Steun vooral naar succesvolle bedrijven

Grote bedrijven krijgen veel subsidie uit Brussel, bleek gisteren uit gegevens van Landbouw. Succes wordt gesteund, `maatschappelijk werk' beloond.

De acht miljoen gegevens over de 80.000 ontvangers van Europese landbouwsubsidies in Nederland zijn nog niet helemaal verwerkt. Maar uit een eerste analyse van de informatie die het ministerie van Landbouw woensdagavond vrijgaf komt een voorspelbaar beeld naar voren: grote bedrijven zijn grootontvangers van subsidie.

De Evert Vermeerstichting, een aan de PvdA gelieerde ontwikkelingsorganisatie die bij het ministerie van Landbouw aandrong op openbaarmaking, publiceerde gisteren eerst een voorlopige top-100 en daarna een wat meer uitgewerkte lijst van bedrijven die de meeste landbouwsubsidies ontvangen. Het gaat om voorlopige cijfers.

Vooral landbouwcoöperaties blijken de afgelopen vijf jaar honderden miljoenen subsidie te hebben ontvangen, evenals een multinationaal opererend bedrijf als voedingsgigant Nestlé, dat 372 miljoen euro inde.

Voor de Evert Vermeerstichting en andere tegenstanders van het stelsel van Europese landbouwsubsidies staven deze feiten de eerdere aanname dat de steungelden niet terecht komen bij de allerarmsten onder de Europese boeren. Al jaren geleden bleek uit (geanonimiseerde) gegevens die de Europese Commissie publiceerde, dat 80 procent van de subsidies terechtkomt bij 20 procent van de bedrijven.

Dat heeft te maken met de systematiek van de subsidieregelingen, het gevolg overigens van een bewuste politieke keuze. De landbouwsubsidies zijn immers niet zozeer bedoeld als ondersteuning van arme boeren die zonder subsidiegeld het loodje leggen. Eerder beogen ze gezonde, kansrijke agrarische ondernemingen te steunen. En daarmee zijn de landbouwsubsidies een instrument geworden voor de als onvermijdelijk beoordeelde schaalvergroting in deze sector.

Maar het beeld dat met de subsidies `de rijken alleen maar rijker worden', is onvermijdelijk. Publicatie van de gegevens van subsidieontvangers ,,wekt de indruk dat ze iets krijgen zonder dat ze er iets voor doen'', meent europarlementariër en landbouwdeskundige Jan Mulder (VVD). ,,Deze gegevens weerspiegelen bovendien niet het feit dat 45 procent van de Nederlandse ondernemers in de land- en tuinbouw een inkomen heeft dat onder het minimumloon ligt.'' Mulder heeft er ook een probleem mee, dat in de Unie de situatie ontstaat waarbij gegevens van ontvangers van EU-subsidies in een aantal landen wel en in andere niet mogen worden gepubliceerd.

Een discussie op basis van de recent gepubliceerde gegevens is grotendeels zinloos. De subsidiegegevens over de komende vijf jaar zullen vermoedelijk een geheel ander beeld te zien geven. Daarin zijn dan de grote veranderingen weerspiegeld waaraan het stelsel van Europese landbouwsubsidies de afgelopen jaren onderheving is geweest: de omslag van productsteun naar inkomenssteun en de afschaffing van exportsubsidies. Tot dit laatste is de Europese Unie alleen bereid indien andere handelspartners – met name de Verenigde Staten – dat ook zullen doen. Op de komende ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie WTO moet daarover meer duidelijkheid komen.

In de komende jaren zullen de subsidies lager worden en bovendien een koppeling krijgen met `maatschappelijke taken' van boeren. Dat zijn onder meer de zorg voor de landschappelijke omgeving, inclusief flora en fauna, een diervriendelijke bedrijfsuitoefening en producten die aan hoge gezondheids- en milieu-eisen voldoen.

,,De koppeling tussen het geld en wat je er voor terug krijgt wordt groter'', bevestigt Gijs Kuneman van de organisatie Natuur en Milieu. ,,Maar wat ons betreft pleit Nederland in Europees verband voor nog meer kwaliteitseisen aan subsidie.'' Jaarlijks worden de ontvangers van EU-landbouwsubsidies 5 procent gekort ten behoeve van het plattelandsbeleid. Voor Nederlands plattelandbeleid levert dat in 2006 een bedrag van 65 miljoen gulden uit Brussel op.

Het huidige, in 2002 aangepaste, subsidiestelsel geldt tot en met 2013. Daarna is de toekomst ongewis. Maar minister Veerman (Landbouw) waarschuwde de boeren vorige week in zijn `toekomstvisie' op de Nederlandse landbouw al dat het een stuk minder zal worden met de EU-subsidies.

Eén van de ideeën omtrent het toekomstige subsidiestelsel is een gedeeltelijke hernationalisering van de Europese subsidies. Dat zou de druk op de EU-begroting verminderen en geld vrijmaken voor bijvoorbeeld de breed gewenste Europese subsidiëring van innovatie. Bovendien ligt in hernationalisering mogelijk de sleutel voor het probleem van de landbouwsubsidies versus de Britse korting (rebate) op de EU-bijdrage.

Minister Veerman heeft hier belangstelling voor. Maar bij boeren leeft de vrees dat dit het einde zou kunnen inluiden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zoals dat al meer dan veertig jaar de agrarische activiteiten in achtereenvolgens EEG en EU regelt.

    • Reinoud Roscam Abbing