Katholiek

Pat McQuaid is gekozen tot voorzitter van de UCI. Zijn eerste beleidsdaad: voorganger Hein Verbruggen door het congres laten benoemen tot erevoorzitter voor het leven. Zo gaat dat met katholieken onder elkaar. De skyboxmoraal heeft zijn intrede gedaan in de UCI. Wielrennen een volkssport? Niet voor iedereen.

Na het bestuurlijke gehannes is het de hoogste tijd om de benen te laten spreken. Pedaleren maar! Niets mooier dan een jagend peloton op de eenzame vluchter. Honderdvijftig gebogen ruggen aaneengeregen tot een rozenkrans. Het WK-wielrennen is vaker een gebed zonder end.

Jammer dat Oscar Freire er morgen in Madrid niet bij is. De uittredende wereldkampioen is nog steeds herstellend van een blessure aan het zitvlak. Voor Rafael van der Vaart is het zitvlak, in het beste geval, abstracte kunst: het doet er niet. Voor een wielrenner is de kont het universum waar roem en glorie beginnen. Over zadelpijn hoor je alleen cyclotoeristen. En sportpsychologen.

Het kan niet anders: de wereldkampioen komt uit de Ronde van Spanje. Daar werden alle wetmatigheden van het wielrennen aan flarden gefietst. Sprinters waren opeens klimmers. Berggeit Roberto Heras reed de tijdrit met 56 kilometer per uur. Door een wonder niet eens bij te houden. Heras won de Vuelta met vijftien hechtingen in de knie. Vijftien! In Nederland gaat de betere bouwvakker dan drie weken plat. Roberto ging nog harder fietsen. Zijn knie hield stand tot het bittere einde.

Hebben Nederlanders op dit WK iets te zoeken? Dan zou het Max van Heeswijk moeten zijn. Ook een wedergeborene. Max is snel, en kenners beweren dat het parcours in Madrid getekend is naar de kracht der zotheid. Naar hoofd en benen van sprinters. Topfavorieten zijn Alessandro Petacchi, Robbie McEwen en Tom Boonen. Wat moet je ermee?

Bookmakerspraat.

Het WK heeft een logica ex-cathedra. Herinner u de magistrale titel van Harm Ottenbros in de vorige eeuw. Geen tien renners in het peloton wisten wie Harm was. Een vleermuisje op de fiets, misschien? In ieder geval een curiosum. Hollandse humor, sowieso. Ottenbros, te spichtig voor woorden, blufte de hele boel af. Mooie man, goede minnaar, liefdevolle vader.

Tom Boonen kunnen we schrappen van de lijst der favorieten. Tom zei dezer dagen dat wereldkampioen worden hem te veel van het goede leek. Die weelde kan er niet meer bij na zijn overwinningen in de Ronde van Vlaanderen en in Parijs-Roubaix. ,,Hoe zou ik me dan nog kunnen opladen voor het volgende seizoen? Beter dan dit jaar kan niet.'' Dus liever geen regenboogtrui voor Boonen. Tsja, Moeder Theresa wou ook niet in een Bentley rijden, terwijl ze er wel het geld voor had. Katholieken mogen graag koketteren met het mysterie van de onthouding. Tom Boonen gaat wel in Monaco resideren. Waar pooiers, schooiers en cafébazen zich altijd wereldkampioen wanen. Schijn en wezen, hedendaagse flandriens weten er helaas alles van.

In het AD las ik een mooi interview met Oscar Freire. De bijna ex-wereldkampioen woont nu in Zwitserland. Oscar was somber gestemd over de toekomst van het wielrennen. ,,Wie wil er zijn kinderen nog laten fietsen? Het verkeer deugt niet, de publieke opinie is tegen de renners, iedereen heeft het alleen maar over doping, deze sport vraagt veel inzet en doorzettingsvermogen. Je weet dat het bergafwaarts gaat.''

Bergafwaarts, wat is dat toch een mooi woord. En ook: wat kan een sprinter meer verlangen dan dat het bergafwaarts gaat? Ik zou, als sprinter, zeggen: dood aan gebergte, dood aan molshopen. Laat de wielen, de spaken, mens en zitvlak maar glijden. Liever dat dan het domme geklauter naar hogerop. Hogerop is guerrilla, afgunst, machtsvertoon, verdriet, een monsterverbond. Hogerop is de UCI, met gecoiffeerde dignitarissen die gefrusteerd zijn door de afwezigheid van een moeder die nog weet hoe, in tederheid, de broden te snijden. Hogerop is een hoogmis van hypocrisie.

Ik zal Erik Dekker missen, morgen. Erik is een geweldige piekcoureur. Een renner voor Spanje, voor Madrid. Hij zou nooit zeggen dat een wereldtitel er net te veel aan is, in een succesjaar. Erik zou nog één keer de darmen uit het lijf rijden voor een kus van Spaanse bloemenmeisjes die, zoals bekend, als Pata Negra ham, weids in het vlees staan. Erik zou dolgelukkig zijn. Met een kusje op zijn zitvlak.

    • Hugo Camps