Eén in hun grenzeloze ambitie

`Thyeste' is het laatste werk van componist Jan van Vlijmen. Dinsdag gaat de opera in wereldpremière. ,,Van Vlijmens zanglijnen zijn ontzettend lastig te onthouden.''

Buiten het gebouw van de Nationale Reisopera in Enschede zindert nog net de nazomerhitte. Het is begin september, de laatste repetitiedag in het gebouw van de Nationale Reisopera voordat cast en crew verhuizen naar de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel. Daar zal de opera Thyeste van componist Jan van Vlijmen (1935-2004) de wereldpremière beleven.

,,Uit mijn zaad is een moddergedrocht gekropen. Een ras dat al mijn haat zal overtreffen'', zingt Tantalus lachend, zij het in het Frans. En hij krijgt gelijk. Blinde broederhaat, kindermoord, kannibalisme – een Tantaluskwelling is niets in vergelijking met de thema's die in Thyeste aan bod komen.

Ondanks de zwaarte van Van Vlijmens zwanenzang, is de repetitiesfeer eerder frivool dan doods. De fris gekuifde Twentse jongetjesfiguranten die straks door hun oom Atreus worden vermoord om als feestmaal aan hun vader Thyestes te worden voorgezet, kijken verlegen rond. Solisten, koorzangers, musici en crew zitten in de lunchpauze buiten op het terras, sommigen met gesloten ogen en ontblote bast.

,,Het zwaarste werk hebben wij als zangers nu al achter de rug'', zegt heldentenor John Daszak (Atrée). ,,Dat was het proces van noten instuderen. Van Vlijmens zanglijnen zijn ontzettend lastig te onthouden, omdat ze vaak net een andere sprong maken dan je verwacht. Je raakt je muzikale richtingsgevoel soms volledig kwijt. Dat is lastig, maar het maakt de muziek ook enerverend, wringend, krachtig.''

Bariton Dale Duesing (Thyeste): ,,Jan van Vlijmen is geen Puccini. Maar dit is de 28ste wereldpremière die ik zing en deze opera is voor mij iets hoogst bijzonders. De somberheid waaraan Van Vlijmen in deze opera uitdrukking geeft, emotioneert me. Die zwarte, duistere sfeer slaat op meer dan alleen de inhoud van het libretto. Dat voel je.''

Lokmiddel

Thyeste is niet de eerste opera van Jan van Vlijmen, hier ook bekend als conservatoriumdirecteur, oud-intendant van de Nederlandse Opera (1984-1987) en directeur van het Holland Festival (1990-1997). Na de samenwerkingsprojecten Reconstructie (1969) en Axel (1978) voltooide Van Vlijmen in 1990 zijn eerste eigen opera: Un Malheureux vêtu de noir, over de band tussen Vincent van Gogh en zijn broer Theo.

Wat die opera met zijn opvolger Thyeste gemeen heeft, is het centrale thema: de relatie tussen twee broers. Thyestes en Atreus, beiden afstammelingen van Tantalus, hebben hun machtswellust gemeen. Omdat Thyestes overspel heeft gepleegd met de vrouw van zijn broer Atreus en bovendien heeft geprobeerd hem van de troon te stoten, heeft Atreus Thyestes verbannen uit Mycene. Die wraak blijkt onvoldoende. Atreus roept Thyestes terug met de troon als lokmiddel, vermoordt zijn zoontjes en zet hem de gebraden kinderledematen als maaltijd voor.

In de interviews die Van Vlijmen gaf voor zijn dood op 24 december 2004, noemt hij de thematische parallel tussen Thyeste en Un Malheureux vêtu de noir puur toevallig. Maar de relatie tussen de broers is voor Van Vlijmen wel waar het in zijn opera om draait. Macht, haat, jaloezie, moord – uiteindelijk erkennen de broers dat ze bloedverwanten zijn; één in hun grenzeloze ambitie.

,,Die ontwikkeling wordt in de muziek weerspiegeld'', beaamt dirigent Stefan Asbury. ,,De wraakzuchtige Atreus zingt `vals', zijn noten schuren tegen het orkest aan. Wat Thyestes zingt, klinkt aanvankelijk normaler. Hij gaat meer op in het ensemble. Maar naarmate de opera vordert, komen de broers muzikaal dichter bij elkaar te staan. Uiteindelijk worden ze één – hoorbaar. Van Vlijmen spreekt dan van een soort `liefdesdood'. Ondanks jaloezie, wraak en moord weten ze van elkaar dat de één in wezen geen haar beter is dan de ander. Dat besef verbindt ze.''

Thyeste bezit alle ingrediënten voor een `ouderwetse', klassieke opera. Die te componeren was ook precies wat Van Vlijmen zich ten doel stelde. ,,Ik heb niet zoveel affiniteit met postmoderne werkstukken, die zich tegen de traditie willen keren'', zegt hij daarover in een interview in het programmaboek.

,,Er wordt Van Vlijmen wel verweten dat zijn muziek te modernistisch is, te cijfermatig, te streng'', reageert dirigent Asbury. ,,Ontoegankelijk, onzingbaar! Maar geloof me: Thyeste is geen non-muziek. De opera klinkt wel degelijk zeer muzikaal. Weerbarstig, maar gepassioneerd en oprecht. De handeling is niet licht, Van Vlijmens opera is dat ook niet.''

De ontstaansgeschiedenis van Thyeste beslaat zes jaar. Cappella Amsterdam, dat het veeleisende kooraandeel verzorgt terwijl het koor van de Reisopera in de Twentse thuisbasis één gang verder op Puccini studeert, verstrekte Van Vlijmen in 1999 een opdrachtcompositie. Het werden de Quatre Choeurs de Thyeste voor koor en ensemble, uitgevoerd in oktober 2000. Toen al was duidelijk dat de koren thuishoorden in een groter, theatraal geheel. En toen al bleek ook hoezeer Van Vlijmen alle lagen van de tragedie voelbaar maakt in langzaam schurende violen, dreigende instrumentale kleuren en een juist confronterend open, directe koorklank.

Van Vlijmen had tijdens het werk aan de Quatre Choeurs de uiteindelijke opera Thyeste op tekst van Hugo Claus ook al in zijn achterhoofd, maar het was intendant Bernard Foccroulle van de Brusselse Munt die hem samen met de Nationale Reisopera de opdracht verstrekte van het verhaal van Thyeste een opera te maken. Hugo Claus werkte daartoe zijn toneelstuk Thyestes (1966), naar het originele, gelijknamige stuk van Seneca, om tot een libretto.

Hippiepak

Voor de eerste gekostumeerde doorloop is Foccroulle naar Enschede gekomen. De opera Thyeste is af, de cirkel is rond. Rond is ook het decor, waarop het in open samenklanken kaatsend fel zingende koor als het volk van Mycene nu eens gevloerd op de grond ligt, dan weer opkrabbelt en rondloopt. Om de inktzwarte inhoud van Thyeste enig tegenwicht te bieden, zijn de zangers elk gekleed in een ander, felgekleurd en bont bedrukt hippiepak.

,,In feite heeft het koor de hoofdrol'', wijst regisseur Gerardjan Rijnders. ,,Thyeste is veel meer dan alleen maar een opera over een broederstrijd. Het volk, het koor dus, is het lijdend voorwerp van zijn koningen. Het koor schetst wat een koning zou moeten zijn, maar die hoop wordt gefnuikt.

,,Met Van Vlijmen heb ik gepraat over die onderwerpen, natuurlijk. En hij heeft me ook van alles verteld over de muziek, maar veel was toen nog niet in detail uitgewerkt. Behalve treurig dat hij de wereldpremière van zijn opera niet kan meemaken, is het dus soms ook wel lastig. Het slotkoor, waarin de slechtheid van de mens nog eens tien minuten stevig wordt onderstreept, baart me enige zorgen. Slaat dat het drama niet dood? Maar het met Van Vlijmen overleggen, gaat niet meer.''

Inmiddels raast de furie (alt Helena Rasker) die Atreus zijn bloedwraak influistert, over het podium. Boven een jurk van rode gaasstof schudt ze onheilspellend haar medusakop vol dreadlocks. Rijnders en zijn assistent, koordirigente Maria van Nieukerk en de voorstellingsleiders kijken ernstig toe van achter een lange rij schrijftafels en maken aantekeningen.

,,Het zijn juist deze momenten waarop ik merk dat ik eerder opera heb geregisseerd'', zegt Rijnders. Voor de Reisopera realiseerde hij een ingetogen enscenering van Der Prinz von Homburg, kort daarvoor debuteerde hij als operaregisseur in Antigone van Traetta. ,,De muziek interesseert me niet zo'', zei hij toen in deze krant over zijn prille ervaringen als operaregisseur.

Inmiddels trekt Rijnders een geschokt gezicht bij het horen van die opmerking. ,,Zei ik dat!? Om van opera werkend theater te maken, kun je de muziek niet negeren, lijkt me toch. Veel meer dan ik als toneelregisseur gewend ben, is opera een kwestie van tellen. Wanneer en in welk tempo laat je wie waarheen bewegen? Dat luistert zeker in de koorscènes tamelijk nauw. Het lastige hier is dat de muziek ook tot op het laatste moment een verrassing blijft. De piano die nu meespeelt geeft wel een idee, maar veel zal straks toch weer anders blijken te werken.''

Rijnders koos ervoor librettist Hugo Claus niet te betrekken in zijn regie, vertelt hij. ,,Ik kwam Claus onlangs tegen in de schouwburg. Hij nodigde me uit eens bij hem langs te komen om over Thyeste te praten, maar daarvan is het niet gekomen. Ik had er niet zo'n behoefte aan. Ik heb Seneca gelezen, en ook Claus' originele toneelstuk. Voor de generale repetitie is hij uitgenodigd, en dat vind ik leuk. Maar verder? De kracht van deze tekst heeft zich als toneelstuk al bewezen, daar heb ik dus helemaal geen vragen over.''

Ondanks de dramatische impact van het horrorachtige verhaal is Thyeste een tamelijk ingetogen opera geworden. ,,Er gebeurt veel ín de muziek, maar het is zeker geen snel muziektheater vol actie'', zegt dirigent Asbury.

Hoe Thyeste straks zal klinken, is niemand nog exact duidelijk. Uit de monoloog van Thyeste aan het begin van het derde bedrijf, waarin hij de kusten van zijn vaderland herontdekt, klinkt door het modale karakter van de muziek een bijna jazzy weemoedigheid. Een blik in de partituur – harp, cymbalom, mandoline en gitaar – suggereert een renaissancistisch aandoende instrumentale kleur.

Van Vlijmen componeerde zijn opera voor een groot instrumentaal ensemble met veel van zulke relatief ongewone instrumenten. ,,Ik vind solo-instrumenten bijzonder expressief'', zegt hij daarover in het programmaboek. ,,Maar de intiemere totaalklank van een ensemble en de bijzondere band die Van Vlijmen had met het ASKO zullen vermoedelijk ook hebben meegespeeld'', vermoedt dirigent Asbury.

Afwezigheid

Hij deelt Rijnders' sentiment over Van Vlijmens afwezigheid. ,,Natuurlijk heb ik vragen. Maar ik voel me tamelijk zeker. De maand voor zijn dood heb ik in het Concertgebouw nog gewerkt aan Van Vlijmens Inferno. Dat stuk is in verschillende opzichten aan Thyeste verwant; het is ook een werk voor koor en ook muziek die een weinig opbeurend verhaal vertelt. Van Vlijmen heeft me toen allerlei adviezen gegeven, die me nu opnieuw goed van pas komen. Vaak stelde hij zich zijn muziek veel vrijer voor dan hij die noteerde – om maar een voorbeeld te geven.''

Ook zanger Dale Duesing (Thyeste) heeft nog met Van Vlijmen gesproken over Thyeste. ,,Hij hoopte dat hij het nog zou redden tot de première'', vertelt hij. ,,Toen die onverhoopt werd uitgesteld, realiseerde hij zich dat die wens niet zou uitkomen.

,,In de drie uur die we over de opera hebben gepraat, werd me duidelijk hoezeer Van Vlijmen hechtte aan dit stuk. Aan het einde, nadat hij ongewild zijn zoontjes heeft opgegeten, zingt Thystes: `Als niets u kan beroeren goden [], dat de nacht dan eeuwig weze.' En even later: `Zon verberg u voorgoed.' De muziek wordt daar heel wonderlijk van sfeer. Juist aan die passage hechtte Van Vlijmen een groot persoonlijk belang. Hij wilde dat ik die frasen heel vrij en expressief zou zingen. De dood staat centraal, zoals ook in Van Vlijmens eigen leven gedurende die laatste maanden. Dat heeft de muziek ongetwijfeld beïnvloed. Onder de noten voel je de menselijkheid.''

Voor de citaten uit het libretto is gebruikgemaakt van een bewerking van de originele Nederlandstalige toneeltekst van Hugo Claus. Thyeste is te zien van 27/9 t/m 2/10 in de Munt, Brussel (www.demunt.be) en van 11/10 t/m 5/11 in Nederland (www.reisopera.nl)

    • Mischa Spel