Biënnale voor ambtenaren

De officiële biënnale van Peking is een vreemd samenraapsel van goede en vooral veel matige kunst. Interessanter zijn de exposities in de marge.

De biënnale van Peking, die dit jaar voor de tweede keer wordt gehouden, heeft geleid tot een ware explosie van exposities van moderne kunst door de hele stad. Er vinden in september en oktober zo'n zeventig exposities, performances en andere kunstevenementen plaats, evenementen die vaak veel interessanter zijn dan de biënnale zelf.

Die is vooral merkwaardig. De drukbezochte tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten in het centrum van de stad trekt veel mensen met digitale camera's, die het werk dat ze interesseert vastleggen om er zich in hun eigen kunst of bij het lesgeven door te laten inspireren.

De kunst die er te zien is, is heel uiteenlopend van aard en kwaliteit. Sommige werken zijn traditioneel Chinees, andere modern; de kwaliteit is soms hoog, maar vaker heel matig. Met penseel en inkt geschilderde afbeeldingen van bamboestruiken hangen naast abstracte olieverfschilderijen, zonder dat daar iets mee bedoeld wordt. Er is geen enkele thematische structuur of eenheid aangebracht in de expositie. Het is wel geprobeerd, maar op een praktisch lastig te hanteren manier. De biënnale heeft de onmogelijke thema's `moderne kunst met een humanistische betrokkenheid' en `vrede' meegekregen. Ga daar maar aan staan als curator.

Toch loopt er wel degelijk een rode draad door de tentoonstelling: de meeste werken zijn gemaakt door kunstenaars die ook een ambtelijke functie in de kunstwereld bekleden. Ze zijn voorzitter van het Comité voor Olieverfschilderijen van de Kunstenaarsassociatie van de provincie Hunan, of vice-voorzitter van de Kunstenaarsassociatie van China. De Kunstenaarsassociatie is een orgaan onder de communistische partij van China, en een van de belangrijkste organisatoren van het festival. De leden horen bij het communistische establishment. In de ogen van veel moderne kunstenaars staat de biënnale daarmee symbool voor datgene waar zij zich juist tegen verzetten, of waar ze zich in elk geval ver van willen houden.

Zelfs mevrouw Aisingioro heeft niets met de biënnale. Ze heeft een atelier in de avantgarde kunstenaarsgemeenschap 798 aan de rand van Peking, een omgeving waar ze met haar soort kunst niet echt in past. Ze draagt een traditionele Chinese jurk en ze schildert vooral kleurige boeketten, schilderijen die ze tentoonstelt in krullige gouden lijsten en die moeiteloos op de biënnale zouden kunnen hangen.

,,Ik heb niets met moderne kunst. De kunstenaars geven commentaar op de maatschappij, maar daar luistert niemand naar. En niemand wordt er vrolijker van. Ik schenk de mensen schoonheid en geluk, dat vind ik veel belangrijker'', aldus mevrouw Aisingioro, die familie is van de laatste keizers die China regeerden. Ze is een groot bewonderaar van de impressionist Monet.

,,Ik vind hier mijn vrijheid en mijn individualiteit. Dat is het belangrijkste voor een kunstenaar, daarom zit ik op dit terrein'', aldus Aisingioro, die de ruwe wanden van haar atelier keurig zwart heeft geverfd. De leidingen, die zichtbaar over de muur lopen, zijn met een roze kwastje wat opgevrolijkt. Aan haar is de ruwe charme van de oude, Oostduitse fabriekshal waarin ze werkt niet echt besteed.

,,Ik ken de wereld van de officiële kunstenaarsbonden. Als je drie keer op provinciaal niveau hebt geëxposeerd, dan krijg je een certificaat dat je een erkend kunstenaar op provinciaal niveau bent. Drie keer nationaal, en je bent een erkend kunstenaar op nationaal niveau. Maar het zegt veel meer over de kwaliteit van je contacten dan over die van je werk'', aldus Aisingioro.

Waar de biënnale nauwelijks samenhang vertoont, hebben Ma Yue, Yin Kun en Piao Guangxie en Ban Xuejian wel een duidelijk thema dat hun gezamenlijke tentoonstelling bindt. Ze exposeren in de inmiddels in het alternatieve circuit vrij prestigieuze Yan-club, ook op het terrein van 798. Op de omslag van hun knalgroene catalogus staat een slak. ,,De generatie die zich oprolt'', heet de expositie, en op alle schilderijen staan mensen die zich op de een of andere manier onttrekken aan hun omgeving. Ze lijden eronder, of duiken ervoor weg. Ma Yue presenteert een serie in elkaar gedoken mannen, altijd met hun handen beschermend om hun hoofd. Ban Xuejian schildert mannen en vrouwen die hun hoofd met hun handen beschermen tegen klappen, en Piao Guangxie maakt een serie roze schilderijen van een man die bijna verdrinkt, en bij wie het snot en het bloed uit neus en mond sijpelt.

Volgens de catalogus zijn de schilderijen een commentaar op de huidige stormachtige en sterk ideologisch gekleurde tijd, waarin kwetsbare mensen geen andere keuze hebben dan te vluchten, toe te geven of te vervallen in zelfmedelijden. En dat is een interessanter thema dan het wel heel algemene `vrede' van de biënnale.

De officiële biënnale is nog tot 20 oktober te zien in het Museum voor Schone Kunsten en het Millenniummonument in Peking. De tentoonstellingen rondom de biënnale staan aangekondigd in de gratis Engelstalige bladen die in Peking worden verspreid.