Turkse kwesties

De voorzitter van de Tweede-Kamerfractie voor de ChristenUnie, André Rouvoet, maakte gisteren tijdens de Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer terecht een punt van de kwestie over erkenning van Cyprus door Turkije. Volgens Rouvoet heeft Turkije een nieuw feit geschapen door in een aparte verklaring bij een recent douaneverdrag te zeggen dat ondertekening van dít verdrag geen erkenning van Cyprus inhoudt.

Cyprus heeft een Grieks en een Turks deel, erfvijanden die er tot op heden niet in zijn geslaagd hun eiland te herenigen. De zaak leidt tot spanningen op Cyprus zelf, belast de Grieks-Turkse relatie en dreigt een struikelblok te worden in het overleg van Brussel met Ankara over Turkse toetreding tot de EU. Vorig jaar werd Cyprus lid van de Unie, minus zijn noordelijke deel dat de Turken sinds 1974 claimen. Op 3 oktober moeten de toetredingsonderhandelingen met Turkije beginnen. Rouvoet heeft gelijk met zijn uitlating dat als Turkije tot de Unie wil horen, het Cyprus moet erkennen. De gewraakte verklaring bij het douaneverdrag kan dus maar beter worden ingetrokken.

Toen onder Nederlands voorzitterschap de afspraken tussen de EU en Turkije zijn gemaakt, is helaas nagelaten het land vast te pinnen op volkenrechtelijke erkenning van Cyprus als harde voorwaarde voorafgaand aan de toetredingsonderhandelingen. Inmiddels werkt de EU naar aanleiding van het gedoe met het douaneverdrag aan een `tegenverklaring' over Turkije waarin expliciet staat dat Ankara tijdens de toetredingsgesprekken Cyprus moet erkennen.

Waarom is het belangrijk dat Turkije bijdraait? Omdat het onverteerbaar is als de etterende wond van de gedeelde eilandstaat ook binnen de EU tot in lengte van jaren voor problemen blijft zorgen. Turkije is nog lang geen EU-lid, maar de procedure daarvoor staat wel op de rails. Afspraken hierover kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Maar als Ankara over zoiets principieels inderdaad `nieuwe feiten' schept, is een stevig en eenduidig antwoord van Brussel op zijn plaats.

En dan is er nog een andere, minstens zo zorgwekkende zaak die een schaduw werpt over het aspirant-lidmaatschap van Turkije. De Turkse schrijver Orhan Pamuk moet in december voor het gerecht verschijnen wegens vernedering van de nationale identiteit. Pamuk heeft zich in een interview met de Zwitserse Tagesanzeiger begin dit jaar kritisch uitgelaten over de Turkse massamoord op de Armemiërs, in 1915, en over de stelselmatige onderdrukking van de Koerden. Deze meningsuiting is hem op bedreigingen komen te staan, alsmede op een formele aanklacht en een rechtszaak. Als Pamuk, auteur van geroemde boeken als Het huis van de stilte, Mijn Naam is Karmozijn en Sneeuw, wordt veroordeeld, kan hij voor drie jaar de gevangenis ingaan.

Net als voor de erkenning van Cyprus moeten voor Orhan Pamuk in Brussel de alarmklokken worden geluid. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht dat kennelijk niet geldt voor de beroemdste schrijver van Turkije.