Flarden van een visie op de toekomst van het land

Op het oog gingen de Algemene politieke beschouwingen deze week over kinderopvang, koopkrachtplaatjes en kilometerprijzen. Het is ieder jaar afwachten op welke details het belangrijkste politieke debat aan het begin van het parlementaire jaar strandt. Meestal leveren paradoxaal genoeg de kleinste politieke partijen tijdens deze debatten een visie in grote lijnen. Grotere fracties reageren departementaal op de rijksbegroting door onderwerpen in subcommissies af te handelen. De fractievoorzitter leest vervolgens het resultaat voor dat klinkt als een echo van de troonrede. Doorgaans geeft dit de algemene beschouwingen het karakter van gedetailleerde ambtelijke reflexen.

Ook dit jaar voltrokken de beschouwingen zich grotendeels volgens dit bekende patroon. Minister-president Balkenende (CDA) had aangekondigd geen grote nieuwe projecten te zullen beginnen. Bovendien presenteerde het kabinet een begroting waarin meer dan in de voorgaande jaren wordt gestreefd naar lastenverlichting. De coalitiepartners in het parlement, die vorig jaar nog brutaal inbraken in de kabinetsplannen, steunden die nu voluit. Het gevolg was een polarisatie in het debat tussen het regeringsblok en de linkse oppositie. Daarbij wierpen de komende gemeenteraadsverkiezingen hun schaduw vooruit. PvdA-leider Bos, die lijkt te snakken naar verkiezingen, ging een harde confrontatie aan met het CDA, dat hij ervan beschuldigde de zwakkeren in de samenleving in de steek te laten. Bos vergeleek het kabinet met ,,een stel ouderwetse socialisten'' die geloven in de maakbaarheid van de samenleving. Dat was een vreemd verwijt voor een sociaal-democraat wiens eigen ideologische stellingnames daar niet ver vanaf bleken te liggen. Zoals gebruikelijk in de Tweede Kamer koos hij echter voor één thema om de positie van de PvdA duidelijk te maken: de inkomenspolitiek. Marijnissen (SP) maakte dezelfde keus, waardoor een groot deel van het debat zich verengde tot dit onderwerp.

Fractievoorzitter Van Aartsen (VVD) deed een poging om aan het gebruikelijke patroon te ontkomen, en ontvouwde wat hij zelf noemde ,,flarden van een toekomstvisie''. Hij gaf een schets van Nederland over tien jaar als een wereldstad waar hightech centra worden verbonden door een metronetwerk. Een vrije, multiculturele samenleving, bestuurd door gekozen burgemeesters, met een klein staatsapparaat dat ervoor zorgt dat kinderen van welke afkomst dan ook veilig naar school kunnen, waar Chinees net zo gewoon is op het rooster als Engels of Duits, en waar ze van 's ochtends half acht tot 's avonds half zeven welkom zijn. Opmerkelijk was dat dit Utopia door geen van de andere fracties werd afgewezen. Politiek debat in de Tweede Kamer is zo bezien hoofdzakelijk een verschil van mening over de vraag hoe het New York aan de Rijn van Van Aartsen kan worden bereikt.

Andere fractievoorzitters wilden wél weten of de VVD van plan was een motie in te dienen om de gestelde doelen te bereiken. Of hoe het stond met de financiële dekking. Natuurlijk, de liberale leider kan worden verweten dat hij koos voor een vlucht naar voren, door in zijn bijdrage niet in eerste instantie de rijksbegroting te behandelen. Bovendien leed hij op het punt van de kilometerheffing – waar hij tegen is – een pijnlijke nederlaag tegen nota bene zijn eigen fractie, die hem dwong daar vóór te zijn. Toch zou het winst zijn als de andere politieke leiders naar het voorbeeld van Van Aartsen hun toekomstvisie voor Nederland zouden durven geven. Dan zou het debat kunnen gaan over de botsende visies op de samenleving die politieke partijen, als het goed is, vertegenwoordigen. Dat zouden werkelijke Algemene politieke beschouwingen zijn.