Gewone mensen

`Paradise Now', de nieuwe film van Hany Abu-Assad, wordt hevig gekritiseerd omdat het Palestijnse zelfmoordterrorisme erin wordt vermenselijkt. ,,Die jongens worden niet gedreven door religieuze motieven.''

Natuurlijk besefte de Palestijnse filmregisseur Hany Abu-Assad dat hij zich met Paradise Now begaf in een mijnenveld van morele gevoeligheden. De filmische en verhalende kwaliteiten, of misschien het gebrek daaraan, van deze onderkoeld spannende politieke thriller over twee diep gefrustreerde jongens die een zelfmoordaanslag in Tel Aviv moeten uitvoeren lijken van ondergeschikt belang. In Amerikaanse, Europese, Israëlische en nu ook Palestijnse media wordt hij afwisselend beschuldigd van het `vermenselijken' van terroristische moordenaars óf van het kritiseren van het heldhaftige verzet tegen de Israëlische bezetting. En dat is typisch voor alles wat met `hét conflict' te maken heeft.

Reema Hamdiek, studente aan de Bir Zeit Universiteit, formuleerde na afloop van de première in Ramallah puntige kritiek: ,,Hij kiest niet. Dat vind ik laf. En hij relativeert de rol en de invloed van het geloof en de islamitische beweging.'' Alsof een hogere macht toekeek, gingen op dat moment aan de overkant van de straat twee mannen in de weer met lijmkwasten en affiches. Activisten van Hamas, herkenbaar aan hun groene basketbalpetjes en hun hoofdbanden met Koranteksten. Op het late uur werden tegenover de bioscoop met snelle bewegingen posters geplakt met martiaal poserende `martelaren' tegen een vage achtergrond met foto's van de Al-Aqsamoskee, de nimmer ontbrekende gedode leiders en een marcherend Hamasleger van gemaskerde mannen. Met afkeurende blikken volgden de twee mannen de wegwandelende vrouwen, ongesluierd en in strakke spijkerbroeken.

Waar Reema vooral moeite mee had, was de `banaliteit' van de motieven die de regisseur aan zijn hoofdrolspelers toeschreef en de tragikomische ondertoon. De ene jongen, de Said, wordt gedreven door de wens de schande van zijn met de Israëliërs collaborerende vader uit te wissen. Zijn joviale vriend Khaled wil zijn familie bevrijden uit de uitzichtloze situatie in Nablus, maar maakt een innerlijke worsteling door.

,,Abu-Assad maakt zoiets groots en vreselijks als een zelfmoordactie zo menselijk, zo gewoon, zo begrijpelijk. Dat kan haast niet kloppen. Hij stelt het allemaal te simpel en zonder echte diepgang voor'', vond Fatèn, een andere studente, die actrice wil worden. Reema en zij konden zich nog het meest identificeren met de derde persoon in het verhaal, Suha, de aantrekkelijke dochter van een geëxecuteerde Palestijnse verzetsleider, die na een lang verblijf in Frankrijk en Marokko terugkeert in Nablus en mordicus tegen `martelarenoperaties' is. ,,Toen Suha in de film tegen Said en Khaled zei dat zij uiteindelijk niet de Israëliërs raken, maar onze Palestijnse samenleving vernietigen, was ik het met haar eens. Maar ja, het komt wel uit de mond van een `Marokkaanse' Palestijnse, een echte Palestijnse zal dat nooit zo zeggen'', zegt Reema.

Tevreden

Daags na de première in Ramallah, via Jeruzalem op weg naar New York, moet Hany Abu-Assad (Nazareth, 1962) uit Amsterdam hartelijk lachen. Hij is erg tevreden met de ontvangst in Ramallah en het vooruitzicht dat Paradise Now volgende week ook in Nederland en in New York te zien zal zijn. ,,Wie dacht nou werkelijk dat ik zo stom zou zijn om die discussie over de zelfmoordactivisten te beëindigen met een harde conclusie. Natuurlijk heb ik gekozen voor een open einde. Dat is alleen maar beter voor de gedachtevorming over een fenomeen waar veel mensen toch meer van willen weten'', zegt de vliegtuigbouwkundige die filmregisseur (Ford Transit, Rana's Wedding, Het veertiende varkentje) werd.

Kan hij überhaupt tot een conclusie komen als Palestijn in de diaspora, die anders dan de Palestijnse Palestijnen vrij kan rondreizen op een Nederlands paspoort? ,,Hoewel de wereld helaas zo in elkaar zit dat terrorisme wel een zeker resultaat oplevert, vind ik dat de Palestijnen hun strijd met geweldloze acties moeten voortzetten. Maar het is ook zo dat iedereen de Palestijnen allang vergeten zou zijn als er geen terreurdaden waren gepleegd. Terreur heeft geleid tot de erkenning van de PLO en tot het vertrek van de Israëliërs uit de Gazastrook. Tegelijkertijd leidt terreur nooit tot een echte overwinning. Hamas doet nu in Gaza alsof het heeft getriomfeerd. Wat een vergissing! Het is daar nog steeds een grote gevangenis.''

Een deel van de kritiek op het dubbelzinnig getitelde Paradise Now is verklaarbaar, denkt hij, door het documentaireachtige karakter van de film. De suggestie van een waargebeurd verhaal lokt automatisch vragen uit over vermeende feiten en de context. Gesitueerd in het omsingelde Nablus en gefilmd in de directe nabijheid van de Al-Aqsamartelarenbrigades en exploderende bommen krijgt dat `jasje van de documentaire' extra kleur. De geuren van de oude stad, de stank van de vluchtelingenkampen kruipen als het ware in je neus. In de periode van de opnames – voorjaar 2004 – vermorzelde de Israëlische premier Sharon met ijzeren vuist de intifada door de top van Hamas en Islamitische Jihad te liquideren. Nablus was daarom niet helemaal `the place to be' voor het maken van een speelfilm door een internationale crew. Het geweld rondom de filmset liep er zo hoog op dat besloten werd na het vertrek van zes Duitse medewerkers de opnames te staken en voort te zetten in Israël zelf, in het rustige Nazareth.

Los van een enkele verbale schermutseling en een paar uur durende ontvoering van een producer had Abu-Assad ook weinig last van de Al-Aqsa-martelarenbrigades, die in Nablus onderlinge strijd voeren. ,,We werden beschermd door de brigades van de stad, die inmiddels allemaal dood zijn, en tegengewerkt door de brigades uit een van de kampen, die ook iets te zeggen wilde hebben. Maar van censuur en bemoeizucht hebben we niets gemerkt.

,,In een speelfilm gaat het natuurlijk in de eerste plaats om het drama en de ontwikkeling van de karakters, die moeten kloppen, en om hun tragiek. Ik vertel in de eerste plaats een spannend verhaal. Ik ben er niet om oordelen of vooroordelen te bevestigen of om de Palestijnse kwestie en alle ins en outs van de Palestijnse maatschappij te schilderen. Het gaat mij niet om het bredere politieke verhaal, althans bij het maken van de film. Dat verhaal kan helemaal veranderen. Ik wil dat mijn film over 20 jaar nog steeds een boeiend verhaal is over twee personages die in gelijke omstandigheden uiteindelijk verschillende keuzes maken. Ik heb er slechts één fenomeen, de zelfmoordactivisten, uitgelicht vanwege de dramatische mogelijkheden. Het gebruik van de elementen van een documentaire in een speelfilm moet gezien worden als een experiment in de ontwikkeling van mijn filmtaal, zoals een schrijver ook steeds op zoek is naar zijn taal.''

Ondergeschikte rol

Toch is het verbazingwekkend dat een Palestijnse filmmaker, die zich grondig heeft verdiept in het fenomeen van `de martelaren' tot de conclusie is gekomen dat religie een ondergeschikte rol speelt. In de film gebeurt dat onder meerdoor de rituele voorbereidingen tijdens de laatste 24 uur voor het geplande tijdstip van de aanslag te voorzien van humoristische elementen, zoals een haperende camera bij het opnemen van de video's met afscheidsboodschappen. ,,Ik geloof niet dat dit soort jongens in de eerste plaats gedreven wordt door religieuze, ideologische of politieke motieven. Het idee dat zij dromen over een paradijs met 72 maagden is onzin. Ik denk dat de jarenlange dagelijkse vernederingen een veel grotere rol spelen. Het uitzichtloze van de bezetting, de vernederingen van vaders, van hele families die uit elkaar worden gerukt, van willekeurige controles door 19-jarige snotneuzen in uniform, spelen een aanzienlijk belangrijkere rol. Die vernederingen creëren een ziek klimaat, een klimaat van machteloosheid en versterken gevoelens van lafheid. Dat soort gevoelens kunnen bij sommigen omslaan in een soort Superman-achtige drang om die lafheid en machteloosheid af te schudden. Religie levert alleen maar het ceremoniële kader op om aan een persoonlijke daad van verzet, en ook moed, een hogere betekenis te geven. Iedere zelfmoordactivist wil een hoger belang dienen, maar zijn of haar motivatie heeft meestal een persoonlijk karakter'', denkt Abu-Assad die het lot van de Palestijnen vergelijkt met dat van de Indianen in het Amerika van de negentiende eeuw.

,,Zelfmoordterroristen laten zien dat zij zich niet zomaar van de aardbodem laten vegen zoals de Israëliërs zouden wensen. De meeste mensen zijn in extreme situaties laf, zij niet, want zij zijn bereid tot het uiterste te gaan. Het zijn uiteindelijk maar enkelen die bereid en in staat zijn dit soort aanslagen te plegen. En het zijn geen gekke fanatici.''

Deze uitspraken lijken strijdig met de groei van islamitische bewegingen in de Palestijnse gemeenschappen en de dominante rol van Hamas en Islamitische Jihad bij die aanslagen. ,,Dat is een betrekkelijk nieuw verschijnsel, want de Palestijnen waren tot de jaren zeventig en tachtig helemaal niet zo streng in de leer. De opkomst van religie is vooral een zoektocht naar troost en ontsnapping uit de dagelijkse werkelijkheid. Het is een soort drug tegen de eindeloos durende bezetting en tegen het leven in de schaduw van het grote, zionistische project waarin voor de Palestijnen geen plaats is.''

Voor Abu-Assad volgt uit zijn waarnemingen in Nablus dat het fenomeen van de Palestijnse zelfmoordacties los staat van het moslimextremistische Al-Qaeda. ,,Er is wat betreft motivatie, reikwijdte en doelen geen enkele overeenkomst. De Palestijnen zullen ook onmiddellijk stoppen als de doelen zijn bereikt en er een open samenleving is ontstaan waarin joden en Arabieren op voet van gelijkheid zullen omgaan. Niet dat ik dat ooit zie gebeuren.''

Met die openheid is het in de Palestijnse gemeenschappen slecht gesteld. Of Paradise Now ook vertoond zal worden in Gazastad of steden als Qalqilya en Tulkarm. Geen bioscoopeigenaar, als die nog bestaan, zal Paradise Now, waarin de vrouwelijke hoofdpersoon scherpe kritiek uitoefent en het bestaan van God en hemel ontkent, op het programma willen zetten. Afgelopen zomer werden culturele manifestaties in Qalqilya verboden en moest een filmfestival uiterst omzichtig programmeren om niet in botsing te komen met Hamas. Paradise Now zal daarom beter bekeken worden in Israël, Europa en de Verenigde Staten dan in de Palestijnse gebieden. Hany Abu-Assad: ,,Palestijnen zijn televisiekijkers, geen bioscoopbezoekers. Dat speelt ook een rol. Maar ik ben de laatste die beweert dat de Palestijnse maatschappij gezond is. Nee, die is juist heel erg ziek en de kanker zit erg diep. Maar wat wil je met die bezetting. Ik denk ook dat als die voorbij is het nog vele jaren gaat duren voordat er weer een normale samenleving is ontstaan, ook in cultureel opzicht.''

`Paradise Now' gaat volgende week in première op het Nederlands Filmfestival. Vanaf 20 oktober draait de film in 10 bioscopen.

    • Oscar Garschagen