Aansluiting

Na zijn correspondentschap zoekt Dirk Vlasblom weer aansluiting in Nederland. Zijn tweede verslag.

Van de vier gezinsleden ben ik de enige autochtone Nederlander. Ik ben hier immers `van oudsher inheems', zoals de Vreemde-Woordentolk het noemt. De anderen zijn in Indonesië geboren. De twee jonkies hebben een Nederlands paspoort, maar alleen pa is, in de woorden van mijn 9-jarige dochter, een `nationale Nederlander'. Ik ben dan ook hun gids in dit nieuwe land.

Stadhuis, postkantoor, musea en Euromast staan nog op dezelfde plaats en de kaart is niet noemenswaardig veranderd, dus het gidsen gaat me vrij goed af. Maar bijna twee maanden na thuiskomst moet ik toegeven dat ik op heel wat vragen het antwoord schuldig blijf. Die vragen vallen in alle categorieën: wie, wat, waar, wanneer, hoe(veel) en waarom?

Nu de vakantie voorbij is, ontdek ik wie het land regeren. Van het gezelschap dat op prinsjesdag in (mantel)pak naar de koningin luisterde, kende ik maar een paar namen en een enkel gezicht. Als de krant ruim een week na verschijning werd bezorgd in Jakarta, snelde ik de koppen, meer niet. Dat Hare Majesteit daar alleen zat, dinsdag, stemde me treurig.

De vraag `waar koop ik...?' is lastiger te beantwoorden dan het lijkt. Allereerst blijkt branchevervaging troef. Mobiele telefoons zijn verkrijgbaar bij de HEMA, de supermarkt verkoopt boeken en voor dvd's kun je bij Blokker terecht. Wanneer de winkels open zijn, moet je per gemeente vragen en van de prijsverschillen raakt een repatriant de kluts kwijt.

En dan is er natuurlijk het nieuwe wettige betaalmiddel, waarmee u allang vertrouwd bent, al heeft u er zich misschien niet mee verzoend. Voor mij was het de afgelopen jaren de wat abstracte eenheid waarin overzeese inkomsten werden uitgedrukt en die, omgerekend in roepia's, mijn koopkracht niet voelbaar aantastte. Wat men er in patria mee kan kopen, is een heel ander verhaal.

Ik moet bijscholen, en snel. De krant spellen, alle folders bestuderen die in de bus vallen en vaker boodschappen doen. Al was het maar om de lastigste vraag te omzeilen: waarom ik zo weinig weet van mijn eigen land.

De anderen zoeken de antwoorden ook elders. Mijn vrouw hoopte vurig op een inburgeringscursus, maar die leergierigheid is niet beloond. Voor een gratis beginnerscursus komt ze niet in aanmerking omdat ze al een beetje Nederlands spreekt. ,,Daar leert u niks'', aldus de ambtenaar. En cursussen voor gevorderden zijn niet kosteloos. Intussen heeft ze de binnenstad verkend en in haar prijs-kwaliteitonderzoek komt de markt er het beste af.

De kinderen zijn na vier weken school – met rugzakje – al aardig bij. Zoonlief weet waar je goedkope software en oude stripalbums kunt krijgen en wil geen beugel. Dochter wil nog steeds president van Indonesië worden, maar heeft haar programma aangepast: er moet in Jakarta een metro komen, en fietspaden.

De eerste aflevering van Aansluiting is te lezen op www.nrc.nl