatschappij in alle opzichten. Zelf draagt de aristocratisch ogende Wild een onberispelijk muisgrijs kostuum. Wanneer impresario Marco Riaskoff hem daarmee complimenteert, vouwt hij zijn enorme handen en buigt hoffelijk het hoofd. ,,Dank U.''

Acht decennia omspant Wilds podiumervaring nu. Hij maakte honderd opnamen, inmiddels op zijn eigen label Ivory Classics, speelde in het Witte Huis voor presidenten Hoover, Roosevelt (,,De leukste van al; een hele sexy man'') , Truman, Eisenhower, Kennedy en Johnson. Hij soleerde onder dirigenten als Reiner, Klemperer en Toscanini, begeleidde Callas en kende Rachmaninov persoonlijk. Zijn memoires, waaraan Wild op dit moment werkt, worden dan ook ,,dikker dan de bijbel'', lacht hij. ,,Waarschijnlijk worden het zelfs twee delen. Ik heb nu al 300 bladzijden, en ik ben pas pas bij de vroege jaren vijftig.''

Earl Wild maakte zijn Amsterdamse recitaldebuut pas op 83-jarige leeftijd. Hij wijt het aan zijn leven in dienst van verschillende Amerikaanse radio- en televisiestations, waarvoor hij stafpianist was en, later, stapels achtergrondmuziek componeerde. ,,Die vroege radiojaren waren geweldig'', zegt Wild. ,,Het was mijn taak dagenlang in een hok te zitten en zomaar wat piano te spelen. Als het rode lampje ging branden, kwam ik on air. Dat was meestal als het signaal van de intercontinentale uitzendingen wegviel. Dan hoorde je de paus met Pasen gruizig murmelen en opeens verstomde dat in akelige ruis. Dan moest ik pijlsnel de show redden.''

Wild, die als driejarige begon met het pingelend begeleiden van radiouitzendingen in de huiskamer, studeerde bij onder anderen de van origine Nederlandse pianist/pedagoog Egon Petri. ,,Hij kon alles spelen, en met het grootste gemak'', zegt Wild. ,,In die zin heb ik veel van hem geleerd. Maar het leukste was dat we samen konden improviseren. Daar was hij een meester in, en van die ervaring heb ik later veel plezier gehad. Bij voorbeeld toen ik tijdens een cadens eens volkomen de kluts kwijtraakte in een pianoconcert van Tsjaikovski. Ik heb die cadens toen verder maar geïmproviseerd.''

Door zijn talrijke ontmoetingen met componisten uit het recente verleden, wordt Earl Wild met reden wel `living history' genoemd. ,,Nou nou'', relativeert hij. ,,Maar het was bijzonder mijn idool Rachmaninov te ontmoeten. Hij had een zeer vulgair gevoel voor humor, overigens. Als hij een componist shit vond, zoals Karol Szymanowski, nam hij geen blad voor de mond. Zelf had hij graag meer willen componeren, maar kwam daar kwam hij door al zijn optredens en slechte verdiensten te weinig aan toe. Dat gevoel ken ik.''

Morgenavond treedt Wild in het Amsterdamse Concertgebouw op in de serie Meesterpianisten . Ondanks zijn gebrekkige fysieke toestand maakt hij zich geen zorgen, zegt hij, ,,Ik heb stalen zenuwen.'' Wel heeft Steinwaytechnicus Michel Brandjes op Wilds verzoek nog snel even een klein spotje onder de vleugel getaped, zodat Wild ondanks zijn slechte zicht een helder oog houdt op de pedalen. ,,En ik heb ook voor een programma gekozen waarin ik me prettig voel'', biecht Wild op. ,,Liszt, Chopin, een eigen compoisitie. Maar de meeste aandacht heb ik besteed aan het doorgronden van het Largo uit Beethovens Pianosonate nr. 7 (op.10, nr.3). Die muziek is zo diepzinnig. Moet ik daar woorden voor vinden? Ach liefje, dat is toch onmogelijk! Wie is God?''

Earl Wild: 25/9 Concertgebouw, Amsterdam. Aanvang: 20.15 uur. (020) 6718345. Radio 4: 23/10, 20 u.