Vrije prijs ziekenhuis maakt groot verschil

De eerste vrije onderhandelingen over ziekenhuiszorg tussen verzekeraars en ziekenhuizen hebben geleid tot grote prijsverschillen. Tot voor kort werden de tarieven centraal door de overheid vastgesteld.

In de Randstad en Drenthe zijn verzekeraars relatief het goedkoopst uit voor heup-, staar- en knieoperaties en andere `planbare zorg'. Voor dezelfde behandeling in landelijke gebieden moeten ze veel meer betalen.

Dat constateert het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) in een studie op verzoek van minister Hoogervorst (Gezondheidszorg). In het rapport zijn de eerste ervaringen met vrije ziekenhuisprijzen onderzocht op basis van contractprijzen en gesprekken met ziekenhuisbestuurders, verzekeraars en specialisten.

Ziekenhuizen en verzekeraars bepalen per 1 februari zelf de prijs van bepaalde eenvoudige behandelingen, zoals die van een liesbreuk, diabetes, een versleten heup, staar en neusamandelen. De verzekeraars, is de idee, moeten de ziekenhuizen aanzetten tot goede, toegankelijke zorg voor minder geld, waardoor de zorgpremies minder omhoog hoeven. Verzekeraars zijn niet meer verplicht tot een contract met elk ziekenhuis, en ziekenhuizen krijgen hiervoor niet langer een vast budget.

De prijzen lopen per provincie sterk uiteen. De verschillen kunnen oplopen tot tientallen euro's per behandeling. Verzekeraars zijn in Drenthe het goedkoopst af, terwijl dezelfde behandeling in buurprovincie Friesland het duurst is. Ook tussen ziekenhuizen bestaan grote verschillen: academische en topklinische ziekenhuizen zijn duurder dan algemene en categorale. Zorgverzekeraars met een groot marktaandeel bij een ziekenhuis weten daarmee lagere prijzen af te spreken dan hun concurrenten.

In hoeverre de vrije prijzen leiden tot lagere premies kan het tarievencollege niet beoordelen. Daarvoor hebben veel ziekenhuizen nog onvoldoende gegevens beschikbaar.

Verklaringen voor de grote prijsverschillen hebben de onderzoekers nog niet. Duidelijk wordt wel dat ziekenhuizen en zorgverzekeraars in Nederland grotendeels regionaal zijn georiënteerd. Zo onderhandelt 85 procent van de ziekenhuizen met een zorgverzekeraar die meer dan 50 procent van hun productie afneemt. Die relatie wordt alleen maar sterker door fusies van ziekenhuizen en fusies van zorgverzekeraars. In Zwolle en Den Bosch kunnen patiënten nog maar in één ziekenhuis terecht.

In de monitor constateert het college dat verzekeraars terughoudend zijn om hun klanten naar een goedkoper ziekenhuis te sturen. Voor zo'n 95 procent van de behandelingen hebben verzekeraars contracten afgesloten. Hierdoor is de toegankelijkheid van deze ziekenhuiszorg ,,niet noemenswaardig veranderd'', oordelen de onderzoekers.

VRAAGGESPREK: pagina 3