Amerikanen willen weg uit Irak, Bush niet

De Amerikaanse president George W. Bush heeft gisteren herhaald dat snelle terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak niet aan de orde is – ondanks de oplopende verliezen en de groeiende weerstand onder het Amerikaanse publiek tegen de oorlog. Volgens Bush zou terugtrekking nu terrorisme in de kaart spelen. ,,De enige manier waarop terroristen (in Irak) kunnen winnen, is als we de moed verliezen en de missie (van democratisering van Irak) laten varen.''

President Bush zei dat gisteren op een persconferentie in Washington na afloop van besprekingen op het Pentagon. Uit een nieuwe, gezamenlijke peiling van de nieuwszender CNN, het dagblad USA Today en het onderzoeksbureau Gallup, waarvan de resultaten eveneens gisteren bekend werden, blijkt dat meer dan de helft van de Amerikanen niet langer gelooft in een Amerikaanse overwinning in Irak. 55 procent van de ondervraagden zegt dat de Verenigde Staten haast moeten maken met de terugtrekking van troepen.

President Bush zei begrip te hebben voor dat standpunt, maar het absoluut niet te delen. ,,Terugtrekking van onze troepen zou de wereld gevaarlijker maken. Als we Irak nu zouden verlaten, zou dat neerkomen op een herhaling van kostbare fouten uit het verleden die hebben geleid tot de aanslagen van 11 september 2001'', zei hij. ,,De terroristen zagen onze reactie op de gijzelingcrisis in Iran, de aanslagen op de marinierskazerne in Libanon, de eerste aanslag op het World Trade Center, het doden van Amerikaanse soldaten in Somalië, de vernietiging van twee Amerikaanse ambassade's in Afrika en de aanval op de USS Cole. De terroristen trokken de conclusie dat het ons aan de moed en het karakter ontbrak om onszelf te verdedigen, en dus vielen ze ons aan.''

Volgens Bush worden de VS momenteel in Irak op de proef gesteld, en ,,als we falen, zullen de consequenties voor de veiligheid van het Amerikaanse volk afschuwelijk zijn''. Amerikaanse terugtrekking zou, aldus Bush, ,,mannen als (de Jordaanse terroristenleider) Zarqawi en Bin Laden in staat stellen meer aanvallen op Amerika en andere vrije naties te lanceren''.

De VS hebben ongeveer 147.000 militairen in Irak. Sinds het begin van de oorlog in maart 2003 zijn meer dan 1.900 soldaten om het leven gekomen. In de hoofdstad Bagdad werden vanochtend ten minste vijf Irakezen gedood bij een bomaanslag op een minibus. Bij verschillende incidenten in de noordelijke stad Mosul zijn sinds gisteren zeker tien doden gevallen.

Bush verwees gisteren ook naar de situatie in Afghanistan waar met de parlementsverkiezingen van afgelopen zondag een ,,nieuwe, belangrijke stap is gezet op weg naar democratie'', maar waar volgens de president de Amerikaanse klus nog niet is geklaard.

De opkomst bij de verkiezingen was overigens veel lager dan een jaar geleden bij de presidentsverkiezingen. Landelijk kwam vermoedelijk iets meer dan de helft van de geregistreerde kiezers op, en in en rond de hoofdstad Kabul slechts eenderde. Volgens waarnemers houdt de lage opkomst verband met het uitblijven van snelle wederopbouw.