Walging en respect

Aan het begin van dit parlementaire jaar is het onzeker of minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) de eindstreep wel zal halen. De grootscheepse hervorming van de zorgverzekering is tenslotte een politiek project dat makkelijk kan stranden in administratieve chaos. Hoogervorst heeft eerder aangekondigd dat hij in dat geval zal aftreden. Dat is een lovenswaardige toezegging, die goed is genoteerd.

De minister zal niet hebben vermoed dat hij zo snel in de schijnwerpers terecht zou komen. Het gebaar van walging, een vinger achter in de mond, tijdens het betoog van oppositieleider Bos (PvdA), gisteren, zag er welgemeend uit. Hoogervorst zei in lichaamstaal wat hij dacht. Het was een ogenschijnlijk weinig betekenend incident, maar toch moest hij aan het eind van de dag zijn excuses maken aan Bos. En dat was terecht, want het `vak K', waar het kabinet zit in de Tweede Kamer, is geen voetbaltribune. Het is een teken aan de wanddat een minister dat verschil kennelijk niet aanvoelt.

De lichaamstaal van de bewindsman ging overigens tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen onopgemerkt voorbij. Pas toen de beelden herhaaldelijk werden vertoond op televisie, ging het politieke statement van Hoogervorst buiten de zaal van de Tweede Kamer een rol spelen. En vervolgens pas daarbinnen. Nederland is al langer een televisiedemocratie. De grote zaal van het parlement is een studio en meestal geven politici er blijk van dit heel goed te beseffen. De verontschuldigingen van Hoogervorst waren daarom ook gratuit. Hij had bovendien ondertussen wel zijn punt gemaakt. Heel Nederland begreep ogenblikkelijk wat de minister had bedoeld.

Dit geldt niet voor de tekst van de troonrede, een dag eerder uitgesproken door de koningin. Blijkens onderzoek konden de meeste Nederlanders de lijn van dat betoog niet volgen. Dat valt te betreuren, te meer omdat de regering hierin meedeelt dat een van haar grote opgaven is het streven naar meer onderling respect in de samenleving. Eerder werd op deze plaats al opgemerkt dat dit een regeringsdoelstelling is waarvoor geen minister bestaat in Den Haag. Dat wil zeggen: hier gaat het kennelijk om een zuiver ideologisch doel. Het houdt verband met het streven naar normherstel van minister-president Balkenende (CDA). Maar de moraliteit van de samenleving is in beginsel het domein waar vooral de burger het voor het zeggen heeft en de staat heeft een daarvan afgeleide functie. Nu evenwel de minister-president zich daar toch opdringt, moet het hem worden aangerekend dat een minister van zijn kabinet een volksvertegenwoordiger heeft geschoffeerd. De geloofwaardigheid van de premier en van zijn kabinet is hiermee beschadigd. Streef naar respect, begin bij jezelf.