`Ik ben een romanticus'

Michel Houellebecq is met zijn amorele beschrijvingen van seks, religie en het menselijk tekort uitgegroeid tot de meest controversiële hedendaagse auteur in Europa. Een gesprek over de liefde van honden, het nut van klonen en het meesterschap van Balzac.

Eén keer schrikt de hond Clément. Blaffend rent hij bij zijn baas Michel Houellebecq weg, als die onverhoeds zijn blauwe brillenkoker op de grond heeft laten vallen. Houellebecq schrikt er zelf van. ,,C'est un chien peureux'', zegt hij verontschuldigend. Een angsthond. Er volgt een korte streelsessie, en dan gaat hij verder waar hij gebleven was: het gesprek over zijn nieuwe roman, La possibilité d'une île.

Een nieuw boek van Michel Houellebecq is een veelbesproken gebeurtenis. Met zijn romans Elementaire deeltjes (1998) en Platform (2002) maakte hij naam als de inktzwarte chroniqueur van de moderne mensheid – een schrijver die niemand ontziet, ook zichzelf niet. Zijn amorele benadering van seks, religie en menselijke verhoudingen maakte van Houellebecq de meest gelezen én meest verafschuwde hedendaagse Franse schrijver.

Een nieuw boek van hem is inmiddels een ware Europese media-gebeurtenis. In eigen land was `de nieuwe Houellebecq' hét spektakel van de rentree, het begin van het nieuwe literaire seizoen: op de grens van augustus en september was hij, op de golven van een slimme marketingcampagne, in alle media aanwezig. Vandaar reisde hij naar Engeland, toen door naar Duitsland en straks gaat hij naar Italië. Houellebecq weigert zich te beklagen over zijn drukke programma. ,,Meestal bevalt het me wel. Behalve in Frankrijk. Daar is zoveel jaloezie, zoveel haat en nijd. In andere landen ben ik gelukkig minder vooraanstaand.'' Het is wel vermoeiend, geeft hij toe. ,,Vooral omdat het zo'n contrast is met het schrijven. Ik heb twee jaar lang heel veel in afzondering aan dit boek gewerkt. Alleen met Clément. Ik praatte met niemand. Nu praat ik de hele tijd.''

Vandaag zitten we in de Engelse bar van een eenvoudig, maar modern hotel in de noordelijke Vogezen, enkele tientallen kilometers van de grens met Duitsland en Luxemburg. Hier heeft Houellebecq zijn intrek genomen om drie dagen lang Nederlandse en Belgische media te woord te staan. Handige plaats, vindt hij. Zo hoeft hij niet te ver af te wijken van de route naar Italië. Bijkomend voordeel is de aanwezigheid van een Franse supermarkt in de buurt, daar komt hij graag. En voor de ondervragers die langskomen blijkt het in zijn ogen ook een goede lokatie: ,,Nederlanders hebben natuur nodig.''

Houellebecq spreekt zacht, vaak mompelend, leunt gaandeweg steeds meer voorover, begroet elke vraag bij voorkeur met instemming en een korte toevoeging. Tussendoor sabbelt hij aan de filters van achtereenvolgende sigaretten, en blijft maar slurpen aan het rietje dat in zijn bierglas steekt, ook al is de Irish coffee die er in zat al lang op. ,,Ik word nu toch een beetje dronken,'' zegt hij aan het einde van het gesprek.

La possibilité d'une île (besproken in Boeken, 26.08.05) is Houellebecqs meest ambitieuze boek tot nu toe. In de roman is de wereld vergaan en zijn de laatste mensen gereduceerd tot kleine groepen wilden. Klonen hebben de mensheid overleefd. Vanuit een `postmenselijk' perspectief laat Houellebecq klonen commentaar geven op de ondergang van de mensheid. Zelf is de schrijver vooral tevreden over dat perspectief. ,,Dit is een beter boek dan mijn eerdere.''

Ook het verhaal van de hoofdpersoon, Daniel1, neemt na vijftig pagina's seks, woede en politiek-incorrect fulmineren een meer contemplatieve wending dan in eerder werk van Houellebecq – maar vredig is het niet. Terwijl Daniel zijn carrière laat verglijden, en zijn leven leger wordt, rolt hij min of meer de sekte binnen van de Elohim, die geloven dat de mens door buitenaardse wezens geschapen is. Gaandeweg wordt hij meegezogen in hun streven om zichzelf door wetenschappelijke methodes te laten reproduceren en zo onsterfelijk te worden. Tegelijkertijd krijgt hij een relatie met de verleidelijke Esther, zo licht en ongebonden dat Daniel, door het contrast met haar levenslust, zijn eigen einde voelt naderen.

Over verval en eeuwigheid moet het gesprek dus gaan. Maar eerst vraagt iets anders de aandacht. Want in La Possibilité d'une île komt ook een hond voor, Fox. Hij is de eerste hond waarvan de genen eindeloos kunnen worden gereproduceerd. Daardoor kan Fox, of beter gezegd de genetische kopie van Fox, letterlijk eeuwenlang opduiken naast alle genetische kopiëen van zijn baas, Daniel. Totdat de neo-mens Daniel25, zo'n twintig eeuwen later, tenslotte de definitieve dood van Fox beleeft. Hij wordt vermoord door de wrede mensen, inmiddels wilden genoemd.

De hondenpassages aan het einde van de roman behoren tot de delen waaraan hij het langst heeft gewerkt, vertelt Houellebecq. Ze verwoorden zijn overtuiging dat totale liefde wel degelijk mogelijk is – maar alleen tegen de prijs dat het verlangen naar vrijheid helemaal wordt opgegeven. Honden hebben daar geen moeite mee, mensen wel. Of dat een droevige boodschap is, of alleen een onvermijdelijke, weet hij niet. ,,Ik maak geen keuzes. Er zijn meerdere vormen van geluk.''

Van het klonen werd in Frankrijk het nieuwe Houellebecq-schandaal verwacht: na het sekstoerisme in Platform ging hij nu het klonen van mensen verdedigen. Pikante bijkomstigheid was dat Houellebecq het afgelopen jaar interesse liet blijken voor de sekte van Rael, die beweerde de eerste kloonmens te hebben geschapen. Het mocht niet baten. Het nieuwe boek van Houellebecq verkoopt weliswaar goed in Frankrijk, maar de morele opwinding is minder hevig dan over eerdere romans.

Houellebecq is daar niet zo verbaasd over. ,,Ik verwachtte wel minder problemen te krijgen, omdat ik dacht dat de mensen nu wel genoeg van me zouden hebben als polemisch onderwerp. Dat schijnt niet helemaal het geval te zijn, maar er is wel minder opwinding.'' Volgens de schrijver is dat alleen maar prettig. ,,Het wordt tijd dat we eens serieus over de mogelijkheid van klonen gaan praten, zonder de ophef van een polemiek. Het is een belangwekkend onderwerp, dat in de nabije toekomst ook echt werkelijkheid kan worden. We moeten het eens gaan hebben over de voors en de tegens van het klonen van mensen.''

Wat is het belangrijkste argument vóór?

,,Dat de reproductie mogelijk wordt voor meer mensen: denk aan vrouwen van boven de veertig, het kan veel veranderen in hun leven. En aan homoseksuelen, die nu ingewikkelde dingen moeten doen om kinderen te krijgen, soms ook illegale dingen. En we hebben nu een teruglopend geboortecijfer.''

En tegen?

,,De seksuele reproductie is gekozen door de natuurlijke evolutie, en daar moet een reden voor zijn. Het vermengen van genen van verschillende mensen moet voordelen hebben, zorgen voor een betere genetische verversing, meer resistentie. Aan klonen kleven biologische bezwaren.''

U ziet geen ethische bezwaren?

,,Nee, die zie ik niet zo. Er bestaan ook tweelingen. Die liggen dichter bij elkaar dan klonen bij het origineel.''

En het ethische bezwaar dat de mens door te willen klonen hoogmoed zou tonen, die volgens het spreekwoord voor de val komt?

,,Ik zie niet in waarom het toelaten van toeval van een hogere morele orde zou zijn dan de controle door de mens.''

Mag je wel risico's nemen met gevolgen die de mens per definitie niet kan overzien?

,,De gevolgen moeten goed berekend worden, dat is het belangrijkste. Elke dag wordt er meer van de genetische code blootgelegd. Maar er zijn nog moeilijke problemen. We weten niet waarom sommige chromosomen bijvoorbeeld sneller ouder worden dan andere. Dat moet nog beter getest worden bij dieren.''

In uw boek verdringt het menselijke besef van sterfelijkheid gaandeweg het thema van het klonen van de mens. Waarom?

,,Dat komt omdat het personage van Esther zo goed geslaagd is. Daniel wordt met zijn eigen sterfelijkheid geconfronteerd vanaf het moment dat zij opduikt. Zodra zij in zijn leven komt is er een passage waarin hij dat ook zegt. Hij beschrijft meteen dat hij haar zal verliezen, en dat dat zijn dood zal betekenen.''

De mens hecht zich nu eenmaal aan het vergankelijke?

,,Nee, het is preciezer: het gaat om het pijnlijke besef dat het leven een beperkte duur heeft. Daarvan wordt hij zich door haar bewust.''

En dat besef relativeert het eeuwige leven door het klonen.

,,Klonen heeft geen betekenis zonder het over de dood te hebben.''

Had u voorzien dat de dood in uw boek de overhand zou nemen op het eeuwige leven?

,,Nee, de oorsprong van het boek was, hoe vreemd ook, echt het perspectief van de neo-mensen, de klonen. Precies zoals het op de eerste pagina staat: een man staat in een telefooncel na het einde van de wereld, en telefoneert zonder te weten of hij gehoord wordt. Ik ben begonnen met dat perspectief van een solitair bestaan, buiten het menselijk leven. Maar inderdaad, dat perspectief verdwijnt bijna in de loop van het boek. Behalve aan het einde. Dan komt het weer terug.''

Aan het einde trekt de 25ste neo-menselijke kopie van Daniel over de verwoeste wereld. Maar juist dan gebeurt iets dat al eeuwen in onbruik is bij de neo-mensen: hij ontwikkelt toch gevoelens.

,,Hij, en ook andere neo-mensen, vertonen inderdaad de neiging een persoonlijkheid te ontwikkelen. Maar dat is ook een gevolg van het schrijven. Ik heb ze daar wat uitgebreider beschreven, dus ze worden ook menselijker. Ze gaan leven. Maar daarom is dit juist ook een geslaagd boek. Ook in Elementaire deeltjes schreef ik al over de mensheid van buitenaf. Maar dat was technischer. Nu is het soepeler.''

Interesseerde het perspectief van de mensklonen u wel echt? Of was het meer een omweg om te schrijven over het eeuwige thema van het menselijk tekort en het lijden?

,,Dat kun je niet los van elkaar zien. Klonen is voor mensen interessant, omdat de angst om te sterven de mens bepaalt. Klonen biedt een tweede kans, een mogelijkheid om aan de dood te ontsnappen.''

U wilt een observator van de moderne wereld zijn. Is de sterfelijkheid waarover u nu schrijft niet een thema van alle tijden?

,,Nee, dat is niet van alle tijden. Juist de moderne wereld heeft het geloof verloren in de onsterfelijkheid. Dat is een grote gebeurtenis geweest, een breuk met de tijd van religies die een eeuwig leven beloofden, of met het geloof in reïncarnatie.''

U gelooft niet dat een religie nog kan overtuigen met de belofte van het eeuwige leven?

,,Het heeft geen zin terug te verlangen naar een religieus geloof in een eeuwig leven. Daarvoor is er te veel gebeurd, in wetenschappelijk opzicht. Dat type onsterfelijkheid komt niet meer terug. En als iets niet meer werkt, moet je op zoek gaan naar iets anders. In mijn boek wordt de sekte van de Elohim een grote religie omdat zij overtuigender dan de islam en het christendom onsterfelijkheid beloven – op een nieuwe, wetenschappelijke manier. Maar alle religies storten uiteindelijk in.''

In uw boek noemt de profeet Vincent van de sekte van de Elohim het opgeschreven levensverhaal even belangrijk als wetenschappelijke ontdekkingen. Kan een schrijver een profeet zijn?

,,Vincent denkt dat inderdaad, Daniel helemaal niet. Hij denkt dat zijn levensverhaal niet zo belangrijk is. Hun opvattingen houden elkaar in evenwicht. Zelf weet ik het eigenlijk niet. In de roman wordt over de wereld gesproken, maar literatuur is ook heel individueel. Ik put uit mijn leven, mijn omgeving. Maar ik schrijf alleen op wat interessant is voor het publiek.''

Daniel heeft in het boek een theorie over zijn succes als cabaretier. Zijn publiek voelt zich aangetrokken tot wat slecht is, cynisch en verdorven. Daar maakt hij botte grappen over. Is dit ook een theorie over uw eigen succes?

,,Nee, dat niet. Ik dacht meer aan komieken zoals Louis de Funès grappig, maar ten diepste ook iemand met veel droefheid in zich. Een schrijver zijn is iets anders dan een cabaretier of een komiek. Met wat ik schrijf zet ik mezelf op het spel.''

Hoe verklaart u dan uw succes?

,,Ik heb een blik op de wereld die de mensen juist oftewel treffend lijkt. En ik ben, denk ik, eerlijker dan de meeste anderen. Daarom stoor ik ook zoveel mensen. Ik ben direct.''

Wat uw thematiek betreft hoort u eigenlijk thuis in de negentiende eeuw, bij de Romantiek. De mens is uiteindelijk eenzaam en diep ongelukkig, maar ontsnappen is onmogelijk.

,,Ja, ik ben een romanticus. Maar ook in de twintigste eeuw is de Romantiek nog heel levendig. Kijk naar de sciencefiction. Dat is een romantisch genre. Ik heb dit boek geschreven met de SF-auteur Jeffrey Ford op mijn nachtkastje.''

In de `hoge' literatuur staat Romantiek tegenwoordig niet hoog aangeschreven. Het wordt al snel kitsch gevonden.

,,Het heeft mij nooit gestoord als ik niet tot de hoge literatuur werd gerekend.''

Ziet u hedendaagse literaire geestverwanten?

,,Nee, ik ben de meest legitieme erfgenaam van de Romantiek.''

Maar ook van de realist Balzac, de voorganger die u bewondert als observator van zijn tijd?

,,Je kunt Balzac romantisch lezen. De romantici zelf hadden geen hekel aan zijn realisme. Maar ik sta niet zo dicht bij Balzac. Hij is veelomvattender. Balzac kon een breder palet aan personages tot leven roepen.''

U bent uiteindelijk beperkt tot de blanke, seksueel gefrustreerde man?

,,O, niet alleen. Ik schrijf ook over kunst, over filosofie.''

Balzac had misschien ook wat meer geluk met de tijd waarvan hij verslag deed?

,,Inderdaad, en dat pleit mij weer gedeeltelijk vrij. Balzac kon schrijven over de aristocratie, het opkomende kapitalisme, het volk. Ik heb een minder diverse wereld tot mijn beschikking. Wij zijn allemaal eeuwige adolescenten, kids, we zoeken permanent vermaak.''

Zijn we al zo individualistisch dat we al bijna `neo-menselijk' zijn?

,,O nee, er is heel veel seksuele begeerte in onze tijd en bij de neo-mensen niet.''

Is het mogelijk een boek te schrijven waarin puur geluk heerst? Is zo'n eiland van geluk toch mogelijk?

,,Ja, dat denk ik wel. Ik wil graag nog eens een idylle schrijven. Dat moet kunnen.''

Maar geluk gaat gepaard met stilte, schrijft u in dit boek. Het woord schept niet, het dient om woede en angst uit te drukken.

,,Ja, dat is ook waar. Spreken over geluk is een afgeleid gebruik van het woord. En dat geldt ook voor poezië.''

Als uw volgende boek een idylle wordt, keert u dan terug naar de poëzie, waarmee u als schrijver bent begonnen?

,,Dat zou wel de natuurlijke vorm zijn. Misschien moet ik het weer gaan doen. Ja, misschien moet ik mijn idylle in poezië schrijven.''

Maar dat genre leest niemand meer. Dan valt u niet meer op.

,,Dat denk ik niet. Alles wat ik doe valt op.''

Michel Houellebecq : La possibilité d'une île. Fayard, 432 blz. €20,90.

Een Nederlandse vertaling, `De mogelijkheid van een eiland', verschijnt op 15 november bij De Arbeiderspers.

    • René Moerland