Bergharen Niftrik

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Gelderland.

De wallekanten van het kanaal worden bedekt met paradijselijke massa's brandnetels en peterselievarianten. Het ondiepe water speelt spiegeltje onder een stijfblauwe lucht met wat zwerfwolken. Ze hebben de vorm van fossiele visjes, behalve wanneer ze lijken op kalkoenen.

Ik kijk nog maar eens om naar de steekspitsen van Bergharens extreem neogotische kerk. Het gevaarte trof me. Ik associeerde het met een Russische stomme film en dacht, terwijl het was of ik droomde: waar is de vervaarlijke monnik met de zwarte breedbaard tot op zijn gordel? Die is er niet. Wel een vriendelijke kerel die zich niet verbaast over het even frisse als zachte weer, want ,,we hadden nachtvorst. Dan ligt de hemel open en kan de zon er langs''.

Zanderige bospaden voeren tussen eiken door en nu en dan onder de baldakijn-takken van de grove den.

Vaak ruik ik paard (zwoel). Ik hoor paard (vrolijk). Vervolgens zie ik paard (verleidelijk). En een dommelende pony-peuter (lief). Paarden, ze lusten er hier wel pap van. Bij de ranch die Buitengeest heet en die achter een poort met uitgezaagde cowboyprofieltjes ligt, doen ze zelfs aan de `opfok' van de sterke westernpaardjes.

Achter een volgend dorp zien we een, in zon en briesje sidderend, ven en een weiland vol diepzwarte koeien en kalveren. Statige beesten zijn het. Man tuurt en telt er vijfendertig: ,,Maar sommige verdubbelen zich ineens, dus zeker weet je het nooit.''

Dankzij een door het routeboekje aanbevolen omweg door een schimmig beukenbos (inderdaad, vaut le détour, dit strak geslepen padenstelsel) passeren we een klassiek vierkant landhuis, waar zich een familiereünie ontrolt. Men troept samen op het bordes. Er zijn, twee, guirlandes, sluike shawls, strakke pakken, hollende kinderen, een wind- en allerlei andere honden. Buiten gehoorsafstand krijgt de huifkarkoetsier instructies: ,,...maak je hier een rondje, kan je d'r zo weer uit...''.

Het deftige zwarte vee, de Leurse Black Angus, is eigendom van de baron ter plaatse. Wat je in de weides ziet lopen kan als biefstuk, sucadelappen, hamburgers, tartaar en nog zo wat, worden aangeschaft per `vleespakket'.

De voortuintjes van Wijchens buitengewesten markeren een stukje akelig wandelcorvee. Zelfs het riet langs de vaart ruist braaf. Het pad daarna, onderlangs de Maasdijk, maakt alles goed. Er groeit hoge maïs met in groen vloeiblad verpakte kolven onder de arm. Het fluitekruid valt uit, het is moe en mooi en sterfelijk. Een bokje staat bovenop zijn hokje.

We klimmen op de dijk. De Maas is overhuifd met pluizig middaglicht.

13 km. Kaarten 7, 8, 9 uit: Streekpad Nijmegen, uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 1999. Openbaar vervoer is schaars. Tel. taxi: 024 6412500

    • Joyce Roodnat