Brieven van een landverhuizer: honkvastheid

,,Kati had rood haar, Boedapest rood, je weet wel die onbestemde paars-oranje kleur waarmee de vrouwen zich hier toetakelen'', zegt Nicholas. ,,Het contrasteerde goed met haar bleke huid.''

,,We hadden haar gevonden via een advertentie in de Nepszabadsag'', zegt Alexandra. ,,Kati had foto's meegenomen van de kinderen op wie ze gepast had. Dat overtuigde me. Ze was dertig, ze sprak Engels. Ze leek ideaal.''

Alexandra lijkt op de jonge Bianca Jagger. Ze is Française, ze heeft haar baan in Londen als analiste opgegeven om met Nicholas naar Hongarije te verhuizen. Van de buitenlanders in Hongarije zijn de Engelsen verreweg het leukst. De Britse boardingschools dienen nog altijd hun doel: de wereld verrijken met excentrieke avonturiers.

De eerste Engelsman die ik in Boedapest leerde kennen, probeerde vanuit zijn achtertuin in het twaalfde district wilde zwijnen te stropen. De tweede is schilder, speelde cricket op nationaal niveau en probeert nu de zigeunerkinderen in zijn dorp dat spel bij te brengen. De derde, oud Eatonean, werd verliefd op de mooie Hongaarse advocate die een due diligence voor hem deed. Hij liet haar iedere dag anoniem grote bossen bloemen brengen (twee secretaresses van de advocate konden de spanning niet aan, grepen de bloemenbezorger in de kraag, sloten hem op in het kopieerhok en probeerde onder druk te achterhalen wie de afzender was, maar de bloemenjongen sloeg niet door) en trouwde met haar nadat hij haar van haar verloofde had losgeweekt.

De vierde was Nicholas. Hij is groot en stevig en is tweede rijer geweest met rugby. Kort stekelhaar en een zware Elvis Costello bril completeren het geheel. Hij is naar Hongarije gekomen om een onroerend goed-fonds op te bouwen. Maar vooral is hij hier gekomen om ongedaan te maken wat zijn familie is aangedaan. Tenminste, dat is volgens mij de verborgen drijfveer van veel hele, halve en kwart Hongaarse generatiegenoten die de afgelopen vijftien jaar naar Hongarije zijn gekomen.

Het zijn veelal nazaten uit gegoede families. Hun ouders of grootouders zijn na de Tweede Wereldoorlog of in 1956 Hongarije ontvlucht. Voor de gemiddelde Hongaar is dat geen geringe stap. Er is een speciaal woord voor de honkvastheid van de Hongaar: röghözkötött. De drang te blijven waar hij is, in zijn dorp, bij zijn eigen grond, het eigen huis, de eigen familie. De driehonderdduizend Hongaren die de moed hadden weg te gaan waren dan ook niet gemiddeld, maar het beste wat het land had.

Nicholas' grootouders zijn Hongaars. Zij zijn naar Engeland gevlucht. De grootvader is 95, van een bekende grafelijke familie (waar nooit over gesproken wordt) een geweldige man, zeer actief, geestig en empathisch. Na de val van de muur hebben de grootouders een appartement in Boedapest gekocht, waar ze nu veel komen. László, de taxi-chauffeur die de grootouders van het vliegveld oppikte toen zij de allereerste keer terugkwamen, is de vertrouweling van de familie.

,,Oh, László'', zegt Nicholas met enthousiasme, ,,ik kan hem om drie uur 's nachts bellen. Toen Alexandra hier voor het eerst kwam heeft hij ons de stad getoond en meegenomen naar de ijswinkel in Szentendre. Hij gaat voor ons naar Ikea om kasten te kopen, hij haalt iedere ochtend mijn grootmoeder – hij heeft de sleutel van hun appartement – en neemt haar mee naar Kis Gerbeaud. Hij loopt haar tot aan de deur. Hij was na mij de eerste die Otto zag toen die werd geboren.''

Enkele weken geleden heeft Kati, de Hongaarse au pair van Nicholas en Alexandra, een fraai voorbeeld van röghözkötött getoond. Kati zou drie weken meegaan naar Frankrijk. Eerst een week Parijs en daarna naar de Franse kust waar Alexandra's familie een huis bezit, dertig meter van de vloedlijn. Ticket en alles was voor haar geregeld.

,,Ik kwam thuis. De taxi's arriveerden om ons naar het vliegveld te brengen. Kati zat in haar appartement beneden en zei dat het zo moeilijk was haar familie achter te laten'', vertelt Nicholas. ,,Ik zei: `Kom op. Als je vliegangst hebt dan neem je een paar drankjes in het vliegtuig. Parijs is geweldig, de zee, het wordt een prachtige vakantie'. Ik heb haar koffer mee naar boven genomen.''

Op het gras stond een heel leger koffers. De taxi's stonden met draaiende motor voor het huis. Alexandra stapte met de twee kinderen in de achterste taxi. ,,Ik was bezig het huis af te sluiten. Kati verschool zich achterin de tuin. De voorste taxi werd bestuurd door László. Hij was mijn laatste hoop. Zijn vader komt uit hetzelfde dorp als Kati. Ik stuurde László op haar af. Ze ijsbeerde huilend met haar mobiele telefoon door de tuin. Je moet hier altijd zoeken naar goede ontvangst. Het begon te gieten. Heb je Four Weddings and a Funeral gezien? Zo'n hoosbui als daar bij die slotscène bij dat kerkje. László stond in die hoosbui op haar in te praten. Hij kwam terug, haalde zijn schouders op en ging door met koffers inladen. Haar koffer zat al in de achterbak. Die heb ik er weer uitgevist. Ik zei: `Er zijn twee mogelijkheden: je gaat nu mee naar Frankrijk, je hebt een fijne tijd en daarna hou je drie weken vakantie met je familie en we praten hier niet meer over. Of: we zetten je af bij de eerste bushalte en je komt hier nooit meer terug'.''

Alexandra zag vanuit de achterste taxi hoe Kati's koffer weer ingeladen werd. Kati stapte in. Iedereen was doorweekt. In vliegende vaart vertrok de karavaan naar Ferihegy. Tot Alexandra's verbazing stopte de voorste taxi bij de eerste bushalte na de Erzsébet-brug. Daar stapte Kati uit. László haalde haar koffer uit de achterbak. Zonder dag te zeggen, zonder te zwaaien, zonder te kijken zelfs, verdween ze.

,,Ik kan haar wel wurgen'', zegt Alexandra: ,,Dat ze mijn vakantie in het honderd stuurt kan me niets schelen, maar dat ze de kinderen niet dag zegt, dat ze de kinderen niet de kans geeft afscheid te nemen vind ik walgelijk. Ik wil die vrouw nooit meer zien.''

,,Het was vrijdagmiddag, we haalden het net. Bij het inchecken bleken we nogal wat overgewicht te hebben'', vertelt Nicholas: ,,Ineens bedacht ik dat we nog een ticket hadden! Met die lowbudget airlines is dat goedkoper dan overgewicht. Triomfantelijk toverde ik de ticket tevoorschijn. De grondstewardess keek me argwanend aan. Die dacht dat ik dat altijd zo deed.''