Kletsende politici `geen gezicht voor de kijkers thuis'

Tweede-Kamervoorzitter Weisglas recenseert de politieke beschouwingen. Het goede nieuws: er was weer écht debat. Het slechte nieuws: de orde was ver te zoeken.

Een voorzitter van de Tweede Kamer moet een soort dirigent zijn, zegt Frans Weisglas. En hij zwiert met zijn handen door de lucht. Zó houd je orde, geluidloos. ,,Het liefst gebruik ik de microfoon niet. Ik rasp soms met mijn trouwring langs de microfoon, dat geeft even een heel zacht schrapend geluid. Alleen degene die het aangaat, moet het merken.''

Meestal lukt het Weisglas wel de orde te handhaven met gebaren en af en toe een discreet briefje. Het is een kwestie van ,,beroepseer'' dat hij nog nooit iemand het woord heeft afgepakt door de microfoon uit te zetten.

Deze week zat Weisglas twintig uur lang de Algemene politieke beschouwingen voor. Tijdens dit debat, dat twee dagen duurde, verdedigde premier Balkenende (CDA) de miljoenennota. Het hele kabinet én de voltallige Tweede Kamer horen deze dagen in de plenaire zaal te zitten.

De dag erop zit Weisglas, vermoeid, op zijn werkkamer. Het waren twee rommelige, vermoeiende dagen voor de voorzitter. Achter de schermen werd de orde in de plenaire zaal van de Tweede Kamer het belangrijkste onderwerp van gesprek nog meer dan het debat zélf. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) stak zijn wijsvinger in zijn mond, waarmee hij zijn walging liet merken over een betoog van fractievoorzitter Bos (PvdA).

Minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) zat, tot ergernis van Weisglas, openlijk te bellen. Toen de bewindslieden elkaar dropjes begonnen uit te delen, sommeerde hij ze via een briefje op te houden, omdat dat ,,geen gezicht voor de kijkers thuis'' is. Onafhankelijk Tweede-Kamerlid Nawijn maakte een wegwerpgebaar naar Weisglas, omdat hij geen spreektijd meer kreeg.

Maar het geklets tussendoor stoorde de Kamervoorzitter het meest. Zo erg zelfs dat hij donderdagmiddag uitviel naar Tweede-Kamerlid Azough (GroenLinks), die na een waarschuwing dat het stil moest zijn door bleef praten. Weisglas: ,,Ik ben toen uit mijn slof geschoten en daar heb ik ook geen spijt van. Het was donderdagmiddag onrustig in de zaal. Er stonden overal groepjes te praten, terwijl het moment heel heftig en gevoelig was. Geert Wilders, Wouter Bos en Balkenende hadden het over de moord op Theo van Gogh en bedreigingen van politici. Dat werd gewoon vergeten. Het was wel een beetje sneu voor Naïma Azough dat net zij de volle laag van mij kreeg.''

Over het debat zélf kan Weisglas groot voorstander van meer levendigheid in de Tweede Kamer alleen maar tevreden zijn. ,,Ik heb altijd gezegd: ik wil graag een aantrekkelijk, levendig debat waarin de meningsverschillen tussen de fractievoorzitters goed naar voren komen. Het was dus een mooi debat voor mensen die het debat op televisie gevolgd hebben. De posities tekenden zich goed af, vond ik. Wouter Bos (Fractieleider van de PvdA, red.) heeft duidelijk zijn terughoudendheid verloren en levert openlijk kritiek op het CDA. Zo hoort het ook tijdens Algemene politieke beschouwingen.''

Maar het debat, zegt Weisglas, had deze week af en toe behoorlijk te lijden onder de onrustige sfeer. Vervelend voor de mensen in de zaal, maar óók vervelend voor de gemiddeld 170.000 tv-kijkers. ,,Ik vind dat de aandacht in de zaal uit moet gaan naar het debat. Maar ik wil dat ook niet hebben vanwege de buitenwereld. Het moet niet te kaasstolperig overkomen.''

Een wegwerpgebaar, een kotsgebaar, kletsende Kamerleden. Zijn de omgangsnormen in de Tweede Kamer aan het verruwen?

,,Het is informeler geworden. Dat merkte ik bijvoorbeeld aan de opmerking van Wouter Bos tegen Maxime Verhagen dat hij uit zijn nek kletste. Daar heb ik maar een grapje van gemaakt, dat hij beter `praten vanuit zijn achterhoofd' kon zeggen. Wat er écht veranderd is: er zijn veel meer speelgoedjes de zaal binnengekomen. Kamerleden hebben allemaal mobiele telefoons, een blackberry. Vroeger zaten we gewoon met elkaar te praten, nu brengen ze allemaal dingen met zich mee. Ik vind dat niet gepast.''

U vroeg zich tijdens het debat een paar keer af wat televisiekijkers hier wel van moesten denken. Kreeg u zoveel klachten?

,,Ja, die stroomden al heel snel binnen. De televisie vergroot het wat uit, want de beelden richten zich al snel op pratende Kamerleden of een gapende minister. Maar de meeste reacties kwamen op minister Brinkhorst die openlijk zat te telefoneren en natuurlijk het gebaar van minister Hoogervorst. Maar ik doelde ook op de aanwezigheid van Kamerleden. Soms zat de zaal maar voor de helft vol, terwijl Kamerleden gewoon geacht worden aanwezig te zijn. Ik heb mailtjes laten sturen naar alle fracties omdat er te weinig mensen waren.''

Hoe verklaart u de onrust in de plenaire zaal?

,,Het debat heeft wel twintig uur geduurd, los van alle schorsingen. Af en toe vergeten de aanwezigen hun omgeving en gaan ze praten. Het is alleen zo vervelend als tachtig mensen dat tegelijkertijd hebben. Soms zag je in alle hoeken van de zaal Kamerleden in groepjes bij elkaar staan praten. Ik heb er ook wel weer begrip voor. De kabinetsleden en Kamerleden hebben toch een passieve rol, terwijl zij er wel de hele tijd bij horen te zijn.''

Waarom hecht u er zo'n belang aan dat alle Tweede-Kamerleden en bewindslieden aanwezig zijn?

,,Ja, daar ben ik heel traditioneel in. Het heeft een grote symbolische en staatsrechtelijke waarde. Op prinsjesdag worden de plannen gepresenteerd en de dagen erop is er debat over het regeringsbeleid. Zoiets gebeurt maar één keer per jaar. Ik vind het ook opvoedkundig van grote waarde dat alle Kamerleden alles een keer horen.''

Maar het is ondoenlijk om twintig uur in een stoel te zitten, vertelde een bewindspersoon na afloop.

,,Zou het? Mensen zijn niet van suiker, zei Frits Bolkestein ooit. Ik heb geen medelijden met ze. Is dat al afzien? Dat ze dropjes uitdeelden en de krant gingen lezen, vind ik niet beleefd.''

Over het gebaar van minister Hoogervorst heeft u zich tijdens het debat niet uitgelaten.

,,Pas later, op het Journaal, heb ik gezien wat hij deed. Het was een buitengewoon ongepast gebaar. Maar goed, hij heeft zijn excuses aangeboden. Ik heb ze aanvaard en Wouter Bos ook, die op dat moment aan het woord was.''

Iets later in het debat krijgt u een wegwerpgebaar van Hilbrand Nawijn naar uw hoofd.

,,Ik zag het hem doen en was er boos over. Maar ik dacht: laat ik er maar niks over zeggen, het is te veel eer voor Nawijn.''

    • Guus Valk