Nieuw elan in oliesector

De olie-industrie staat bekend om haar kleurrijke persoonlijkheden. Veel van die buitenproportionele karakters maken nu plaats voor hun opvolgers. Het Spaanse Repsol heeft een nieuwe baas, evenals het Italiaanse ENI. Shell heeft zelfs een geheel nieuwe bestuursstructuur. De voorzitters van BP en Exxon zullen binnenkort opstappen. Het Russische Yukos is in feite genationaliseerd. Saoedi-Arabië heeft een nieuwe koning, in Venezuela is een nieuwe baas aangesteld bij PdVSA.

Deze generatiewisseling vindt plaats op een moment dat de problemen in de oliesector groter zijn dan ooit. De vertrekkende generatie oliebaronnen heeft aan de touwjes getrokken in de jaren tachtig en negentig, toen de lage olieprijs tot een reeks kostenbesparende megafusies dwong. Maar dezer dagen is de grootste vraag voor de nieuwe topmannen van de westerse oliefirma's hoe zij hun voorraden moeten aanvullen. Een van de problemen daarbij is het feit dat het grootste deel van de olie zich bevindt in landen die het geld van deze bedrijven niet nodig hebben. De olie-exporteurs zwemmen in het kapitaal, dankzij de recente stijging van de olieprijs. Ook zijn de olieproducerende landen niet zo begerig meer naar westerse technologische kennis, omdat zij de afgelopen twintig jaar hun eigen expertise hebben opgebouwd.

Om deze reden zijn westerse oliefirma's bang om geweerd te worden uit nieuwe oliewingebieden. Zij hebben echter nog steeds één troef in handen: toegang tot de markten. Jarenlang heeft de sector naar nieuwe olievelden gezocht. De raffinage- en marketingdivisies werden louter als noodzakelijke, maar verlieslijdende bedrijfsonderdelen gezien. Maar nu verschuift het machtsevenwicht. De orkanen Katrina and Rita maken duidelijk dat je er weinig aan hebt om meer olie uit de grond te pompen als je niet genoeg raffinaderijen bezit om de consumenten van benzine te voorzien.

Dit is het punt waarop de nieuwe bazen van de westerse olie-industrie hun strategie kunnen baseren: het uitbouwen van de binnenlandse raffinagecapaciteit ten behoeve van de nieuwe voorraden in het buitenland. Het klinkt misschien als een nieuwe aanpak, maar in feite is het een beproefde methode. Het was immers de stevige greep op de Amerikaanse raffinagemarkt van Standard Oil die het nodig maakte het bedrijf te splitsen. De toenmalige topman Rockefeller was bovendien een van de rijkste figuren die de bedrijfstak ooit heeft gekend.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • John Paul Rathbone