`Crèche is geen bewaakte fietsenstalling'

Van de overheid moeten crèches onderling concurreren zodat de beste vanzelf overblijven. Werkt marktwerking in de kinderopvang?

Kinderdagverblijf de Hooikever in Rotterdam zit voller dan vol. Teamleidster Bianca Wienstra is daar trots op. Ze weet waarom ouders hun kinderen hier graag brengen. Het kinderdagverblijf is klein: drie groepen (baby's, dreumessen en peuters). De ruimten hebben de uitstraling van een huiskamer. Elke groep heeft twee vaste mensen die er al jaren werken. De crèche staat midden in de Rotterdamse probleemwijk Delfshaven, maar heeft kinderen van hoog- én laagopgeleide ouders, allochtoon én autochtoon.

Het is maar de vraag of de Hooikever zo populair blijft. Het kinderdagverblijf moet flink bezuinigen en een deel van het vaste personeel ontslaan. Binnenkort hebben alleen de baby's elke dag dezelfde twee leidsters. De oudere kinderen zien meerdere gezichten.

Is dat erg?

Het is jammer, maar acceptabel, zegt Crista Vonkeman van de overkoepelende welzijnsorganisatie Disck met negen kinderdagverblijven in Rotterdam, waaronder de Hooikever. ,,Wat eraf gaat is luxe. De wet formuleert een aantal kwaliteitseisen – bijvoorbeeld dat op elke vier baby's één leidster aanwezig moet zijn, bij peuters is dat één op acht – en daar voldoen wij aan.''

Het is rampzalig, zegt Bianca Wienstra. ,,Kinderen hebben vaste mensen nodig zodat ze zich kunnen hechten. Ze moeten een vertrouwensband kunnen opbouwen. Bovendien hebben leidsters straks veel minder tijd om met ouders te praten, om kinderen te observeren en ze te begeleiden.''

Wat is een goede crèche? Is dat een crèche die zich houdt aan de eisen die de wet stelt, of is het een crèche die meer biedt?

Vorige week bleek uit een onderzoek van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) voor het ministerie van Sociale Zaken dat de kwaliteit van 40 procent van de kinderdagverblijven onvoldoende is. Het NCKO deed in 1995 en 2001 precies eenzelfde kwaliteitspeiling. In 1995 scoorde geen enkel kinderdagverblijf onvoldoende. In 2001 kreeg 6 procent een onvoldoende, in 2005 is dat veertig procent.

De hygiëne moet beter, de veiligheid ook, zegt een van de onderzoekers, hoogleraar kinderopvang Louis Tavecchio. Op veel crèches is te weinig gevarieerd spelmateriaal waarmee kinderen zich kunnen ontwikkelen, zoals boekjes, puzzels, blokken, klei, verkleedkleren of muziekinstrumenten. Of het was er wel, maar de kinderen konden er niet bij. De leidsters zouden de kinderen meer moeten begeleiden bij het spel. Wel waren de leidsters op de meeste plekken lief en aardig voor de kinderen.

Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) vindt de resultaten ,,verontrustend''. Hij wil dat de controles door de GGD's op de kwaliteit van kinderdagverblijven worden aangescherpt.

De vraag is of de kwaliteit met stopcontactbeveiligers, aparte lapjes voor elke snotneus en uitdagender speelmateriaal voldoende verbetert. Natuurlijk niet, zegt Gjalt Jellesma, voorzitter van de belangvereniging voor ouders in de kinderopvang (Boink). Kwaliteit gaat niet over structuren: hoeveel kinderen per leidsters, hoeveel vierkante meters per kind. Kwaliteit gaat over de manier waarop leidsters met een kind ómgaan.''

Bianca Wienstra van de Hooikever zegt het zo: ,,We zijn geen bewaakte fietsenstalling. Het gaat om wat mijn mensen met de kinderen kunnen dóen.''

We moeten ons afvragen, zegt Tavecchio, of we kinderopvang beschouwen als ópvang. Of vragen we méér. ,,Vinden we het voldoende als crècheleidsters het kind zijn flesje en hapje op tijd geven. Of zien we hen als mede-opvoeders, zoals in de Scandinavische landen.'' Als we meer willen, zegt Tavecchio, ,,dan moeten we zorgen voor goed opgeleide mensen voor de kinderopvang. Dan zouden crècheleidsters op de opleiding veel meer pedagogische vaardigheden moeten leren. Nu is de opleiding vooral gericht op de zorg. Als ze ondersteund zouden worden door groepsassistenten, zouden ze zich meer kunnen richten op hun pedagogische taak. Die kinderen zitten daar toch, dan kunnen we beter de mogelijkheid benutten en er wat mee doen.''

Er is vanaf 2006 200 miljoen euro extra beschikbaar voor de kinderopvang, maar dat is voornamelijk bedoeld voor verlaging van de crèchekosten voor ouders. Kwaliteitsverbetering verwacht de overheid vooral van marktwerking, die met de nieuwe wet werd geïntroduceerd: om klanten te trekken moeten crèches meer bieden dan de buurman en liefst voor minder geld. Dat kan doordat sinds de nieuwe wet kinderdagverblijven geen subsidie meer krijgen, maar betaald worden door de ouders.

Crista Vonkeman legt uit waarom de Hooikever toch moet bezuinigen. De overkoepelende Stichting Disck heeft ook crèches die het veel minder goed doen. De bezuinigingen worden verdeeld. Dat is eerlijker.

Maar de marktwerking dan?

Disck is een maatschappelijke organisatie, zegt Vonkeman. ,,Wij zijn er voor iedereen, maar met name voor de mensen aan de onderkant van de samenleving. Bij hen willen we dicht in de buurt zitten. Anders krijg je tweedeling: rijkere ouders redden het wel, die rijden wat verder. Armere ouders kunnen geen kant op. Daarom sluiten we geen crèche, maar halen we bij iedereen wat weg.''

Bij de Rotterdamse rechtbank diende deze week een kort geding dat was aangespannen door de oudercommissie van de Hooikever tegen Stichting Disck. De oudercommissie wilde zo hun recht op advies afdwingen. ,,We willen deze extreme maatregelen van tafel'', zegt Menna Meijer, die een tweeling van twee jaar op de Hooikever heeft. ,,Bij de Hooikever doen ze met de kinderen wat je thuis ook zou doen, Ik had hiervoor mijn kinderen op een andere crèche en die was prima. Maar ik kwam hier en je wordt warm van binnen. Het is een pareltje. Als de plannen van Stichting Disck doorgaan, is de glans eraf.''

    • Sheila Kamerman