Kastanjedood

De verwoestende kastanjeziekte die door Nederland trekt, wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een bacterie. Het bewijs is bijna rond.

VOLGENS DE LAATSTE inventarisatie is nu al een derde van de Nederlandse paardekastanjes getroffen door een tot voor kort onbekende fatale ziekte. Gevreesd wordt dat veel monumentale kastanjes in parken en steden zullen sterven. Planteziektekundigen zoeken koortsachtig naar de veroorzaker en de verspreidingswijze van de ziekte. Een doorbraak is niet ver meer. Dan nog een therapie.

De buitenstaander die zich in het lot van de kastanjes verdiept, dient te weten dat de bomen op dit moment door twee plagen getroffen worden. Bijna in heel Nederland zijn de kastanjes een maand eerder dan normaal bruin verkleurd door de zware schade van de kastanjemineermot (Cameraria ohridella). De larven van dit motje graven gangen in het blad dat kort daarna bruin kleurt. Het ziet er vreselijk uit, maar is volgens deskundigen zelden fataal. Omdat de mot als pop in het afgevallen blad overwintert heeft het zin de afgevallen bladeren op te ruimen en te verbranden. De kastanje-mineermot is onverwacht uit Zuid-Oost-Europa deze kant opgekomen. Het wachten is op een natuurlijke vijand die erachteraan komt.

Voornaamste symptoom van de andere ziekte, die waarschijnlijk veel paardekastanjes wèl fataal zal worden, is het bloeden. Getroffen bomen krijgen in hun schors, vaak op borsthoogte, scheuren of lichte gezwellen waaruit roodbruin of donkerbruin tot zwart sap sijpelt. Bomen met deze verschijnselen verliezen vaak binnen een paar maanden hun bladeren en binnen een paar jaar het leven.

Dat eigenaardige bloedverlies moet toch een mooi aanknopingspunt zijn geweest bij het onderzoek? ``Nee, dat was het niet'', zegt onderzoekscoördinator ir. Fons van Kuik van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) in Boskoop. ``Er zijn veel ziekteverwekkers die bomen aan het bloeden kunnen brengen en altijd is dat bloed dan roodbruin, donkerbruin of bijna zwart van kleur. Het bloed is niets anders dan het suikerrijke sap uit de bast (het floeem) van de boom dat in contact met de lucht door het enzym PPO (polyfenol oxidase) verkleurt. Hetzelfde enzym kleurt ook een aangesneden appel bruin.''

sudden oak death

Verwarrend bij het onderzoek was dat vlak voor het zichtbaar worden van de kastanjeziekte in de VS, en later ook in Europa, een andere ziekte uitbrak die sommige boomsoorten eveneens laat bloeden. De sudden oak death die zich voor het eerst in Californië manifesteerde treft weliswaar vooral bepaalde eiken, maar is incidenteel ook op een paardekastanje overgeslagen. Vast staat dat deze ziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Phytophtora ramorum. In Nederland is de ziekte vooral aangetroffen onder tuinheesters: rododendrons en Virburnum-soorten (sneeuwbal). De bestrijding, in de vorm van preventief ruimen, is krachtig ter hand genomen.

``Aanvankelijk namen we aan dat de paardekastanjes hier ook door Phytophtora waren getroffen'', zegt Van Kuik. ``Maar we hebben de schimmel met geen enkel middel kunnen aantonen.'' Inmiddels is voor 99 procent zeker dat er een relatie is met een bacterie uit de Pseudomonas-groep. Dat deel van het onderzoek staat op naam van dr. Arjen Speksnijder van Plant Research International. Hij wist de bacterie uit het bloed te isoleren. Het lag natuurlijk ook voor de hand dat de ziekteverwekker zich daar ergens moest ophouden. ``Het probleem is,'' zegt Speksnijder, ``dat in het voedselrijke floeemsap makkelijk secundaire infecties optreden. Het best zijn je kansen precies op de grens van gezond en ziek weefsel. Daar heb ik materiaal verzameld dat ik aan een DNA-fingerprintanalyse onderwierp.''

Zo'n fingerprint levert bij elektroforese het bekende bandenpatroon, dat in essentie bestaat uit brokstukken DNA die op grootte zijn gesorteerd. De print zelf gaf al een aardige indicatie. Toen van het meest relevante bandje het DNA verder werd geanalyseerd (waarbij de basenvolgorde wordt bepaald) kon een ter beschikking staande databank snel uitsluitsel geven: de bacterie behoort tot de groep Pseudomonas syringae. De tijden waarin bacteriën alleen aan de hand van tijdrovende kweekproeven konden worden gedetermineerd zijn voorbij.

De `herkenning' was pas de eerste stap in de zogenoemde `postulaten van Koch' die traditioneel worden gebruikt bij de identificatie van een ziekteverwekker. Hierna moest de potentiële ziekteverwekker worden geïsoleerd en rein gekweekt en (stap drie) worden geënt op gezonde kastanjes. Daarvoor zijn, om tijd te winnen, kastanje-zaailingen van één jaar oud gebruikt. In de jonge stengeltjes zijn ondiepe sneden gemaakt waarop een suspensie van de verdachte bacteriën (en een aantal blanco's) werd aangebracht. Bij de blanco's vindt herstel plaats van de snijwond, bij de verdachte Pseudomona's niet. Daar treedt een lichte vorm van bloeden op.

Het bewijs à la Koch is pas rond als alle symptomen ontstaan en als zich in de zieke plant de oorspronkelijke bacterie ophoopt. Speksnijder is net met dit nadere onderzoek bezig maar is toch al tamelijk zeker van zijn identificatie. Of de wetenschap het bewijs zal erkennen valt nog te bezien. Misschien is die pas tevreden als volwassen, gezonde kastanjes door de geïsoleerde bacterie tot bloeden worden gebracht.

Is er nu zicht op bestrijding van de ziekte? Nauwelijks. In de eerste plaats is nog niet duidelijk hoe de bacterie wordt verspreid. Dat de mineermot er een rol in speelt lijkt onwaarschijnlijk. Pijnlijk is dat het bestrijden van een bacterieziekte in bomen geen sinecure is. Bespuiten met antibiotica is verboden. Incidenteel kan een wond worden uitgesneden en aangestreken. Voor de rest treft de kastanjes het lot van zieke kippen, koeien en varkens: ze worden geruimd.

Zie ook www.kastanjeziekte.wur.nl

    • Karel Knip