Regering Soedan `vernedert' Zuiden

Zuid-Soedanezen hebben teleurgesteld gereageerd op de formatie van de nieuwe coalitieregering in Soedan. Een columnist in de Zuid-Soedanese krant Khartoum Monitor noemde de marginale positie van de zuiderlingen in de regering ,,een vernedering''.

Alle zware kabinetsposten gaan naar de partij van president Beshir en diens naaste medewerker Ali Osman Taha: Defensie, Veiligheidszaken, Financiën, Binnenlandse Zaken en Energie. De nieuwe regeringspartner, de voormalige zuidelijke rebellengroep het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) had het ministerie van energie opgeëist. De meeste olievelden liggen in Zuid-Soedan. Het SPLA krijgt ondermeer Humanitaire Zaken, Onderwijs, Gezondheidszorg en Buitenlandse Zaken.

,,Het beste wat SPLA-leider Salva Kirr kan doen, is aftreden na deze absolute vernedering'', schreef de Khartoum Monitor vanochtend. Naar verwachting zal deze week ook de regering voor het semi-autonome Zuid-Soedan bekend worden gemaakt. Vermoedelijk hebben de belangrijke SPLA-politici gekozen voor een post in het zuiden. Volgens de in het vredesakkoord gemaakte afspraken heeft het SPLA een meerderheid in parlement en regering in het zuiden, in het noorden heeft de voormalige regeringspartij 52 procent van de posten.

In het westelijke Darfur zijn intussen de gevechten opgelaaid. Deze strijd heeft een negatief effect op het vredesoverleg Nigeria dat vorige week in Nigeria is hervat.

De speciale VN-gezant voor Soedan, de Nederlandse oud-minister Jan Pronk, waarschuwde dat het geweld in Soedan weer toeneemt. In Darfur hebben de rebellen deze week een stad bezet die in handen was van de regering. In het zuiden zorgen aanvallen van de Oegandese rebellenbeweging Verzetsleger van de Heer voor veel onrust.

Pronk zei dat uitvoering van het vredesakkoord tussen Noord- en Zuid-Soedan dreigt te stagneren door onvoldoende geld en vredestroepen.