Oom Tom was geen Uncle Tom

`De hut van oom Tom' gold lang als symbool voor de bevrijding van de Amerikaanse zwarten, maar werd in de loop der tijd steeds meer bekritiseerd om zijn racistische stereotypen. Kun je de roman nog los van de geschiedenis lezen?

`Dit is dus de kleine dame die met haar boek deze grote oorlog heeft veroorzaakt', zei de Amerikaanse president Abraham Lincoln tegen Harriet Beecher Stowe toen hij haar in 1862 op het Witte Huis begroette. Buiten woedde de Amerikaanse Burgeroorlog, binnen ontving hij de schrijfster van Uncle Tom's Cabin, de ongekend populaire roman tegen de slavernij. Lincoln overdreef misschien een beetje, maar de bestseller had in de aanloop naar de oorlog inderdaad grote invloed gehad op de publieke opinie in het Noorden die zich steeds feller tegen de slavernij in het Zuiden keerde; een van de aanleidingen van de Burgeroorlog.

De roman die een oorlog veroorzaakte: de historische betekenis en de controverse eromheen hebben een puur literaire waardering altijd in de weg gestaan. En nog steeds is het moeilijk om de reacties op het boek bij lezing buiten beschouwing te laten. De roman raakte in de loop der jaren bedolven onder alle commentaren en bewerkingen; de theaterversies, films en kinderboeken.

Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep publiceert nu De hut van oom Tom in een volledige, serieuze vertaling van Trisnati Noto Soeroto. Het boek verschijnt in een serie klassieken – Schateiland, De drie musketiers, Reis om de wereld in tachtig dagen – die allemaal door hetzelfde lot zijn getroffen: iedereen kent de titel en het globale verhaal, maar bijna niemand het oorspronkelijke boek. Uncle Tom's Cabin zullen de meeste Nederlanders vooral kennen als sentimenteel kinderboek met de aangepaste titel De negerhut van oom Tom. De toevoeging `neger-' is een aantal jaar geleden al gesneuveld.

Hoewel haar vader en haar broer bekende intellectuele predikanten uit New England waren die tegen de slavernij preekten, had Harriet Beecher Stowe (1811-1896) nooit veel gedachten aan de slavernij besteed. Dat veranderde toen in 1850 de Fugitive Slave Act van kracht werd, die de rechten van gevluchte slaven in het noorden inperkte en het noordelingen verbood hun hulp te bieden. Zelfs een kopje water geven was strafbaar. Dit raakte direct het geweten van Beecher Stowe die het als haar christenplicht beschouwde om verschoppelingen te helpen. Zij woonde in Cincinnati aan de rivier Ohio. Aan de overkant begon het Zuiden met de slaven.

Uncle Tom's Cabin begon als een feuilleton in The National Era, een tijdschrift van de Free Soil beweging, die ervoor ijverde om de nieuwe Amerikaanse staten in het westen vrij van slavernij te houden. Hoewel dat tijdschrift een beperkt bereik had, bereikte Beecher Stowes feuilleton over de tragische lotgevallen van de slaaf Tom meteen een grote populariteit. Die explodeerde toen het feuilleton als tweedelige roman verscheen. In het eerste jaar werden 300.000 exemplaren verkocht, na vijf jaar waren dat er al twee miljoen, opzienbarende aantallen voor de negentiende eeuw. Het boek veroorzaakte verhitte discussies en opende voor veel noordelingen de ogen voor wat de vloek van de slavernij ging heten.

Zo werd Uncle Tom's cabin een symbool van rechtvaardigheid. Maar dat beeld veranderde in de tweede helft van de twintigste eeuw. Met de langzaam voortschrijdende emancipatie van de Afro-Amerikanen begon het beeld van het boek te kantelen. De hut van oom Tom werd in de jaren zestig en zeventig juist steeds meer als een racistisch boek gezien, waarin zwarten nog altijd als grote kinderen worden uitgebeeld; mensen die je moet opvoeden. Het boek ging gelden als de bron voor hardnekkige stereotypes van de Afro-Amerikanen. `Uncle Tom' werd een scheldwoord voor de beleefde Afro-Amerikaan die zich gedienstig door de blanke laat vernederen, in de hoop het beter te krijgen. De radicale Black Muslims noemden alle gematigdere burgerrechtenactivisten `Uncle Tom'. Zelfs Martin Luther King zou een Uncle Tom zijn.

Is dat beeld terecht? Is oom Tom zelf een Uncle Tom? Hij wordt bij zijn vrouw en kinderen weggehaald om zijn zachtaardige meester van zijn speelschulden te verlossen. Gelukkig komt hij vervolgens wederom bij een goede meester terecht, de luie, filosofisch ingestelde St. Clare. Deze sterft echter, waarna Tom in de handen van de wrede duivel Legree valt, die zijn slaven afbeult tot ze dood neervallen.

Dit alles draagt Tom zonder zijn goede humeur te verliezen. Hij blijft zachtaardig, vriendelijk, hij weigert zich te verzetten of weg te lopen, en ziet het als zijn plicht om zijn meesters te dienen. Maar dat maakt hem nog niet tot een Uncle Tom. Hij gedraagt zich niet zo uit onderdanigheid of lafheid. Hij is een stoïcijnse christen die lijdzaam ondergaan de beste overlevingsstrategie vindt. En als het erop aankomt, als hij van Legree de opdracht krijgt om een zwakke mede-slavin te geselen, weigert hij pertinent. Hij wordt liever doodgeslagen dan dat hij een centimeter toegeeft.

Beecher Stowe laat zien dat er ook een andere weg mogelijk is dan die van Tom. Gelijk met Tom wordt een slavenkind verkocht. Voordat de handelaar arriveert, heeft de moeder Eliza hem 's nachts al meegenomen, op een spannende, avontuurlijke vlucht. Samen met haar man George Harris vlucht zij richting Canada. George Harris is in alles Toms tegenpool. Terwijl oom Tom steeds dieper zuidwaarts wordt gevoerd, dieper de slavernij in, maakt George een tegengestelde beweging noordwaarts, en groeit steeds meer als vrij man. Hij is bitter en opstandig, zelfbewust op het arrogante af. Hij is zelfs bereid om zijn blanke achtervolgers neer te schieten. Nadat hij de vrijheid heeft bereikt, gaat hij studeren in Parijs en vertrekt naar de nieuwe Afrikaanse staat Liberia: `het kan me toch niet kwalijk genomen worden dat ik niet voor een Amerikaan wens door te gaan of me met hen wil vereenzelvigen.'

Een Amerikaan die na alles wat hem is aangedaan zijn land afwijst. Met George Harris heeft Beecher Stowe een werkelijk revolutionaire Afro-Amerikaan geschapen. Het moet een grote schok zijn geweest voor het negentiende-eeuwse blanke publiek, hoewel Harris eigenlijk niet zo veel ruimte in het boek krijgt.

Zwarten komen er überhaupt wat bekaaid af. De blanke dame Beecher Stowe heeft de roman voor een blank publiek geschreven, en zij voelt zich bij uitstek op haar gemak in het gezelschap van blanke personages. De blanken in het boek krijgen beter uitgewerkte, meerkantige karakters dan de zwarten. Je kunt dat verklaren uit het feit dat Beecher Stowe nog vastzat in de negentiende-eeuw. Hoewel zij al revolutionair was in haar onderwerpkeuze – het leven van de zwarte onderklasse – was een roman die echt over zwarten gaat blijkbaar nog te moeilijk.

De blanke overheersing van Uncle Tom's Cabin is het sterkst in het hart van het boek, de tweehonderd bladzijdes over het weelderige, rommelige huishouden van de familie St.Clare in New Orleans. Geweldig zijn de onredelijke uitbarstingen van de zelfzuchtige mevrouw St.Clare, herkenbaar is de filosofisch getinte dadenloosheid van de heer St.Clare – het best geslaagde personage in het boek – en roerend is het engelachtige meisje Eva dat jong moet sterven. In dit gedeelte staat ook een lange monoloog van St.Clare die glashelder aantoont hoe het mogelijk is dat beschaafde mensen een misdadig systeem als de slavernij in stand kunnen houden en goed kunnen praten.

Beecher Stowe is in dit gedeelte zo goed op dreef, dat ze zichzelf even moet hernemen: `Er bestaat het risico dat bij de lotgevallen van de hogere klasse onze vriend Tom wordt vergeten.' Vervolgens neemt ze ons mee naar zijn kamertje boven de stal waar hij een brief aan thuis probeert te schrijven. Hij krijgt al snel hulp van het blonde engeltje Eva, waarna Beecher Stowe hem weer alleen laat. Zonder grote tegenspoed is oom Tom blijkbaar te saai als hoofdpersoon.

De politieke en literaire verdiensten van dit geëngageerde werk kunnen moeilijk uit elkaar gehaald worden. De grote kracht van het boek ligt in het opwekken van verontwaardiging, schuldgevoel en de drang om eindelijk iets aan het onrecht in de wereld te gaan doen. De mengeling van aangrijpende scènes en overtuigende betogen maken dat de lezer na lezing meteen de straat op wil, net als bij Multatuli's Max Havelaar. Beide boeken hebben een subversieve kracht die het onderwerp overstijgt. Nederland houdt geen Indiërs – en Amerika geen Afrikanen meer in knechtschap. Maar hedendaagse varianten laten zich gemakkelijk bedenken.

Ondanks de grote kwaliteiten van De hut van oom Tom is er voor de hedendaagse lezer ook van alles moeilijk verteerbaar aan het boek. Het verwijt van racisme is niet helemaal onterecht. Telkenmale geeft Beecher Stowe karakteriseringen van `het zwarte ras', bijna nooit van `het blanke ras'. De handelingen van de zwarten in het boek worden vaak vanuit het karakter van hun ras verklaard, de blanken krijgen een eigen karakter. Over het blonde engeltje Eva en het zwarte duiveltje Topsy schrijft ze: `Ze waren de representanten van hun ras. Het Angelsaksische, de vrucht van eeuwen beschaving, gezag, opvoeding en lichamelijke en morele superioriteit; en het Afrikaanse, de vrucht van eeuwen onderdrukking, onderdanigheid, onwetendheid, zware arbeid en ondeugd.' Op andere momenten zegt ze echter ook dat zwarten dezelfde mogelijkheden hebben als blanken, een revolutionair inzicht in die tijd. Het zwarte ras heeft volgens haar zelfs de toekomst, omdat het zachtaardiger en christelijker zou zijn.

Het grootste obstakel voor een hedendaagse, goddeloze lezer is de christelijke toon van het boek, die toen juist erg in de mode was. Om de haverklap citeert Beecher Stowe uit de bijbel. Ze hamert de vrome boodschap erin: blijf vertrouwen op God, in voor- en in tegenspoed. Voor wie de almacht en de oneindige goedheid van God twee onverenigbare kwaliteiten vindt, is diens nadrukkelijke aanwezigheid in een boek over slavernij slecht te verdragen. Als God bestaat, dan heeft hij toch ook de slavernij uitgevonden? Het eindeloos citeren uit christelijke geschriften klinkt drammerig, absoluut en humorloos. Bovendien past de lastig te doorgronden poëzie van de citaten niet goed bij de heldere, aardse toon in de rest van het boek.

Het engelenmeisje Eva St.Clare speelt in het boek de rol van goddelijke gezant die de boodschap van onbaatzuchtige liefde en vertrouwen op Jezus Christus komt brengen. Daarmee brengt ze warmte in een ieders hart. Oom Tom is haar zwarte evenknie. De slaven beleven veel steun aan het christendom, het geloof dat door zijn nadruk op het lijden zoveel troost biedt aan de onderworpenen. Oom Tom is zelf een christusfiguur die de zonden van anderen op zich neemt. En sterft voor het welzijn van de anderen. Zijn dood brengt zijn oude meester tot het inzicht dat hij zijn slaven moet vrijlaten.

Hij en George Harris zijn ook hierin erg verschillend: Tom twijfelt wel een beetje als hij wel heel erg zwaar wordt mishandeld, maar des te sterker keert hij terug bij God om uiteindelijk blij biddend doodgeslagen te worden. George Harris zweert God af als het slecht gaat, maar als hij een vrij man is, neemt hij God ook weer aan. Een mooiweer-christen dus, en daarmee een stuk menselijker dan oom Tom.

Ook lijdt de roman onder de politieke bedoelingen van de auteur. Je ziet haar opzet te scherp door het verhaal heen en bovendien neemt zij regelmatig zelf het woord om met een betoog te onderstrepen wat door de romanhandelingen allang duidelijk was.

Het aardige van negentiende-eeuwse romans als De hut van oom Tom is dat daarin nog van alles mag wat in de twintigste eeuw als clichématig of sentimenteel naar pulpfictie, film en tv werd verbannen. Het plotseling uitkomen van onvoorziene familierelaties tussen de personages bijvoorbeeld (,,zij was het!''), of het nét te laat en nét op tijd komen. Beecher Stowe maakt schaamteloos en kwitsig gebruik van sentimentele romanclichés. Soms is dat jammer, maar vaak is het ook prettig.

Want wie huivert niet bij de beroemde scène waarin de gevluchte Eliza met de moed der wanhoop over het kruiende ijs van de rivier Ohio springt, op weg naar de vrijheid, haar kind vast in haar armen gekneld, terwijl op de zuidelijke oever de slavenhandelaar op zijn paard machteloos toekijkt. Spannend, groots, ontroerend, en nog echt gebeurd ook.

Harriet Beecher Stowe: De hut van oom Tom. Uit het Engels vertaald door Trisnati Noto Soeroto. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 520 blz. €24,50

    • Wilfred Takken