Het spreidingsideaal van wijlen Den Uyl moet terug

De bijdrage van Rien Vroegindeweij `Streepjes met een viltstift' is mij uit het hart gegrepen (Achterpagina, 14 september). Ik beperk mij tot het bibliotheekwezen. Sinds de afschaffing van de door het kabinet-Den Uyl ingevoerde Wet op het openbare bibliotheekwerk (1975) in het midden van de jaren '80 onder Lubbers, is deze essentiële cultuurvoorziening zeker voor wat betreft `boeken' in de meeste gemeenten sterk achteruitgekacheld. Immers: de rijkssubsidie werd afgeschaft en het werk werd overgelaten aan de plaatselijke luimen van gemeenteraden.

Daar komt bij dat bibliothecarissen, zeker die van gemeentelijke diensten als in Rotterdam, geen keus meer hebben tussen de aanschaf van `lampenkappen' en boeken, die over het algemeen steeds minder in de smaak vallen van een groot publiek door de opkomst van nieuwe media, waaronder internet.

Bovendien kan iemand van 16-64 jaar met een modaal of lager inkomen zich nauwelijks meer een lidmaatschap van een openbare bibliotheek permitteren: de meeste niet-gemeentelijke bibliotheken moeten wel ca. 50 euro per jaar in rekening brengen voor een `all-in-pas'.

Het vooruitgangsdenken van de sociaal-democratie: `spreiding van kennis, macht en inkomen', het adagium van wijlen Joop den Uyl, moet hoognodig terugkomen in de politiek.

Trouwens, ik ben benieuwd hoeveel openbare bibliotheken zich de aanschaf van de briefwisseling tussen Reve en zijn eertijdse uitgever Van Oorschot kunnen veroorloven.

    • Jan Boonstra
    • Oud-Directeur Bibliotheek Zwolle