Het CDA blijft een gevaar voor de neutrale staat 1

Na minister Verhoeven, minister Donner, premier Balkenende voegt ook minister Van Ardenne (Opinie & Debat, 10 september) zich in het rijtje gelovige CDA-ministers die de scheiding tussen kerk en staat aan hun laars lappen, uit protest dan wel onbegrip. Het CDA blijft zodoende een gevaar voor de neutrale staat. In haar pleidooi voor samenwerking met religieuze instellingen verwart Van Ardenne pragmatisme en waarheid. Gelovigen leveren wellicht een bijdrage aan armoedebestrijding, en religie is voor sommigen een bron van zingeving, maar, en dat laat Van Ardenne geheel buiten beschouwing, religie blijft onwaar.

Voor de christen Van Ardenne zijn alle geloven even mooi: het jodendom, christendom, islam, boeddhisme en hindoeïsme. Allemaal hebben zij, volgens Van Ardenne, als essentie dat armoede bestreden moet worden. Van Ardenne schept met haar religieus optimisme een groot theologisch probleem: hoe kunnen al deze geloven het bij het rechte eind hebben, als zij elk menen de waarheid in pacht te hebben? Of zijn de verschillende geloven soms manifestaties van god in verschillende culturele gedaantes?

In de praktijk bestaat weinig consensus over geloofskwesties en morele vraagstukken onder aanhangers van verschillende religies. Los van de waarheidsvraag: is het zo dat gelovigen van diverse pluimage kampioenen in armoedebestrijding zijn in vergelijking met ongelovigen? Wat is bijvoorbeeld het percentage ontwikkelingshulp van landen als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten? Van Ardenne lijkt te suggereren dat er naast ontwikkelingshulp van overheidswege alleen religieuze hulporganisaties zijn. Zij vergeet dat het bij religieuze organisaties gaat om een do ut des principe: het doel van religieuze hulp is niet alleen hulp, maar ook zieltjes winnen. De geschiedenis van de missie en zending is lang niet zo vreedzaam als zij doet voorkomen. De staat zou geen enkele religieuze organisatie moeten sponsoren, noch ontwikkelingsorganisaties, noch politieke partijen.

Het beeld dat Van Ardenne schetst van vrijdenkers, in haar terminologie `radicale secularisten', is van gevaarlijke Jacobijnen. Vrijdenkers, de radicaal secularisten, zijn geen Jacobijnen: geen van genoemde ongelovigen heeft ooit opgeroepen tot geweld of tot intolerantie. Zij stellen grenzen aan tolerantie die intolerantie toestaat (waar vrouwen dan vaak weer slachtoffer van zijn).

    • J. de Groot