Democratie moet je leren op de basisschool

Op verschillende lagere scholen werd deze week democratisch gedebatteerd tijdens de week van de politiek. Democratie moet een verplicht vak worden op de lagere school.

Steeds meer jongeren, autochtoon en allochtoon, dreigen te radicaliseren. Ze geloven niet dat hun mening ertoe doet, en hebben geen vertrouwen in de huidige generatie politici. Een ontwikkeling die ertoe leidt dat ze hun rol in deze maatschappij verruilen voor die van een rol in een gekozen 'eigen' wereld. Een wereld van gelijkgestemden met eigen normen en waarden. Een wereld waar niet altijd ruimte is voor andere meningen en afwijkend gedrag. Een ondemocratische wereld die alleen voorkomen kan worden als de politiek de democratie niet langer als vanzelfsprekend ervaart.

De generatie die nu volwassen wordt, krijgt die democratische beginselen niet meer met de paplepel ingegoten zoals dat gold voor de na-oorlogse-generatie. Voor hen die de oorlog hadden meegemaakt was het vanzelfsprekend om kinderen het belang van een democratisch stelsel bij te brengen. Na de bezetting en de dictatuur die daarmee gepaard ging, was er geen ruimte voor twijfel. Maar met het verdwijnen van die generatie wordt het nu de rol van de politiek om de relevantie van democratie aan jongeren uit te leggen. Want ouders doen of kunnen het niet meer.

De gemiddelde Nederlander gaat zich (hopelijk) rond zijn achttiende interesseren voor politiek. Dan immers krijgt hij stemrecht en ervaart wat het is om de toekomst van een land mede te mogen bepalen. Maar dat is te laat omdat het radicaliseren dan al heeft plaatsgevonden. Ondemocratisch gedachtegoed is daarbij de basis voor het denken en de leidraad voor het handelen geworden. Middelbare scholen besteden in de vakken staatsrecht en geschiedenis aandacht aan de verschillende staatsvormen en de effecten daarvan. Maar ook dat is te laat. Middelbare scholieren leven al in zelf gekozen groepjes en zijn kieskeurig en selectief in hun interesseveld.

Daarom is alleen de basisschool de juiste plaats om te beginnen met het onderwijzen van staatsrecht. Kinderen in de groepen zeven en acht staan, gezien hun leeftijd, het meest open voor nieuwe informatie. Ze zijn nieuwsgierig naar alles wat ze maar voorgeschoteld krijgen en zullen er – ook buiten de lesuren – over blijven doordenken. Een ideale voedingsbodem om de beginselen van de democratie te zaaien. Het is daarbij van het grootste belang dat dat zaaien effectief gebeurt. Dat de lesstof aansprekend is, en beklijft. Dus niet het klassieke, technisch staatsrecht zoals dat op de middelbare school plaatsvindt maar een praktijkvak democratie waar de kinderen aan den lijve de kracht van het debat ondervinden.

Gelukkig ziet de politiek ook in toenemende mate het belang in van die nieuwe verantwoordelijkheid. De week van de politiek die op Prinsjesdag begon, is daar een eerste aanzet toe. Op initiatief van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal staat de politiek deze week op verschillende basisscholen centraal. Met behulp van het speciaal ontwikkelde lespakket `De Derde Kamer' is het de bedoeling de Nederlandse jeugd weer verliefd te laten worden op de democratie. In de Derde Kamer moet je klasgenoten laten uitspreken, wordt er naar elkaar geluisterd en heeft iedereen, letterlijk en figuurlijk, een stem. Je telt mee; je bent belangrijk. En het werkt. Zoals bij dat veel te zware meisje van tien jaar dat na afloop van het debat vroeg of het pesten op school niet op dezelfde manier bespreekbaar gemaakt kon worden. Als kinderen aan den lijve ondervinden hoe belangrijk de democratie is, zien ze daar ook de waarde van in als ze later mogen stemmen. En zo wordt er een stevig fundament gelegd onder de maatschappij die zijn wortels heeft in de democratische beginselen. Zo wordt er een nieuwe generatie kiezers gekweekt, en een nieuwe generatie politici.

Laat de politiek zijn verantwoordelijkheid voor de toekomst niet verloochenen en verplicht een nieuw vak invoeren op de lagere school. Het praktijkvak democratie. Want als er niet snel maatregelen genomen worden is Prinsjesdag over tien jaar niet meer het centrum van het politieke debat maar een folkloristisch evenement vergelijkbaar met Koninginnedag. Inclusief een Gouden Koets maar met beduidend minder reden voor een feestje.

Creatief directeur bij Keesie, het advies- en communicatiebureau dat gespecialiseerd is in de doelgroep kinderen en jongeren. Keesie ontwikkelt tevens educatieve concepten.