48 uur in Tokio

In Tokio overnacht Anneke Bots in een Love Hotel en vraagt ze zich af waar in hun kleine huisjes de shoppende Japanners hun spullen laten

WAAROM GAAN?

De grootste warenhuizen, indrukwekkendste designwinkels, drukste stations en de nieuwste hightech snufjes vind je er. Maar ook diepgewortelde beleefdheidsvormen, geisha's, tempels of capsulehotels en laveloos dronken zakenmannen. Tokio is een stad van extremen, met een mix van westers comfort en oosterse mystiek. En daarbij, het is er niet zo schreeuwend duur als vaak wordt gedacht. Als je wilt, kun je er vreselijk veel geld uitgeven, maar wie een beetje op zijn budget let, is na twee dagen in Tokio een stuk voordeliger uit dan de gemiddelde toerist die 48 uur Amsterdam, Parijs of Londen doet.

WAAR SLAPEN?

In een ryokan, een traditioneel hotel, voel je het oude Japan. Bij de voordeur gaan de schoenen uit – slofjes staan klaar – en word je verwelkomd met een pot groene thee. Futton en dekbed liggen opgevouwen in de kamer, het is de bedoeling om ze zelf voor het slapen gaan uit te rollen op de tatamimatten. Bovenop op de stapel: een kimono, handig voor het gemeenschappelijke bad. De Japanse manier is eerst grondig inzepen en afspoelen om daarna helemaal schoon het hete bad in te stappen. Een aanrader is Andon, de eerste design ryokan van Japan, waar traditioneel vermengd is met eenvoudig, strak en modern (www.andon.co.jp). Ook erg Japans is een Love Hotel, herkenbaar aan over-de-top neonverlichting en een bord met zowel de prijs per nacht als per uur (resting). Niet zo ranzig als misschien doet vermoeden, vooral apart. En alles draait om discretie. De kitscherig ingerichte kamers variëren van Romeinse stijl, suites à la China meets Elvis tot kostschool-look. Nadeel: inchecken voor een nacht kan pas laat in de avond.

ETEN

Eten is kunst, het behoort niet alleen goed te smaken, vindt de Japanner, maar moet er ook mooi uitzien. Op televisie kunnen ze eindeloos uitweiden over de perfecte noodle of het opdienen van de gerechten. Traditionele restaurants ogen vrij gesloten zodat je er al snel voorbij loopt. Niet doen dus, de lappen met karakters voor de ingang betekenen juist dat de zaak open is. Met een beetje geluk is er een ober die een paar woordjes Engels spreekt, komt er een Engelstalige menukaart op tafel of heeft het menu foto's. Zo niet, met aanwijzen kom je ook een heel eind. De inwoners van Tokio zijn een ster in woekeren met ruimte, veel restaurantjes zijn zo klein dat er niet meer in past dan een bar, met zo'n tien gasten is de zaak dan ook vol. Aan fooien geven doen Japanners niet. Ze weten er niet goed raad mee, je loopt zelfs de kans dat ze je achterna rennen om je `vergeten' geld terug te geven.

SHOPPEN

Je vraagt je af waar ze al die spullen laten in hun piepkleine huisjes, maar Japanners zijn dol op shoppen. De twee grootste warenhuizen ter wereld, Seibu en Tobu staan in Tokio, de laatste telt maar liefst 26 etages. Ginza is de wijk waar het chique winkelpubliek haar inkopen doet: van Chanel tot Dior, alle grote ontwerpers zitten er, vaak zelfs met meerdere filialen. Leuker is de Omote Sando. Ook hier designers die de beste architecten in hebben gehuurd voor hun flagshipstores, maar het publiek is een stuk jonger en hipper. Het begin van de straat, rond metrostation Harajuku, is het domein van fleurig uitgedoste tieners. In de zijstraten van de Omote Sando zitten kleinere designwinkels, boetieks, galeries en een van de weinige terrassen van de stad, Las Chicas. Als het een beetje lijkt af te lopen met de modemerken, is het de moeite waard om toch door te lopen en de Aoyama-dori over te steken. Vanaf het kruispunt doemt rechts het indrukwekkende paradepaartje van Prada op, de glazen kolos ontworpen door architectenduo Herzog & du Meuron. Gadget liefhebbers moeten natuurlijk nog even langs het Sony gebouw in Ginza om de nieuwste computerspelletjes uit te proberen en de allernieuwste elektronicasnufjes te bewonderen.

STAPPEN

Japanners zelf laten zich graag vollopen met bier en saké in een izakaya, een soort eetcafé waar je kleine gerechtjes bestelt. Of ze leven zich uit in een karaoke-bar, wat trouwens een heel serieuze aangelegenheid is. In fel verlichte privé-cabines doet iedereen zijn uiterste best om zo zuiver mogelijk te zingen. Clubben gebeurt vooral in Roppongi, de wijk waar de westerlingen zich ophouden, of in Shibuya. De laatste metro gaat rond twaalven. Doorgaan tot de eerste weer rijdt is het advies, tenzij je veel geld over hebt voor een taxi of toevallig in de buurt slaapt. Anders kun je de nacht altijd nog doorbrengen in een Manga Café, 24 uur per dag open. De grote ruimte is ingedeeld in hokjes, vanuit je luie stoel kun je er dvd's kijken, internetten, muziek luisteren. Of slapen dus, de stoelen zijn er comfortabel genoeg voor.

Parken en tempels

Het clichébeeld van Tokio is vooral druk: propvolle straten, metro's die aangeduwd worden en een opeenstapeling van fly-overs. Maar het grootste deel van de stad doet juist erg dorps aan, lage huisjes, bloembakken voor de deur en tussendoor kleine tempels waar je helemaal vergeet dat je in een stad met 12 miljoen inwoners bent. Senso-ji, een van de bekendste tempels van Tokio is de moeite waard, maar wel een echte toeristenattractie. Echt rustgevend is een wandeling langs de Yanaka begraafplaats met her en der een tempel, aan de zuidkant van Nippori station. Geen afgesloten terrein zoals onze kerkhoven, de graven lopen langzaam over in een woonwijk. Ook in deze buurt is het Ueno-park. In de bloesemtijd is er bijna geen doorkomen aan, dan wil heel Tokio picknicken onder de kersenbloesem, maar buiten die paar weken in april kun je er prima bijkomen.