Bèta-caroteen slecht voor rokers maar gezond voor niet-rokers

Rokende vrouwen die via voeding of voedingssupplementen veel bèta-caroteen gebruiken – de oranje kleurstof in worteltjes, vergroten daarmee hun kans om een tabakgerelateerde kanker te krijgen. Het vreemde is dat diezelfde stof niet-rooksters juist beschérmt tegen die kankersoorten. Dit effect van bèta-caroteen komt uit een groot langlopend onderzoek naar de risicofactoren voor kanker bij vrouwen door een Frans medisch onderzoeksinstituut (Journal of the National Cancer Institute, 21 sept).

Tien jaar geleden al bleek dat bèta-caroteen schadelijk is voor rokers. Een groot Amerikaans onderzoek onder 18.000 rokers naar het nut van een dagelijkse hoge dosis bèta-caroteen is toen voortijdig gestopt omdat ze door dit voedingsupplement juist vaker longkanker kregen. Dit was een grote verrassing voor de medische wereld omdat bèta-caroteen in eerdere kleinere onderzoek bescherming leek te bieden tegen kanker.

De Franse onderzoekers hebben nu het effect van bèta-caroteen geanalyseerd bij bijna zestigduizend vrouwen, waaronder rokers én niet-rokers. Die vrouwen deden mee aan de Etude Epidémiologique de Femmes de la Mutuelle Générale de l'Education Nationale (E3N); ze waren allemaal aangesloten bij de nationale ziekteverzekering voor onderwijzend personeel. De deelneemsters beantwoordden vanaf 1994 regelmatig vragen over hun voedingsgewoonten, het gebruik van voedingssupplementen en hun rookgedrag.

Ze zijn voor deze analyse verdeeld over drie groepen naar lage, gemiddelde en hoge consumptie van wortels, donkere bladgroente en sinaasappels, allemaal rijk aan bèta-caroteen. Veertienhonderd vrouwen slikten een voedingssupplement met bèta-caroteen.

Na gemiddeld 7,5 jaar hadden zevenhonderd vrouwen een vorm van kanker gekregen die vaker voorkomt bij rokers (zoals longkanker, baarmoederhalskanker, darmkanker, eierstokkanker en schildklierkanker). Omgerekend per tienduizend vrouwen waren er 542 kankers bij rooksters: 368 bij de vrouwen die veel bèta-caroteen gebruikten en 174 bij de deelneemsters met een lage bèta-caroteeninname. Bij de niet-rokende vrouwen kwamen veel minder kankers voor: 264 per tienduizend vrouwen. En het verband met bèta-caroteeninname was precies andersom: 82 kankers bij een hoge bèta-caroteeninname en juist 182 bij een lage bèta-caroteeninname.

Een tekortkoming aan de Franse studie is wel dat maar veertienhonderd vrouwen extra bèta-caroteen slikten. Dit beperkt de betrouwbaarheid van het resultaat. Toch is het tegenovergestelde effect van bèta-caroteen bij rokers en niet-rokers erg frappant.

Hoewel bèta-caroteen bij rokers dus als een soort co-carcinogeen lijkt bij te dragen aan het ontstaan van kanker, benadrukken de Franse auteurs dat rokers bèta-caroteenrijke voedingsmiddelen niet moeten mijden, want daarin zitten ook allerlei andere stoffen, zoals vitamine C en E, die het schadelijke effect van bèta-caroteen bij roken weer kunnen neutraliseren. Maar voedingssupplementen met extra bèta-caroteen zijn voor rokers niet aan te raden.

    • Bart Meijer van Putten