`Oudere migrantenvrouw schrijnend arm'

Veel vrouwen van de eerste generatie gastarbeiders in Europa leven onder miserabele omstandigheden. Dat blijkt uit onderzoek van de Europese Unie dat vandaag is uitgebracht.

Laatst kwam een oudere Marokkaanse vrouw huilend bij Fatima Sabbah binnenvallen. Ze was bij de Sociale Dienst geweest om aanvullende bijstand te vragen. Haar man was opgestapt en van haar pensioen (AOW) van 300 euro kon ze niet leven. Maar op iets extra's hoefde de Marokkaanse niet te rekenen. De ambtenaar van de Sociale Dienst gaf enkel een formulier mee aan de Marokkaanse vrouw, die analfabeet is.

,,De armoede waarin veel oudere migrantenvrouwen leven is schrijnend'', zegt Sabbah, een Marokkaanse van 44 jaar. ,,Ze kunnen net aardappels en groenten kopen, maar voor de gasrekening aan het eind van de maand is vaak geen geld meer.'' Oudere migrantenvrouwen in Groot-Brittannië, Oostenrijk, Duitsland en Italië zijn er even slecht aan toe, blijkt uit een onderzoek van de Europese Unie, dat vandaag in Amsterdam is gepresenteerd.

Om deze meest kwetsbare groep onder de migranten te helpen heeft Sabbah enkele jaren geleden in de Marius Bauerstraat in Amsterdam Slotervaart de stichting `Nisa for nisa' (Vrouwen voor vrouwen) opgezet. ,,De situatie van vrouwen van de eerste generatie gastarbeiders is miserabel'', zegt Sabbah. Tussen de zestige en zeventig procent van deze vrouwen, de meesten van Marokkaanse of Turkse komaf, kan lezen noch schrijven. Bovendien spreken ze geen Nederlands en leven ze geïsoleerd. ,,Zodra er sprake is van een scheiding, wat in een kwart van de gevallen gebeurt, raken ze meteen aan de bedelstaf. Ze krijgen geen pensioen omdat ze nooit gewerkt hebben of leven van een bedrag dat onder de armoedegrens ligt.''

Het is de hoogste tijd, zegt Sabbah, dat er maatregelen worden genomen zodat de omstandigheden waarin deze vrouwen leven verbeteren. Want de groep oudere migrantenvrouwen neemt in snel tempo toe, wijst de vergelijkende Europese studie `On the agenda – older migrant women' uit. De resultaten van het onderzoek zijn vandaag in Amsterdam bekendgemaakt op een tweedaags congres van het Nederlands Platform Ouderen en Europa.

Verwacht wordt dat alleen in Nederland de groep oudere migrantenvrouwen de komende tien jaar zal verdubbelen, mogelijk verdrievoudigen. Verreweg de meerderheid van de 1,7 miljoen niet-westerse migranten keert niet terug naar hun thuisland, maar blijft na hun 65ste in Nederland. De grootste groepen zijn Turken, Surinamers, Marokkanen. Momenteel zijn er ruim 24.000 oudere (65+) migrantenvrouwen; in 2035 zijn dat er 157.000, in 2050 zo'n 253.000. Ook in Duitsland, Engeland, Oostenrijk en Italië neemt de groep oudere migrantenvrouwen snel toe.

Praktisch alle migranten en asielzoekers van de eerste generatie hebben een onvolledige AOW-uitkering. De meeste oudere migrantenvrouwen worden gekort op de AOW als ze 65 worden, omdat ze niet 50 jaar in Nederland hebben gewoond. Alleen degenen die tussen hun vijfde en 65e in ons land wonen krijgen volledige AOW (930 euro per maand, 70 procent van het netto minimumloon).

,,Migrantenvrouwen zijn dubbel achtergesteld omdat ze niet gewerkt hebben en naast de AOW niets hebben opgebouwd'', zegt Fatos Ipek-Demir. Ze is beleidsmedewerker bij de Stichting Equality, een multicultureel kenniscentrum in Den Haag en heeft meegewerkt aan het onderzoek, dat deel uitmaakt van een programma van de EU om armoede en sociale uitsluiting in Europa tegen te gaan.

De situatie is voor oudere migrantenvrouwen in de overige vier onderzochte landen nauwelijks anders. In Groot-Brittannië, Italië, Oostenrijk en Duitsland is de oudedagsvoorziening gebaseerd op het werkende verleden en de hoogte van het verdiende loon. In de meeste landen is de werkloosheid bovendien hoog onder migrantenvrouwen, zodat ze veelal geen aanvullend bedrijfspensioen opbouwen. Ze hebben vaak tijdelijk, slecht betaald werk of ze werken illegaal in de huishouding zonder sociaal verzekerd te zijn.

In Groot-Brittannië worden de financiële vooruitzichten voor oudere migrantenvrouwen, vooral uit India, Pakistan en Bangladesh, in het rapport ,,alarmerend'' genoemd. De meeste vrouwen hebben zelf geen pensioen opgebouwd en krijgen slechts een gedeeltelijk, toch al laag, staatspensioen. Ook in Oostenrijk krijgt iemand uitsluitend 100 procent staatspensioen als hij 45 jaar gewerkt heeft. Daarom stellen de rapporteurs de introductie van een algemeen minimumpensioen voor.

,,We willen dat de verschillende Europese landen in nationale actieprogramma's extra aandacht besteden aan de pensioensituatie van migrantenvrouwen. Vooral alleenstaanden en gescheiden vrouwen hebben het zwaar te verduren'', zegt Ben Slijkhuis, van het Nationaal Platform Europese Ouderen in Utrecht. Ook moet er massaal in taalonderwijs worden geïnvesteerd, en in beroepsonderwijs voor migrantenvrouwen, zodat ze gemakkelijker aan een baan komen. Slijkhuis: ,,Werk is de enige manier aan armoede te ontsnappen.''

Fatima Sabbah is daar volop mee bezig met haar stichting in Slotervaart. Ze geeft taallessen, voorlichting (,,oudere vrouwen weten vaak niet eens hoe ze rekeningen via de bank moeten betalen'') en ze leert migrantenvrouwen fietsen. ,,Vrouwen uit de eerste generatie gastarbeiders staan in de kou. Niemand heeft ze voorgelicht over hun beroerde situatie als ze ouder worden in Nederland'', zegt Sabbah. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd en belanden ten einde raad bij haar. Sabbahs belangrijkste doel is deze vrouwen uit hun isolement halen. ,,Ik zeg: leer de taal, ga vrijwilligerswerk doen, volg een kookcursus bij me, samen met Nederlandse vrouwen. We kennen elkaar niet, al wonen we samen in de wijk. Het kan al veel helpen als een Marokkaanse gewoon met tante Annie boodschappen gaat doen.''