Een frankdeboertje

Bij Nederland-Andorra begon ik hem opeens te missen. Oranje-verdedigers brachten de bal als dienders naar hun aanvallers, stapje voor stapje, alsjeblieft en succes ermee. Zelfs als Nederland een onbeholpen aanval van Andorra had afgebroken en er ruimte was voor een snelle tegenstoot in de vorm van zo'n lekkere lange bal, in één keer hups naar voren, volgde toch weer dat schuifie-schuifie, langdradig en voorspelbaar. Misschien dat de bondscoach zoiets verzorgd opbouwen noemt, ik noem het postbodevoetbal.

Hadden we Frank nog maar, ging het door me heen, Frank zorgde voor afwisseling. Na enkele behoedzame aanvallen kon hij de tegenstander verrassen door de bal ineens over veertig meter naar voren te verplaatsen. Reken maar dat vijandelijke defensies minder lekker in hun vel zitten als ze weten dat zo'n Frank-type in staat is Traag en Breed van de ene seconde op de andere te veranderen in Snel en Diep. Zulke defensies moeten met meer mogelijkheden rekening houden en zijn dus kwetsbaarder. Recht en hard vooruit of sierlijk draaiend naar de buitenkant, Frank hield alle opties open. En dan het kijkgenot! Aan Frank de Boer die een aanvaller als een DHL met balgevoel aan het werk had gezet, kon je dagen later nog met plezier terugdenken.

Beneden mij gingen de Oranje-spelers ijverig door met hun werk als ballenbesteller, en het was of de zon langzaam onderging. Misschien, dacht ik, is met Frank de Boers laatste interland, vorig jaar zomer, wel een einde gekomen aan een mooie vaderlandse traditie. Voor Frank hadden we Ronald Koeman, daarvoor Ruud Krol, daarvoor Rinus Israel en daarvoor Cor van der Hart. Stoere mannen met ruimtelijk inzicht en balcontrole, met een geestelijk overwicht dat ervoor zorgde dat collega's voorin hun uiterste best deden zo'n riskante lange bal goed aan te nemen, anders zwaaide er wat.

Een uitgekiende wreeftrap die een verdediging in één klap ontwricht – een frankdeboertje zeg maar – is een sieraad voor het spel. Het versturen van een frankdeboertje getuigt van vakmanschap, moed en dominantie. Er moet dus meer gefrankdeboerd worden. Maar wie kan er nog frankdeboeren zoals Frank de Boer in die zinderende wedstrijd tegen Argentinië op het WK van '98, toen hij de mooiste frankdeboer aller tijden verstuurde naar Dennis Bergkamp (waaruit Dennis prachtig scoorde)? Ik zie hem niet. Hoewel, misschien zijn er een paar in aantocht. De jonge Ajacied Hedwiges Maduro lijkt een behoorlijk frankdeboertje in huis te hebben, net als de jonge AZ-speler Ron Vlaar. Grote, klassiek ogende centrumverdedigers die de laatste weken bewezen dat ze het oeverloze ballenbestellen kunnen afwisselen met een lange, alles verslindende trap. Maar ze moeten nog ervaring en gezag opdoen. Schiet op jongens, het begint me te vervelen.

    • Auke Kok