Een man van pieken en dalen

Max van Heeswijk houdt niet van druk, want druk werkt verlammend. Voor het WK van morgen lijkt hij in topvorm en is hij een kanshebber. ,,Een wereldtitel overvalt je. Ik heb er de capaciteiten voor, maar alles moet kloppen.''

Een mooie glimmende Alfa Romeo. Dat is wielrenner Max van Heeswijk. ,,Een schitterende wagen, maar hij staat heel vaak in de garage.'' De woorden zijn van zijn voormalige ploegleider Patrick Lefevre. Van Heeswijk haalt zijn schouders op als hij de vergelijking hoort. ,,Ik moet inderdaad af en toe de accu opladen. Maar dat geeft toch niet? Als je maar fris bent als het nodig is. Anders rijd ik altijd op 80 procent. Als ik mijn rust kan nemen, wordt het misschien wel 110 procent.''

Tussen Lefevre en Van Heeswijk zal het waarschijnlijk nooit meer goed komen, al was de huidige ploegleider van wielerploeg QuickStep jarenlang een tweede vader voor hem. Maar Van Heeswijk hoort wel vaker kritische geluiden over zijn wisselvalligheid. En waar blijft eigenlijk die superoverwinning? Morgen, bij het wereldkampioenschap op de weg, komt er een aardige gelegenheid om voor altijd zijn criticasters het zwijgen op te leggen.

,,Het parcours in Madrid ligt me zeker'', zegt de 32-jarige renner in zijn Belgische villa. ,,Negen van de tien overwinningen heb ik gewonnen met een finish bergop, zoals zondag. Als ik op dat moment super ben, kan ik iedereen verslaan.'' De route zal Van Heeswijk bekend voorkomen, want in 1997 won hij de slotetappe van de Ronde van Spanje met de finish op dezelfde plaats. ,,Ik ben al tien jaar prof, maar dit wordt pas mijn vierde WK. De andere keren waren voor een sprinter zoals ik te lastig. Zulke kansen krijg je niet vaak, dus eigenlijk is het voor mij nu of nooit.''

Van Heeswijk lijkt op het goede moment in vorm gekomen, al was er aan het begin van dit seizoen van een serieuze planning geen sprake. Ook dit jaar was het wisselvalligheid troef. ,,Dit voorjaar reed ik absoluut niet goed. Ik was er met mijn hoofd niet bij. Vorig jaar heeft mijn vrouw mij verlaten, met onze twee zoontjes. Als prof heb je juist rust nodig. Je bent veel van huis en dan haal je van alles in je hoofd. En als je thuis bent, is die rust er nog niet. Dan ben je alleen en stap je in een leeg bed.'' En als dertiger met ,,een vreemd beroep'' begin je ook niet zo gemakkelijk een nieuwe relatie. ,,Ik heb een tijdje een vriendin gehad, maar die heeft niet zoals mijn vrouw de hele opbouw van mijn carrière meegemaakt. Het leidt allemaal af en je kan het er eigenlijk niet bij hebben.''

Sinds mei is de familie Van Heeswijk herenigd en heeft hij het plezier in het fietsen terug. In de Ronde van de Benelux won hij twee etappes en tijdens het Nederlands kampioenschap werd hij derde. ,,Nederlands kampioen ben ik nog nooit geworden en als rijder van Discovery Channel zal dat ook wel niet zo snel gebeuren. Dan sta je toch alleen en moet je geluk hebben.''

Sinds 2003 rijdt Van Heeswijk in Amerikaanse dienst, nadat ploegleider Lefevere (onder meer leider van de Mapei-ploeg van 1998 tot en met 2001) zijn vertrouwen in hem had opgezegd. ,,Ik heb in die ploeg van onder anderen Johan Museeuw een hele goede tijd gehad. In 2000 behaalde ik acht overwinningen. Een jaar later kreeg ik problemen met mijn ouders, ben ik naar België verhuisd en was ik er met mijn hoofd niet bij. Dat accepteerde Lefevre niet. Een jaar later ging het slecht als gevolg van een virale infectie. Daar heb ik maanden mee getobd. Door de medicijnen zat ik half stoned op de fiets.''

Een knetterende ruzie met de Belgische ploegleider was het gevolg en Lefevre laat geen gelegenheid voorbij gaan om zijn mening over Van Heeswijk te geven. ,,Ik heb hem wel eens gevraagd of hij daarmee wilde ophouden. Ik heb zelfs met een rechtszaak moeten dreigen om drie maanden achterstallig salaris te krijgen.''

Vooral door zijn sterke rijden tijdens het WK in het Belgische Zolder in 2002 viel Van Heeswijk op en verdiende hij een contract bij – toen nog – US Postal, de ploeg van Lance Armstrong. ,,Amerikanen hebben de naam hard te zijn, maar zij hebben meer dan in Nederland oog voor wat je hebt gepresteerd. Als je in Nederland twee dagen slecht rijdt, ben je voor altijd afgeschreven. In Amerika zeggen ze dat die goede tijd echt wel terugkomt.''

Behalve met Lefevre verliep ook de samenwerking met ploegleider Theo de Rooij van de Rabobank niet naar wens. Toen Van Heeswijk in 1998 gepasseerd werd voor de Tour de France vertrok hij naar het – ook al – Amerikaanse Motorola. ,,Maar met De Rooij heb ik geen probleem. Het klikte destijds gewoon niet en eerlijk gezegd denk ik dat zijn huidige functie als directeur op afstand beter bij hem past dan als ploegleider in de auto. Als ik hem tegenkom, groeten we elkaar gewoon. Ik zeg ook helemaal niet dat ik nooit meer bij Rabobank zou willen fietsen. Het lijkt me juist prima met al die jonge jongens.''

Dat hij in zijn tienjarige profloopbaan slechts tweemaal de Tour de France heeft gereden, kan hij moeilijk alleen anderen verwijten. ,,Tweemaal is inderdaad niet veel. Als ik niet werd geselecteerd, vond ik dat in de meeste gevallen logisch. Rond Armstrong bijvoorbeeld zijn er steeds renners gekozen die kunnen klimmen en constant zijn. Dit jaar vond ik het wel jammer, want er waren drie etappes waarbij ik kans maakte.''

Van Heeswijk is de eerste om toe te geven dat hij geen ronderenner is – een van de redenen waarom hij weinig contact had met Armstrong. ,,Ik verbruik meer energie dan gemiddeld. Mijn spieren lijden echt van het rijden en na een zware dag moet ik mij 's avonds de trap op hijsen. Die mannen van Discovery die de afgelopen jaren rond Armstrong hebben gereden, kunnen bij wijze van spreken drie weken 45 kilometer in het uur rijden. Ik kan één dag 50 rijden.''

Net als andere kandidaten voor de wereldtitel startte Van Heeswijk in de Ronde van Spanje ter voorbereiding. Vooral Alessandro Petacchi, volgens velen de grootste kanshebber voor de wedstrijd morgen, viel op door liefst vijf etappes te winnen, waaronder de slotetappe in Madrid. Van Heeswijk, die na ruim een week de Vuelta verliet, won er één en vertrok vervolgens naar de Ronde van Polen, waar het drie dagen lang regende en de temperatuur niet boven de tien graden kwam. Met een hese keel deze week als gevolg. ,,Natuurlijk maken renners als Petacchi of Tom Boonen meer kans dan ik. Als Petacchi een kans heeft van 30 procent, dan zit ik misschien op 5 procent. Zijn ploeg zal zich volledig opofferen en hij kan de druk aan die dat met zich meebrengt.''

Juist met de druk van de potentiële winnaar heeft Van Heeswijk het altijd moeilijk gehad. ,,Ik wil de druk afhouden, anders werkt die verlammend. Daarom ben ik wel blij dat Van Kessel [de bondscaoch van de wielerploeg] heeft gezegd dat ik in principe geen kans maak bij een massasprint. Hij denkt daarom dat één of twee renners van de Nederlandse ploeg moeten zien weg te komen. Sterke ploegen als de Italiaanse en de Spaanse zouden dan moeten gaan rijden. En wellicht, als iedereen weer bij elkaar is, krijg ik alsnog de gelegenheid om te bewijzen dat ik ook een kans maak.''

Dat hij als `buitenlander' in de Nederlandse ploeg op minder steun kan rekenen, is volgens hem geen uitgemaakte zaak. In de equipe van negen renners zijn er vijf (Michael Boogerd, Thomas Dekker, Karsten Kroon, Joost Posthuma en Pieter Weening) van de Rabobank afkomstig. Leon van Bon en Koos Moerenhout rijden bij het Belgische Davitamon-Lotto en Bram Tankink bij het Belgische Quickstep.

,,Het moet nog blijken of ik minder steun zal krijgen. Nee, ik heb daar ook nooit met de Nederlanders over gesproken die hier in de buurt [Belgische grensstreek] wonen. Je weet toch niet hoe het loopt op zo'n dag. En je weet dat eigenlijk iedereen wel wereldkampioen wil worden. Welke afspraak je ook maakt. Daarbij komt dat ik niet snel andere mensen om een dienst wil vragen.''

Het rijden in buitenlandse dienst zorgt er in ieder geval wel voor dat je in eigen land minder in beeld bent. ,,Dat vind ik prima, want op die manier kan ik ongestoord mijn eigen programma rijden.'' Dat de buitenwacht, vooral in Nederland, hem nu als een kanshebber beschouwt voor de regenboogtrui doet hem niet zoveel. De druk wordt pas te groot als de ploeg in zijn dienst zou gaan rijden. ,,De buitenwereld zag mij twee jaar geleden ook opeens als kandidaat voor de overwinning van de openingsklassieker Milaan-Sanremo. Ik was daarvoor nog nooit bij de eerste dertig geëindigd. Dat jaar werd ik vijfde en dan weet je dat je die wedstrijd ook kan winnen.''

Voor sommigen is hij een kanshebber, maar hebben mannen als Petacchi, Boonen en McEwen niet veel meer pure snelheid? ,,Ja en nee. Het verschil is dat ik het moet hebben van de eerste jump en mannen als Petacchi van de laatste jump. Zo'n sprint kan ik na die jump zeker 250 of 300 meter volhouden, ook bergop. Iemand als Petacchi gaat zelfs op het vlakke pas op 200 meter aan. Dat is een belangrijk verschil.''

Maar belangrijker nog dan de laatste honderden meters zijn de maar liefst 273 kilometer die daar aan vooraf gaan. ,,Als het parcours in Madrid helemaal vlak zou zijn geweest, dan had ik echt niet gezegd dat ik van zulke sprinters zou kunnen winnen. Mijn gevoel zegt dat we met zo'n zestig renners zullen aankomen. Dan heb ik een kans. Als er met dertig man wordt gefinisht, zal ik daar niet bij zijn. Dan is het te zwaar geworden.''

Behalve een hoog tempo kunnen ook de verschillende heuvels in het parcours voor de nodige problemen zorgen. Maar de beklimmingen zijn voor niet-klimmmers als Van Heeswijk te overzien. ,,Vaak moeten er bij de wereldkampioenschappen wel twintig rondjes worden afgelegd. Als je dan twintig keer een paar bergen over moet, wordt het al snel te zwaar. Hier zitten ook wel twee beklimmingen in [van een percentage van 5 en 8 procent], maar daar hoeven we maar dertien keer overheen.'' En met de finish is in elk geval niets mis. ,,De aankomst is erg breed. Voordeel daarvan is dat je niet snel wordt ingesloten. Als dat wel gebeurt, dan is het helemaal je eigen schuld.''

Dromen over wat er gebeurt als hij morgen in Madrid als eerste over de finish gaat, heeft Van Heeswijk nooit gedaan. ,,Zoiets overvalt je. Die polsstokhoogspringer Rens Blom is er wel een goed voorbeeld van hoe zo'n wereldkampioenschap je als het ware overkomt. Net als hij heb ik er de capaciteiten voor, maar alles moet op zo'n dag kloppen.''

    • Erik van der Walle