De opvolgers van David Beckham

Steeds meer meisjes voetballen. En ze branden van ambitie. Smalende reacties van de jongens? `Een keertje de bal tussen de benen doorspelen is genoeg.'

,,Aannemen, neerleggen en schieten. Nee, rústig, kijk zo.'' Wim Bos (21), de trainer van het C1-meisjesteam van voetbalclub SC Buitenveldert is een man van weinig woorden. Maar als hij spreekt op deze mooie vooravond op een veld aan de rand van Amsterdam, kijken twintig paar ogen hem verwachtingsvol aan.

,,Jammer, hij is goed!'', roept Bos als de 15-jarige Semantha van Hijzelendoorn de bal snoeihard over het doel schiet. Kritiek geeft hij zelden. Hooguit slaat Bos zijn handen voor zijn gezicht als de bal over het hek in de bosjes verdwijnt. En als een speelster te laat arriveert omdat zij haar blaren moest laten behandelen: ,,Je had er óók voor kunnen kiezen om een half uurtje eerder te komen, toch?''

Onder het toeziend oog van hun ouders dribbelen, schieten en koppen de meiden zich een weg over het veld, terwijl een groep jongens zich even verderop warmloopt. Over een week wordt het C1-meidenteam van SC Buitenveldert teruggebracht van twintig naar zestien, en het is zaak dat de meiden zich bij hun trainer in de kijker spelen. Het 13-jarige talent Sanne van Beek maakt zich weinig zorgen over de selectie. ,,Gewoon even bikkelen'', zegt de spits, terwijl zij zich klaarmaakt voor een sprintje.

SC Buitenveldert is een van de 2.100 voetbalverenigingen met meisjesteams die uitkomen in de Nederlandse competitie. De club telt 250 meisjes tot 19 jaar en geldt daarmee als een van de grootste verenigingen voor meisjesvoetbal in Europa. Vanaf haar oprichting, 31 jaar geleden, telt de club vrouwelijke leden, maar met name de afgelopen tien jaar is hun aantal onstuimig gegroeid. ,,Toen ik hier dertien jaar geleden kwam werken, konden we met moeite twee meisjesteams vormen'', zegt Peter Weilenmann, voorzitter van de vrouwencommissie van SC Buitenveldert. ,,Nu krijgen we zoveel aanmeldingen, dat we meisjes bij andere clubs moeten onderbrengen.'' De pupillen van trainer Bos doen het goed. De C1 werd vorig jaar derde in de jeugdcompetitie (jongens en meiden) van de regio Utrecht.

,,Soms lijkt het wel of je niet cool bent als je als meisje niet voetbalt'', zegt Weilenmann van SC Buitenveldert. Waaróm de sport zoveel populariteit geniet onder meisjes kan hij niet verklaren. ,,Misschien heeft het ermee te maken dat het vrouwenvoetbal door de media en de FIFA (wereldvoetbalbond, red.) serieuzer wordt genomen'', zegt trainer Bos. ,,Het EK vrouwenvoetbal in Engeland werd een paar maanden geleden integraal op televisie uitgezonden. Daarmee geef je een signaal af. En het werkt aanstekelijk op die meiden.''

Zes jaar geleden kreeg Bos een baan als voetbaltrainer bij Buitenveldert aangeboden. Het bevalt hem goed, zegt hij, meisjes trainen. ,,Meisjes groeien minder snel tussen hun twaalfde en hun vijftiende dan jongens. Dat betekent dat ze het meer van hun techniek en verstand moeten hebben dan van hun fysiek. `Slim spelen', houd ik hun altijd voor. Vooral als ze uitkomen tegen jongens van hun eigen leeftijd. Winnen van een goed jongensteam is niet onmogelijk, maar je moet er wel alles voor uit de kast halen.''

Het ene meisje draagt een shirt van David Beckham (Real Madrid), het andere een shirt van Pavel Nedved (Juventus), weer een ander dat van Ronaldinho (Barcelona). Namen van wereldberoemde voetbalmannen van wereldberoemde mannenvoetbalclubs sieren de shirts van enkele leerlingen van de Regionale Meidenvoetbalschool in Huissen. Suus (13) en Merel (14) komen er rond voor uit, wanneer ze tussen de middag- en avondtraining door even van trainer Roos Brouwer met de pers mogen praten. ,,Ik wil zo goed worden als de beste voetballer. En dat is David Beckham. Ik ken geen wereldbekende voetbalsters'', bekent Suus uit Westervoort. En hoe zit het dan met de Amerikaanse Mia Hamm, jarenlang het gezicht van het vrouwenvoetbal in de wereld? Of de Duitse Birgit Prinz, tegenwoordig 's werelds beste voetbalster? Merel van Kessel uit Vorden moet net als Suus Daniels toegeven dat ze de namen zeker kent. Maar Hamm en Prinz spreken niet erg tot hun verbeelding. Ze willen toch vooral zo goed worden als de beste mannen.

Roos Brouwer gooit de zweep erover deze middag, op een van de vele velden van sportpark De Blauwenburcht. Zo'n dertig meiden van de C- en D-selectie van de Meidenvoetbalschool onderwerpen zich aan haar training, waarvan er wekelijks vier op het programma staan naast een wedstrijd op zaterdag. De bal aannemen uit harde en zachte passes, schijnbewegingen, draai- en kapbewegingen, trucjes automatismen moeten het worden. Het moet gezegd: het is hartveroverend en bewonderenswaardig wat deze meiden laten zien. Hun motoriek en de looptechniek verschillen nog wat van die van de jongens, maar het ziet er zeker atletisch uit. ,,Vooral de basistechnieken moeten er inslijten'', verklaart de 21-jarige Brouwer de herhalingsoefeningen. Brouwer haalde twee jaar geleden haar diploma aan het Centraal Instituut Opleiding Sportleiders (CIOS) in Arnhem dat jaar als enige meisje in haar klas met hoofdvak voetbal. Ze liep ook stage in de Verenigde Staten, waar het vrouwenvoetbal ongekend populair is, vooral op de univsersiteiten, mede dankzij Mia Hamm en de olympische- en wereldtitels van het Amerikaanse nationale elftal. Vrouwenvoetbal wordt er evenals in Duitsland, Italië en Japan op professionele basis beoefend.

De meiden van de Voetbalschool beëindigen de training en melden zich in een afgescheiden ruimte van de kantine. Daar staat een bescheiden maaltijd klaar en zal project- en studiecoördinator Gonny Bisseling de meiden op straffe toon met hun huiswerk begeleiden. ,,Waarom heb jij je boeken niet meegenomen?'' Of: ,,Wie had er corveedienst?'' Of: ,,Ik had je toch gevraagd wie je mentor was?'' En: ,,Er wordt hier niet gegiecheld.'' Ten slotte: ,,Oké, meiden, opruimen en trainen.''

Wie wordt toegelaten tot de Meidenvoetbalschool van RKHVV is bevoorrecht. De getalenteerde leerlingen mogen zich onder deskundige begeleiding bekwamen in hun geliefde sport zonder hun maatschappelijke interesses en schoolopleiding te verwaarlozen. De meiden komen van ver in de zuidoostelijke regio naar Huissen, een stadje tussen Arnhem en Nijmegen. Ze worden op z'n minst drie keer in de week gebracht en gehaald door hun vader of moeder. Ze moeten met hun school afspraken maken, leren omgaan met de gezinssituatie (niet thuis zijn tijdens avondeten, ouders die zich voor hun getalenteerde dochter inzetten, bevoorrechte positie). Coördinator Bisseling: ,,RKHVV was de eerste club in Nederland die in 2001 met een regionale meidenvoetbalschool kwam. Voetbal is de grootste sport voor meisjes aan het worden. Er is erg veel belangstelling. We hebben nu al twee groepen van zestien meiden.''

De voetbalschool in Huissen is door de voormalige trainster Mary Willemsen van de vrouwen en meiden van RKHVV in het leven geroepen en viert dit jaar zijn eerste lustrum. Sinds dit jaar is er ook de Meidenvoetbalschool van Stedoco in Hoornaar, vlakbij Gorinchem. De school van RKHVV is een topsportproject binnen de amateurvereniging met eigen sponsors en vrijwilligers, eigen trainers, een eigen medisch team, een communicatiedeskundige, een eigen begeleidingsteam en een project- en studiecoördinator, een gediplomeerd remedial teacher. De leerlingen betalen 50 euro lesgeld per jaar, bovenop de clubcontributie.

Wereldwijd wordt door zo'n 45 miljoen vrouwen en meisjes gevoetbald, verdeeld over 190 landen met Duitsland, de Verenigde Staten en de Scandinavische landen als uitschieters. Nederland behoort wat betreft het aantal beoefenaren en het prestatieniveau van het nationale elftal nog lang niet tot de top-15 van de wereld. Maar als het aan bondscoach Vera Pauw ligt, komt daar snel verandering in. Pauw (84 interlands), sinds kort in het bezit van het diploma Coach Betaald Voetbal, wil hogerop met het vrouwenvoetbal. Ze hamert op goede prestaties en wil met het nationale vrouwenteam naar de wereldtop. Vandaag speelt het nationale team in Frankrijk een kwalificatiewedstrijd voor het WK van 2007 in China. De kansen op kwalificatie zijn klein, Frankrijk en Engeland zijn in de WK-groep te sterk. Daarom wil Pauw dat haar werkgever, de KNVB, zijn zinnen zet op de organisatie van het Europees kampioenschap van 2009. Dan is Nederland als organiserend land automatisch geplaatst. En kunnen de Nederlandse vrouwen ervaring opdoen in een groot toernooi.

,,De meiden in Nederland moeten sterker worden'', vindt Pauw. ,,Voor de junioren die voor de gezelligheid spelen is het prima dat ze in een meidencompetitie uitkomen. Maar wie zich echt wil ontwikkelen moet ook tegen jongens spelen.'' De bondscoach noemt de meidencompetitie ,,een gepasseerd station''.

Peter Weilenmann van de vrouwencommissie van Buitenveldert noemt het juist ,,dramatisch'' dat de KNVB meisjes ,,dwingt'' om tegen jongens te voetballen. ,,Op zichzelf is het een juiste redenering dat meiden beter gaan voetballen als ze tegen jongens spelen. Maar niet iedereen is even getalenteerd. Voor de mindere speelsters is het geen pretje om tegen jongens te voetballen. Ik heb wedstrijden gezien die in 33-2 eindigen. Daar zit toch niemand op te wachten?'' Pauw reageert als door een wesp gestoken: ,,Onzin! Vorig weekend heeft het meidenteam van CSW met 25-0 van een jongensteam gewonnen. Ik bedoel maar: zo kan het dus ook.'' Het gaat er volgens haar niet om tegen welk geslacht meisjes voetballen, als zij maar op het juiste niveau worden ingedeeld. ,,Clubs hebben er een handje van om 6-jarigen en 15-jarigen in een team in te delen. Neem van mij aan: daarmee stimuleer je hun ontwikkeling niet.''

Sportpedagoog Albert Buisman vindt `ontwikkeling' een relatief begrip: ,,De KNVB streeft vooral naar prestaties en topvoetbal, maar ik vind dat meisjes op hun eigen manier moeten kunnen voetballen – dus niet per se tegen jongens. Dat druist in tegen elke vorm van fair play. Zo moeten ook meisjes die geen talent hebben maar graag willen voetballen, de kans hebben om mee te spelen en niet op de reservebank te belanden.'' Buisman is in opdracht van de KNVB een onderzoek begonnen onder zeshonderd meisjes. Hij meent dat de voetbalbond de meeste meisjes ,,te weinig perspectief en mogelijkheden biedt''.

Bij RKHVV in Huissen streven ze naar zoveel mogelijk meiden- en vrouwenteams. Het C-meidenteam (12-14 jaar) en het D-meidenteam (10-12) spelen in de jongenscompetitie. Soms tegen jongere jongens, omdat het fysieke verschil te groot is. ,,Meiden haken af, zodra ze zestien jaar worden. Vooral omdat ze fysiek niet meer tegen jongens opkunnen'', ervaart trainer Roos Brouwer van de Meidenvoetbalschool. ,,We hebben geen probleem om elftallen te vormen vanaf dat meisjes 16 zijn, maar we hebben er problemen mee dat ze te oud zijn voor de C, een aantal zal het eerste elftal halen en een aantal net niet. Wat doe je met dat aantal dat het niet haalt? Links laten liggen, op laag niveau laten spelen zodat je voor niets heb geïnvesteerd? Of bied je die ook weer voetballen en trainen op hoog niveau aan door middel van bijvoorbeeld een beloftencompetitie? Meiden van 16 jaar die voetballen zijn er genoeg, maar het gaat om de meiden die niet in één keer de stap kunnen maken naar de hoofdklasse. Daar moet iets mee gebeuren.''

Peter Weilenmann van SC Buitenveldert onderkent het probleem. Hij pleit voor meer `piramidevorming': de sterkeren in de hoofdklasse, maar ook een tweede klasse voor de zwakkeren en indien nodig nog een klasse lager. ,,De doorstroming stokt'', weet hij, ,,waardoor de meiden niet de kans krijgen zich te ontwikkelen. De bond moet gewoon meidenvoetbal op alle niveaus ontwikkelen. Voetbalsters die het ver willen schoppen, hebben er echt wel wat voor over, ook lange reistijden.''

Met reistijden van een uur of langer hebben de leerlingen van de Meidenvoetbalschool geen probleem. De 14-jarige Merel vertelt dat ze uit Vorden komt, bij Zutphen. Ze fietst, neemt de bus en de trein iedere maandag, woensdag en vrijdag rechtstreeks vanuit school naar de Voetbalschool. Zaterdag meldt zij zich weer in Huissen voor een wedstrijd. De 13-jarige Suus komt uit Westervoort en wordt gehaald en gebracht door haar ouders. Een ander meisje komt van verder weg, uit Lunteren. Ouders blijken meer moeite te hebben met de grote afstanden dan hun kinderen. ,,Een moeder kan haar dochter niet komen ophalen'', constateert Gonny Bisseling deze middag vertwijfeld. ,,Haar auto is nog niet in de garage gerepareerd. Wat nu? Dan moet ik toch iets regelen.''

Trainer Roos Brouwer heeft andere problemen. Hoe versterk je bijvoorbeeld de mentale weerbaarheid van jonge vrouwen? Ze heeft daarom ook contact opgenomen met sportpsycholoog Rico Schuijers om een bijeenkomst te organiseren met speelsters, ouders en begeleiders. ,,We willen alles weten over de meiden en hun thuissituatie. Is de voorkeursbehandeling ten aanzien van broers en zussen belastend? Hoe gedragen ze zich thuis? Wat voor type meiden hebben we hier naartoe gelokt? Wat willen ze, hoe ambitieus zijn ze, waartoe zijn ouders bereid? Hoe gaat het op school? Met Schuijers gaan we gesprekken voeren en analyses maken. En in een verder stadium mentale training geven. Wat me opvalt: meisjes zijn fanatieker dan jongens en hebben meer plichtsbesef.''

Wie praat met de meiden van de Voetbalschool, voelt hun brandende ambitie. Ze willen prof worden, liefst beroemd, net als David Beckham, Pavel Nedved en Ronaldinho. In Nederland is dat vooralsnog niet mogelijk. Maar er zijn Nederlandse vrouwen die in het buitenland op professionele basis spelen, in de Verenigde Staten, in Italië of in Duitsland. ,,Daar worden vrouwenvoetbalwedstrijden ook regelmatig op de televisie vertoond'', weet Roos Brouwer. ,,Als dat hier zou gebeuren, groeit de belangstelling en worden we nog beter. De media laten ons nog links liggen. Ja, als het Nederlands vrouwenteam gaat presteren, komen ze wel. Zo gaat dat.''

Alle meiden hebben wel eens meegemaakt dat ze gepest en uitgelachen werden door jongens. Brouwer van de Meidenvoetbalschool: ,,Het is vervelend, maar je kunt er ook sterker door worden. Door te laten zien dat je ook kunt voetballen. Een keertje de bal tussen de benen doorspelen is al genoeg.'' Trainer Bos van Buitenveldert: ,,We hebben steeds minder last van vooroordelen, maar het komt nog altijd voor dat ons team wordt uitgelachen als we voor een wedstrijd verschijnen. Wat ik daar tegen doe? Allereerst proberen te winnen; als je een jongenselftal met 14-1 inmaakt, wordt het opeens héél stil. Maar ik druk de meiden ook op het hart om zich goed te presenteren. Zo verschijnen we altijd in trainingspak. Dat oogt professioneel en het sterkt je als team.''

,,Jongens zijn fysiek sterker'', geeft `superspits' Sanne van Beek van SC Buitenveldert toe. ,,Maar dat betekent niet dat ze ook béter zijn.'' Een ding valt haar altijd weer op: ,,Jongens zijn vét jaloers, ze kunnen niet tegen hun verlies.'' En ja, dat prikkelt haar en veel van haar fanatieke vriendinnen nóg meer om een wedstrijd te winnen en jongens te laten zien dat ook meiden kunnen voetballen.

    • Danielle Pinedo
    • Guus van Holland