`Straling is net als alcohol, een beetje kan geen kwaad'

Bijna twintig jaar na de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl heeft de plaatselijke bevolking zich nog steeds niet van de klap hersteld. De stralingsfobie is voorbij, maar het fatalisme blijft.

Te veel grafroof hier, vindt Ivan (61). Ze stelen gedenkstenen, schuren ze op en verkopen ze door. Soms laden ze kruisen in om als schroot te verkopen. Daarom stommelt Ivan met zijn wandelstok elke dag zijn rondjes om de begraafplaats, in mist, regen en sneeuw.

De begraafplaats van Novi Salesja werd onlangs uitgebreid. Voor een dorpje dat pas twintig jaar bestaat, ligt het hier nogal vol. Ze sterven dubbel zo snel als elders, weet Ivan. Waaraan? Hij loeit spookachtig. ,,Alleen God weet het! Zoveel, zoveel!''

Op 3 mei 1986 moest Ivan zijn houten huisje verlaten in het dorpje Salesja, onder de rook van de kerncentrale Tsjernobyl. Een week eerder was daar reactor nummer vier ontploft. Ivan hoefde maar één koffer te pakken, binnen een week mocht hij immers terug.

In plaats daarvan moest hij bij een familie intrekken, een half jaar later had een bouwploeg uit Sebastopol een bakstenen huis voor hem gebouwd in Novi Salesja, ver buiten de Zona, de onbewoonbare ring van dertig kilometer rond de kerncentrale. Drie maanden na de ramp keerde Ivan stiekem terug naar zijn oude huisje, alles van waarde bleek al geplunderd. Nu mag hij eens per jaar de Zona in om zijn familiegraf te bezoeken. ,,Zelf word ik liefst in Salesja begraven, maar wie niet?''

In Novi Salesja heerst het Tsjernobylsyndroom, het collectieve trauma dat meer slachtoffers dreigt te maken dan de ramp zelf. Deze maand presenteerde een comité van experts onder auspiciën van de VN haar eindrapport over de gevolgen van atoomramp van 26 april 1986. Greepeace veroordeelt dat rapport als een witwasoperatie in opdracht van de atoomindustrie, bonden van Tsjernobyl-slachtoffers protesteren dat het ware dodental `cynisch en weloverwogen' is verdonkermaand.

Logisch, want volgens het rapport valt de schade reuze mee. Het aantal misgeboorten, mutaties en gevallen van steriliteit rond de kerncentrale is niet hoger dan elders. De ramp maakte 56 directe slachtoffers, van de duizend werknemers en 200.000 `liquidators' (schoonmakers) zullen er zo'n vierduizend indirect door straling omkomen.

Nattevingerwerk, want behalve goed behandelbare schildklierkanker bij kinderen valt twintig jaar na dato een verband tussen ziektes en straling niet hard te maken. Wel lijden vluchtelingen en omwonenden aan een hardnekkig slachtoffersyndroom en `verlammend fatalisme'.

De problemen rond Tsjernobyl zijn in wezen gelijk aan die elders op het post-Sovjet-platteland, meent projectmanager Pavlo Zamostjan van het VN-ontwikkelingsagentschap UNDP. Overal vielen kolchozen uiteen, trok de jeugd naar de stad en wanhopen de vergrijzende achterblijvers in armoede, alcoholisme en passiviteit. Rond de dode kerncentrale sterft men veel te jong aan drankmisbruik, roken en slechte voeding, aan kanker en aan hart- en vaatziekten. Zoals overal, al is de situatie rond Tsjernobyl iets hopelozer. Strenge beperkingen voor landbouw en vooroordelen tegen producten uit Tsjernobyl bemoeilijken het herstel.

Zamostjan denkt dat het na twintig jaar tijd is Tsjernobyl te normaliseren, maar het slachtoffersyndroom zit diep. Dat begon bij de abrupte evacuatie, zonder enige informatie over risico's uit angst voor paniek. Die leemte leidde tot wilde geruchten: over enorme wolven in de wouden, mismaakte kinderen, steriele mannen, massale kanker. ,,Mensen bouwden de eerste jaren niets op, alles en iedereen was toch besmet,'' zegt Loedmilla Galaka van de UNDP. Die stralingsfobie is voorbij, maar het fatalisme bleef. Galakav: ,,Veel mensen negeren de simpelste gezondheidsvoorschriften. Je sterft toch, denken ze.''

De Sovjetpolitiek om – uit sociaal besef en schuldgevoel – omwonenden van de centrale te belonen met uitkeringen en privileges als gratis medicijnen en `herstelvakanties', versterkten de afhankelijkheid van de staat. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 kwamen daar gulle gebaren bovenop van de nieuwe staten, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland. Die drukken nu loodzwaar op op staatsbudgetten: zo'n zeven miljoen burgers maken aanspraak op Tsjernobyl-steun. Veel beloften vallen niet waar te maken, wat meer bitterheid in de hand werkt.

Vlakbij de Zona treffen we Andrej en Joera aan de rand van een sparrenbos met een mandje appels, een homp zwart brood en een liter wodka. Zij geven hoog op van de paddestoelen van Tsjernobyl. ,,Onder de bomen ziet het hier in augustus geel. We verkopen soms een partij aan Poolse handelaars voor twee euro de kilo. Ik hoop dat de Polen er tegen kunnen.''

Joera leunt tegen zijn karretje vol schroot. Heeft hij dat metaal in het naburige Rossocha gejut, waar zwaar radioactief besmette vrachtwagens, jeeps en helikopters zijn geparkeerd? Joera treedt niet in detail. ,,Tien jaar geleden jatte ik daar een motor van een helikopter, daarvoor zat ik drie jaar in de bak.''

Aan dit soort mensen lijkt de nieuwe strategie van de VN-experts – normalisering, sociale mobilisatie en concrete, simpele informatie over stralingsrisico's – verspild. Galaka heeft allang de hoop opgegeven dat de mensen afzien van hun vergiftigde paddestoelen. Ze verspreidt nu folders met advies om ze te ontsmetten: twee uur koken, éénmaal het water vervangen. Voor veel mensen is het beter als ze naar hun besmette dorpen terugkeren, denkt ze. ,,Want wat is ongezonder: stress of straling?''

Toch lijkt hier en daar de normalisering rond Tsjernobyl al spontaan begonnen.

Neem visserdorp Stracholissa, vlak naast het prikkeldraad van de Zona. Daar staan vijf kolossale buitenhuizen met sauna, satellietschotels, een glad geknipt gazon en steigers met plezierbootjes. De eigenaars zijn steenrijke inwoners van Kiev, die hier vissen en jagen. Op deze zondag staan langs het riet van de Dnjepr tientallen terreinwagens van sportvissers.

We helpen Sergej, een bankier uit Kiev, zijn bootje in een schuur te duwen. Straling is als alcohol, doceert hij: een beetje kan geen kwaad. Je moet weten welke eilanden besmet zijn en wat je vangt. Grondvissen vermijden en grote vissen teruggooien, want die zijn oud en besmet. Alleen kleine visjes gaan bij Sergej op de gril, nadat hij ze onder de geigerteller heeft gelegd. ,,Perfect veilig. Wat ons betreft is Tsjernobyl een ecologisch paradijs.''

    • Coen van Zwol