`Ik draag u mee in mijn vingertoppen'

Claudine Taittinger, weduwe te Nice, haalt in brieven aan haar jonge neef, dj te Amsterdam, herinneringen op aan haar veelbewogen leven

Lieve neef, begrijp ik nu goed, dat je onlangs met je verloofde een Amsterdamsch restaurant bent uitgezet? Wat hield het liederlijk gedrag dat daar de aanleiding toe vormde dan wel precies in? Het was mij onbekend dat er tegenwoordig in Amsterdam eetgelegenheden zijn waar men liggend aan tafel de spijzen tot zich neemt. Dat vormt toch zeker een uitnodiging tot débauche! Je suggestie om mij, de volgende maal dat je Nice aandoet, tijdens jouw act door twee ontklede danseressen in een bokkenwagen door de zaal door te trekken, wijs ik van de hand. Het getuigt wel van een hartverwarmend gebrek aan fijngevoeligheid, mij zoiets voor te stellen, na wat ik je onthulde over de levenswandel van je grootmoeder Laurentia.

Maar dan: in de zaken des harten is fijngevoeligheid misschien wel meer vloek dan zegen. Neem Mike, de man die decennia lang smachtte naar Marthe, mijn moeder en jouw grootmoeder. Zijn brieven, voor zover ik ze aan het vuur heb weten te ontrukken, stemmen tot nadenken. ,,Soms komt het mij voor, dat het geheugen van mijn brein verhuist is naar mijn handen'', schrijft hij. ,,De strelingen die ik een ander toedien, betreffen U, mijn verre lief. De huid onder mijn vingertoppen ervaar ik als afspiegeling van uw zaligheden, genoten op die ene zonovergoten dag in Albion, waarop u mij de zonde hebt leren kennen''.

Ik weet niet, niet lieve neef, of ik je deze immer correcte Engelse gentleman ten voorbeeld moet geven. Er is, meen ik, ook iets voor te zeggen zich in het leven tot vervulbare verlangens te beperken. Zeker lijkt me, dat Mike nog nooit een eetgelegenheid is uitgezet. In zijn tijd wemelde het van de gesloten huizen, die ruimhartig onderdak boden aan de meer irreguliere behoeften des harten.

Zijn brieven hadden een betere bestemming dan de open haard van ons ouderlijk huis verdiend. Het is bekend dat kinderen de erotische verrichtingen van hun ouders slechts met moeite kunnen verstaan of verdragen. Maar dat broer Arnout zelfs nog op gevorderde leeftijd in ontsteltenis verzonk, op het moment dat wij ons geconfronteerd zagen met de honderden brieven die Mike aan Marthe had geschreven, is mij zeer tegengevallen. En nog meer dat hij in het familieberaad van nabestaanden een meerderheid wist te vinden voor zijn standpunt, dat de brieven moesten worden vernietigd, opdat er geen sporen zouden achterblijven van deze illegitieme verbintenis.

Vergeefs betoogde ik dat Mike toch bezwaarlijk kon worden afgeschilderd als een vreemde in ons midden. De brieven houden weliswaar op in 1945, wanneer Mike verhaalt over de dramatische ontknoping van wat hij tegenover Marthe ,,onze reis'' noemt. Curieus genoeg verdween hij daarmee echter niet uit haar leven. Arnout en ik hebben hem nog gekend, als een uit Engeland aangereisde huisvriend van onze ouders. Een beminnelijke, enigszins kokette man – die tijdens ieder bezoek een nieuwe verloofde bij zich had, op wie hij weer even dol bleek te zijn als op de vorige. Luttel konden wij vermoeden, wat uit de brieven blijkt: dat hij onze moeder als zijn grote liefde zag, met wie hij tot zijn spijt geen echtverbintenis had kunnen aangaan. Mike, rechtgeaard Engelsman, was immers de Anglicaanse confessie toegedaan, en Marthe was nu eenmaal Rooms.

,,Liefde dient met liefde bestreden te worden'', schrijft Mike. Zo komt het dat hij Marthe door de jaren heen per brief nauwkeurig op de hoogte stelt van zijn erotische omzwervingen, bordeelbezoeken en wat dies meer zij – steeds afgewisseld met lofzangen op Marthe's, in zijn geestesoog, immer jeugdig gebleven charmes. Op deze wijze realiseert Mike een exploit, dat ik hem gaarne na zou hebben gedaan. Wat heeft het mij vaak niet verdroten, in mijn eigen bestaan, dat het menselijk brein geen geheugen heeft voor de wellust. Wij herinneren ons de omstandigheden, de persoon met wie we de wellust beleefden nog eventueel – maar de wellust zelf is vluchtig, reden waarom wij haar bij voortduring blijven zoeken. Mike daarentegen hervond in elke nieuwe vrouw Marthe: ,,De vrouw van het moment waant zich bemind – onkundig van de werking van mijn hersenen. Ik draag u altijd met mij mee, in mijn hart en vingertoppen''.

Mijn oude handen, vrees ik, raken nu vermoeid van het voeren van de pen. Maar ouderdom spaart het verlangen: wat zou ik graag nog eens een restaurant worden uitgezet!

Je Claudine