Duitsland is gebaat bij een grote coalitie

Pas als bondskanselier Schöder opstapt, kan de patstelling in de Duitse politiek worden doorbroken en kunnen hervormingsgezinden een stabiele regering vormen, betoogt Frits Boterman.

De coalitieonderhandelingen in Duitsland zullen nog wel enige tijd in beslag nemen. Na de verkiezingen van afgelopen zondag sluiten partijen elkaar uit, en zowel Merkel (CDU) als Schröder (SPD) eist het bondskanselierschap op. Een vergelijking met de Republiek van Weimar gaat echter mank. Er is geen sprake van een brede antidemocratische beweging in Duitsland, wel van grote politieke verdeeldheid. Naar aanleiding van de meest unieke verkiezingsuitslag van de naoorlogse Duitse geschiedenis zijn er twee belangrijke vragen: hoe kon deze patstelling ontstaan, en hoe kan men zich daaruit bevrijden.

Wie op zoek gaat naar de bron van de huidige problemen, moet terug naar 1989/1990. Sinds de hereniging, de aansluiting van de DDR bij de Bondsrepubliek, verkeert Duitsland in ernstige structurele problemen. De val van de Muur heeft niet de door Helmut Kohl beloofde blühende Landschaften in het oosten gebracht en heeft de staatskas zwaar belast. Door de komst van de PDS is het politieke landschap sterker verdeeld dan ooit. Daarbij mag niet worden vergeten dat zowel de CDU als de SPD verantwoordelijk is voor de crisis in Duitsland. Niet alleen heeft Kohl steken laten vallen, maar ook de Bondsraad waarin de CDU een meerderheid heeft, heeft de noodzakelijke hervormingen vertraagd. Schröder valt ook veel te verwijten: eerst heeft hij de hervormingen van Kohl teruggedraaid, om vervolgens te laat, in 2003, zijn gematigde hervormingsplannen (`Agenda 2010') door te voeren.

Sinds de hereniging is Duitsland met een flink aantal problemen opgezadeld. Behalve de hoge herenigingskosten vormen de uitbreiding van de EU en de globalisering van de economie de grootste obstakels. Daarnaast kunnen ook een log bureaucratisch staatsapparaat, een hoge staatsschuld, de vergrijzing en een starre arbeidsmarkt genoemd worden. Het ontbrak lange tijd aan durf om deze problemen het hoofd te bieden en meer zelfvertrouwen te wekken om de ondergangsstemming te overwinnen. Angst bij de kiezers voor veranderingen (de kilte van de globalisering en verlies van sociale rechten en zekerheden) heeft mede geleid tot de huidige malaise. Te lang is vastgehouden aan oude recepten die uit de periode van het Wirtschaftswunder stammen.

Wie zoekt naar andere oorzaken van de malaise, komt terecht bij Schröder en Merkel die elkaar nu in een wurggreep houden. Beiden hebben fouten gemaakt. Merkel, behorend tot een pragmatischer en nuchterder generatie, heeft te weinig overtuigingskracht en passie getoond. Door haar matige optreden in de media heeft zij op haar beurt CDU/CSU-kiezers naar de FDP gejaagd. Daarnaast heeft haar stille rivaal, de CSU-voorman en minister-president van Beieren, Edmund Stoiber, door de Oost-Duitse bevolking (`domme kalveren') te beledigen kiezers in het oosten afgeschrikt. De belastingplannen, de vlaktax, van de inmiddels teruggetreden financiële wonderboy Paul Kirchhof hebben verwarring gezaaid. De aangekondigde verhoging van de BTW met 2 procent om de loonkosten te verlagen, is eveneens slecht gevallen. Schröder heeft hiervan geprofiteerd door angst voor de sociale kaalslag electoraal uit te buiten.

Schröder is het meest debet aan de patstelling. Wat we nu meemaken, is de aftocht van een politicus die al eerder de greep op zijn partij had verloren. Geobsedeerd door de macht is hij op zijn zachtst gezegd weinig democratisch bezig geweest. De aankondiging van vervroegde verkiezingen in mei was een wraakoefening voor de slechte resultaten bij de deelstaatverkiezingen in Noordrijn-Westfalen. Onder het mom van een gebrek aan vertrouwen wist hij, redelijk bizar, zijn fractie in de Bondsdag te dwingen tegen zijn beleid te stemmen of zich van stemming te onthouden. Deze vlucht naar voren blijkt nu achteraf een blunder te zijn, niet alleen voor hemzelf, maar ook voor Duitsland. Niet alleen op de verkiezingsavond van afgelopen zondag ging de Medienkanzler volstrekt door het lint, waarvoor hij zijn excuses heeft aangeboden, maar al eerder verloor hij de greep op de partij door Franz Müntefering partijvoorzitter te maken die de antikapitalistische troefkaart begon uit te spelen. Vervolgens verloor hij de controle nog meer door een klein monster in de vorm van de `Linkspartei' te helpen baren. Na de verkiezingen is zijn positie eigenlijk onhoudbaar geworden. Hij wil per se bondskanselier blijven, maar dit lijkt bijna uitgesloten. Bovendien wil de FDP niet met rood-groen regeren.

De vraag is: wat nu? Merkel die met overgrote meerderheid tot partijvoorzitter is herkozen, is aan zet en heeft daartoe ook het volste recht. In feite heeft de CDU/CSU, ondanks het bar slechte verkiezingsresultaat, toch net de grootste fractie. Behalve de niet erg aantrekkelijke mogelijkheid van een zogeheten Jamaica-coalitie (zwart-geel-groen) ligt een grote coalitie nog steeds het meest voor de hand. Voorwaarde is dan wel dat Schröder opstapt en plaatsmaakt voor een ander. Pas dan kan de pastelling worden doorbroken. Dan kunnen hervormingsgezinden beter met elkaar samenwerken, compromissen sluiten en een stabiele regering vormen, iets wat veel Duitsers graag willen. Zo kan de vakbondsvleugel in toom gehouden worden en kunnen de wilde neoliberale ideeën van de FDP de prullenbak in. Voordeel is bovendien dat beide volkspartijen nagenoeg even groot zijn en dat de CDU daarin de rol kan vervullen van aanjager van hervormingen. En de SPD kan daarbij als waakhond van de Sozialstaat fungeren.

Er is moed voor nodig om de hervormingen door te zetten tegen de wens in van Duitsers die alles zoveel mogelijk bij het oude willen laten. Leiderschap wil in dit geval zeggen de koers op de langere termijn uitzetten en bepaalde beslissingen afdwingen. Kohl deed dat met zijn besluit tot plaatsing van de kruisraketten en met de hereniging, Helmut Schmidt met de bestrijding van de RAF, Willy Brandt met zijn Ostpolitik en Adenauer met zijn westintegratie.

Aan zo'n beslissende daad heeft het bij Schröder ontbroken. Merkel heeft nog te weinig tijd gekregen om dergelijke beslissende stappen te zetten. Zij zal het als eerste vrouwelijke bondskanselier niet gemakkelijk krijgen, maar ze verdient wel de steun van iedereen die de stabiliteit in Duitsland terug wil krijgen. De generatie '68 heeft afgedaan en heeft weinig tot stand weten te brengen, behalve op het terrein van de buitenlandse politiek (Kosovo, Macedonië en Afghanistan) en dat is vooral de verdienste van Fischer geweest. Merkel staat voor de uiterst zware taak om Duitsland, dat sterk door de verkiezingen is gepolariseerd, weer tot een eenheid te smeden en het vertrouwen in de politiek te herstellen.

Zoals overal in Europa is het probleem in Duitsland hetzelfde: een begaanbare weg te kiezen tussen sociale solidariteit en meer aanpassing aan een globaliserende wereld met meer concurrentie en technologische kennis, tussen stilstand en beweging. Daarbij kan Merkel profiteren van de door Schröder ingezette hervormingen, van de meerderheid van de CDU in de Bondsraad (minder last van blokkades), de verzwakte positie van Edmund Stoiber en de ernst van de situatie die de noodzaak tot veranderingen heeft vergroot.

Alleen op deze manier kunnen de conservatieve krachten (Linkspartei, de linkervleugel van de SPD, de vakbonden en een groot deel van de Groenen) buitenspel gezet worden en kunnen stapsgewijs veranderingen worden doorgevoerd zonder de soziale Marktwirtschaft helemaal uit te hollen.

Frits Boterman is hoogleraar Moderne Duitse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.