Dit kabinet oogst ongelijkheid en onzekerheid

Ruim in de tweede helft van zijn wedkamp denkt het kabinet-Balkenende II na prinsjesdag te kunnen oogsten. Ik blik terug op de aanloop. Aan daadkracht – beter gezegd: geldingsdrang – heeft het niet ontbroken. Een mogelijke analyse leidt tot de conclusie dat de oorzaak moet worden gezocht in een vreemde combinatie van drie geloven. De eerste is het geloof in de Here, dat wordt gepersonifieerd door Balkenende en minister Donner, gesecondeerd door minister Van der Hoeven.

Goede tweede is een onaantastbaar geloof in zichzelf, waarin elke vorm van twijfel ketters is. De gedachte `Ik heb gelijk, krijg (van de coalitie) gelijk en heb dus altijd gelijk' wordt kabinetsbreed uitgedragen. Een andere mening wordt in rappe babbels afgewezen en ongelijk bekennen hoort tot de uitzonderingen. Echter, twijfel uiten toont menselijkheid.

Het meest scha(n)delijke geloof is dat in de zegeningen van de van overheidswege gestuurde marktwerking. Niet de liberalen vormen hier de voorhoede, maar de aanvoerders van de coalitiepartij met de minste steun onder de keizers, D66. Het credo van dit geloof is simpel: keuzevrijheid bevordert de concurrentie, zodat de prijs daalt en de kwaliteit wordt vergroot. Iedereen is spekkoper, wordt mij voorgespiegeld. Ik ben geen econoom, slechts archeoloog, maar ik kan op mijn klompen aanvoelen wie het spel wint: de snelle ondernemer, de ruim betaalde bestuursvoorzitter, de aandeelhouder et cetera. Op een welverdiende boterham is niets aan te merken, behalve als die wordt geconsumeerd over de ruggen van verliezers. En iedere wedkamp kent verliezers.

Zie de zorg: daar kan concurrentie tussen verzekeraars leiden tot uitsluiting van risicovolle medelanders. De modale burger zal het wel redden, maar voor wie onderaan bungelt wordt niet gezorgd. Of de archeologische monumentenzorg: daar bepaalt straks vooral de projectontwikkelaar het opgraven van ons archeologisch erfgoed. Het zal hem een zorg zijn welk bedrijf dat doet, en hoe, als het maar snel en goedkoop gebeurt. Wordt het te duur, dan moet de zwaar bezuinigende gemeente bijspringen. De verliezers zijn wij allemaal: ons bodemarchief komt in het gedrang.

Om te oogsten moet je zaaien. Balkenende II heeft op de resten van de zorgzame samenleving vooral ongelijkheid en onzekerheid gezaaid.